facebook_pixel

Millennials schrijven graag over ‘wij’ #ILFU17

 

Waar je op het IlFU vorig jaar luchtdicht zat weggestopt in de hermetische zaaltjes van het voormalig postkantoor op de Utrechtse Neude, is het weidse uitzicht van Tivoli/Vredenburg een verademing. Het lijkt wel of dat iedereen een beetje losklopt. Het resultaat is meer humor en betere gesprekken op het dak van de wereld.

Het Bureau van Voskuil verjaart niet.

Kantoren zijn de menselijke lulligheid ten top. Daarom kun je er altijd om lachen, hoe tragisch de omgeving tegelijkertijd ook is. De Lief- en leedpot! De collega die altijd ziek is! ‘Ik heb een halve graad verhoging.’ Vandaar dat het gesprek van Arjan Peters met Paulien Cornelisse, schrijfster van de kantoorroman De verwarde cavia, en de Duitse vertaler Gerd Busse bij voorbaat al een succes was.

Paulien Cornelisse werd kort na haar eindexamen gegrepen door de zevendelige  romancyclus van Voskuil, nadat ze op de middelbare school dankzij de verplichte literatuurlijst een flinke weerzin tegen Nederlandse literatuur had ontwikkeld: ‘Alleen al omdat wat mensen zeggen klopt met hoe ze zijn.’ Een voorbeeld is volgens haar Panday, een Surinamer die in het boek met een doos binnenkomt en vraagt: ‘Waar zal ik dat zetten?’ Typisch Surinaams, volgens Cornelisse, om ‘dat’ te zeggen en ‘zetten’.