Wie op zijn tenen loopt, loopt nooit lang

Als vervolg op het boek Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk ging Stevo Akkerman in zijn boek Het klopt wel, maar het deugt niet in gesprek met mensen uit verschillende sectoren over de moraal binnen organisaties.

Luyendijk merkte bij lezingen over zijn boek Dit kan niet waar zijn waarin hij de Londense bankenwereld onder de loep nam, dat mensen vaak reageerden met: ‘Maar ik zie ditzelfde probleem op mijn werk.’ Het gebrek aan moraal, de nadruk op cijfers en winst en het gebrek aan menselijkheid bleken te zijn doorgesijpeld in de zorg, het onderwijs, de politiek, in de hele samenleving. Een zorgelijke ontwikkeling waar verder naar gekeken moest worden. En dat deed Stevo Akkerman. Met zijn boek Het klopt wel, maar het deugt niet gaat hij verder waar Dit kan niet waar zijn ophoudt, aldus Luyendijk zelf.

Economie als religie

Akkerman ging in gesprek met een keur aan mensen, van filosofen tot bestuurders en van zorgverzekeraar tot Shell-medewerker. In de gesprekken probeerde hij naar boven te krijgen hoe de moraal naar de achtergrond heeft kunnen verdwijnen en in kaart te brengen waar dit aan ligt. De gesprekken zijn eerder in dagblad Trouw verschenen en zijn nu gebundeld in dit boek. Een van de geïnterviewden is Tomas Sedlácek, die al op 24-jarige leeftijd deel uitmaakte van de economische adviesraad van de toenmalige president van Tsjechië.

Sedlácek, econoom en filosoof, legt uit hoe de rol van religie in de maatschappij in de loop van decennia is overgenomen door de wetenschap, waarbij ethiek naar de achtergrond verdween. ‘Er huist in ons een essentieel gevoel van onvolkomenheid dat we proberen op te vullen. De economie, die zichzelf vaak presenteert als een alternatief voor het spirituele, kan nooit onze verlossing zijn. Toch wordt de rol van de econoom hoog aangeslagen. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar de vluchtelingenkwestie, wordt daardoor de hamvraag: dragen de vluchtelingen bij aan onze welvaart of niet? Kunnen ze de effecten van de vergrijzing wegnemen? Maar wat voor fucking vraag is dat? Hoe verwrongen moet je geest zijn om aan een econoom te vragen of je iemands leven moet redden?’

De rol van het economische denken zie je in elke sector terug, vervolgt Sedlácek. ‘Het ironische is dat specialisatie en arbeidsdeling leiden tot verantwoordelijkheidsdeling: als het geen individu is dat zich ergens schuldig aan maakt, maar een collectief, zoals een groot bedrijf, dan wordt de schuld zodanig verdund dat er niets van overblijft. Wat eigenlijk gek is. In het strafrecht is het omgekeerd: als wij tweeën iemand vermoorden, krijgen we beiden twintig jaar cel, niet elk tien.’

Verantwoordelijkheid verdampt

Dat dat gevoel van morele verantwoordelijkheid veelal op de achtergrond is verdwenen, blijkt ook uit het verhaal van Hans Smits, bouw-CEO en president-commissaris bij KLM. ‘Ik neem waar dat er in de samenleving een verschuiving optreedt: van normen en waarden naar regelgeving, procedures, procesbeheersing en controles. Waar vroeger via thuis, school en bedrijf goed gedrag en disciplines werden doorgegeven, is dat nu voor een deel verdampt.’ Volgens Smits lijkt de persoonlijke verantwoordelijkheid te zijn geërodeerd. ‘Toen ik op het ministerie werkte zei ik altijd: “Je bent er voor de samenleving, niet voor de minister of het parlement.”’ Als Akkerman hem vraagt waarom er nog geen CO2-belasting op vliegen is ingevoerd, antwoordt hij: ‘Ik ben een groot voorstander, maar dan wereldwijd, voor iedere luchtvaartmaatschappij. Maar dat lukt niet.’ Dit antwoord, waarbij een individu best inziet dat het anders moet, maar wordt tegengehouden door ‘het systeem’, zie je vaak terug in het boek en legt een onderliggend probleem bloot.

Anonieme schakels

Ook Johan Siebers, filosoof en oud-medewerker van Shell, ervaart de frictie tussen individuele moraal en de tegenwerking in het bedrijfsleven. Hij klopte bij Shell aan zonder dat er een vacature was, maar werd toch aangenomen als critical companion. ‘Er waren in mijn tijd veel jonge mensen, wetenschappers, die na hun afstuderen bij Shell terechtkwamen en die zich zeer bewust waren van de milieuproblematiek. Ik heb prachtige socratische gesprekken georganiseerd over dit soort onderwerpen, maar die reflectie stond los van de dagelijkse praktijk. Het grootste kwaad wordt niet door de grootste schurk verricht, maar door de anonieme schakels in het apparaat. We moeten het daarom niet hebben van de individuele moraal, maar we moeten de politiek aanspreken en die zal zich veel meer los moeten maken van de verstrengeling met de grote economische machten.’

Gert Biesta, als pedagoog verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek, stelt dat dit ethische bewustzijn al moet beginnen in de opvoeding. ‘Ik wil kinderen voorhouden dat het gaat om leven, niet om overleven, concurreren, vechten, je plaats opeisen. Maar dat stuit op weerstand in ons economische systeem, dat als het ware een soort religie is. Alles moet daar meetbaar zijn, terwijl het juist goed is om ruimte en vertrouwen te geven. Vertrouwen dat geef je, terwijl je niet weet hoe de ander daarop zal handelen. Daar is dus een risico aan verbonden. Maar dat risico is juist de pracht van onderwijs.’ Als kernwaarden gaat Biesta uit van ecologie, democratie en zorg. ‘Die leren mensen om verder te denken dan zichzelf en te kijken naar andere mensen en de planeet.’

Olifantenpaadjes

Akkerman concludeert aan de hand van de veertien interviews dat er maatschappelijk een hoop mis is. Maar hij merkt ook dat men dat begint te beseffen en we daarom op een kantelpunt beginnen te komen. Ondanks het hardnekkige systeem komen er op de drie niveaus van burgers, bedrijven en overheid veranderingen op gang. Er ontstaan steeds meer olifantenpaadjes (de paadjes die mensen zelf maken, om van keurig aangelegde wegen af te wijken en die door het vele gebruik steeds verder worden ingebed, zie ook: olifantenpaadjes.nl). Het gaat niet meer om door utopische architecten bedachte wegen en projecten, maar om groepen mensen die de stoute schoenen aantrekken om zelf een weg te vinden.

Mijn gekozen waardering € -