“Ik wou dat ik je pijn weg kon nemen, of in ieder geval de mensen die jouw pijn vergelijken met de dood van hun hamster.” Caroline Griep, schrijfster van het boek Lieve Facebook-vrienden, ik heb borstkanker schreef een korte handleiding “Hoe om te gaan met een ernstige zieke vriend(in)”.

Je vriendin hoort dat ze borstkanker heeft. Of een andere nare ziekte. De behandeling gaat best lang duren. Je wilt haar helpen, maar vraagt je steeds af: hoe dan? Doe ik het wel goed? Wat moet ik zeggen? Zit ze hier op te wachten? Iemand tot steun zijn is nog helemaal niet zo eenvoudig. Om hulp vragen is trouwens ook een vak apart. Daarom 10 ervaringsdeskundige tips voor patiënten en vooral ook voor iedereen die met hen meeleeft. Zodat er in barre tijden niet onnodig (en onbedoeld) vriendschappen sneuvelen…

– Aandacht vond ik heel fijn: berichtjes, kaarten, mails, bloemen, cadeautjes, het hielp enorm om te beseffen dat er aan me werd gedacht. Aan één ding had ik echter helemaal geen behoefte: bellen. Mijn telefoon stond vrijwel altijd op stil omdat ik anders de hele dag hetzelfde verhaal over mijn Buitengewone Borstkanker Belevenissen zou moeten ophangen. Misschien handig om als vriendin van tevoren te appen: even bellen? En misschien ook toevoegen: eerlijk zeggen als je er geen zin in hebt. Dat geldt eigenlijk voor alles wat je aanbiedt.

– Verwacht geen antwoord of bedankjes, het leven van een patiënt is namelijk nogal een mallemolen. Soms is je energieniveau (zeker tijdens chemokuren) zó beneden nul dat uit bed komen en douchen al nauwelijks te doen is. Attent zijn is even niet aan de orde en je daar schuldig over voelen al helemaal niet. Ga er als vriendin gewoon van uit dat elk blijk van medeleven zeer wordt gewaardeerd.

– Als je niet weet wat je moet zeggen, is dat helemaal niet erg. Maar begin alsjeblieft niet over andere kankerpatiënten. Ik kreeg iemand op bezoek, die zei: ‘Ja, precies wat mijn vriendin had. Het zag er net als bij jou ook goed uit, maar drie jaar later kreeg ze een hersentumor.’ En bedankt.

– Zeggen ‘Als er iets is, ben ik er voor je, hoor’ is altijd goed bedoeld maar te vrijblijvend als je echt iets wilt betekenen. Net als ‘Je kunt me altijd bellen’. Voor veel mensen is om hulp vragen namelijk best een hobbel. Iemand vroeg me: ‘Wat heb je nodig?’ Nou, ik wilde op dat moment graag dat ze me naar mijn ziekenhuisfitness (dat bestaat) bracht omdat ik toen zelf niet durfde te rijden. Dat werd ons uitje, super blij mee.

– Als je op bezoek bent, vraag dan of je iets kunt doen: bed opmaken, wasje draaien, vuilniszak buitenzetten, strijken, verwelkte bloemen weggooien en vazen schoonmaken, oud papier en glas meenemen. Geloof me: als patiënt ga je dat niet uit jezelf vragen, zelfs niet aan je vriendinnen, terwijl je er wel heel blij mee bent. Ik zal nooit vergeten dat mijn regenjas werd gestreken, we zijn nóg niet uitgelachen…

– Een kookrooster met een groep vrienden en buurvrouwen is fantastisch: maandenlang werd er zo’n beetje elke avond voor me gezorgd als ik daar behoefte aan had. Goud waard! Gezellig ook. Niet te lang blijven, twee uurtjes of zo, precies goed. Afzeggen mocht ik altijd, ook op de dag zelf. Houd er rekening mee dat dat kan gebeuren, wees niet teleurgesteld, het heeft écht niks met jou te maken.

– Doktersafspraken deed ik liever niet alleen, omdat je soms simpelweg niet alles hoort wat er wordt gezegd. Schrijf de belangrijkste afspraken in je agenda en vraag tegen die tijd of er iemand is om mee te gaan. Persoonlijk vond ik dat bij chemo’s ook fijn, vooral de uren na thuiskomst als je geen idee hebt hoe het dit keer gaat uitpakken. Naar mijn bestralingen ging ik alleen, met de auto. Toch voelde ik me daar eerst wat schuldig over, omdat ik alle hulp afsloeg. Onzin natuurlijk.

– Het draaide inderdaad meestal om mij in die periode, maar ik vond het heel verdrietig toen ik merkte dat een goede vriendin problemen had en die niet aan mij vertelde, ‘omdat ik wel wat anders aan mijn hoofd had’. Kanker hebben is erg, maar niet meer mee mogen delen in het dagelijkse gedoe van je vriendinnen ook. Je voelt je soms al zo geïsoleerd door het medische circus, als een kind dat achter het raam moet toekijken hoe z’n vriendjes buiten aan het spelen zijn.

– Je kunt als patiënt nog steeds heel goed zelf nadenken, echt waar, al ben je dan wat hulpbehoevend of uit je doen, behandel iemand dus niet als een kleuter. Tuurlijk niet, denk je nu, maar het gaat met de beste bedoelingen mis voor je het in de gaten hebt. En ik kan je vertellen: door betutteling kan een vriendschap blijvende schade oplopen.

– Als alles achter de rug is, is het leven helaas niet in één klap weer ‘gewoon’, dat kan een stuk langer duren dan je nu denkt. Ook in die periode is het fijn als je nog speciale aandacht aan iemand besteedt. Zo helpt een van mijn beste vriendinnen mij nog altijd met het opruimen van mijn huis, voor ons is het dat een zeer gewaardeerd gezelligheidje geworden.

Dit was het: maak er wat van met elkaar, hoe naar en zwaar het soms ook is. Dan wordt het, ondanks alles, hopelijk toch een periode om later met genegenheid en plezier aan terug te denken. Ook dat weet ik inmiddels gelukkig uit ervaring.

Dit artikel is afkomstig uit het onlangs verschenen boek ‘Lieve Facebook-vrienden, ik heb borstkanker’, dat journalist Caroline Griep schreef over haar ziekte en herstel. Te koop voor €14,95 via o.a. Dutchbook of bol.com.

Caroline Griep is freelance journalist. Onlangs verscheen haar boek 'Lieve Facebook-vrienden, ik heb borstkanker'.