Afgelopen weekend is de 16e Tour d’Afrique van start gegaan. Een krankzinnige fietstocht van Caïro naar Kaapstad. En elk jaar – hoe kan het ook anders – doet een buitensporig aantal Nederlanders mee. Een hilarisch verslag van enkele jaren geleden. “Toch jammer dat die Ethiopiërs ons met stenen bekogelden.”

Lilongwe, Malawi. Op een bank in backpackerskamp Kiboko vertellen Hannie en Marius Bazuin, deelnemers aan de Tour d’Afrique hoe ze erbij zijn gekomen om aan deze tocht mee te gaan doen. “Ik heb er wel slapeloze nachten van gehad, hoor,” zegt Hannie (55). Marius (55), kaakchirurg te Wassenaar, zit naast haar en kijkt de andere kant op.

“Ik vond een stukje over deze tocht in de krant en dat liet ik aan mijn man zien. Hij is namelijk een fervent fietser. Maar na een paar weken hoorde ik hem tot mijn grote schrik zeggen dat-ie wel zin had om die tocht te maken. Met mij. En dat was nou ook weer niet de bedoeling. Het heeft me vervolgens weer een paar weken gekost om aan het idee te wennen. Maar toen we op een website de belevenissen van een ander middelbaar echtpaar lazen dat de tocht gemaakt had, begon ik er langzamerhand iets in te zien.”

Het afgelopen najaar hebben de Bazuins getraind in Thailand. Ze waren altijd gewend om fietstochten te maken op de tandem, maar speciaal voor deze tocht hadden ze nieuwe fietsen gekocht. Hannie: “Ik ben bang dat ik een waardeloze fietser ben, maar ik ben maar één keer aangereden en dat kunnen de meesten hier niet zeggen. Het gebeurde in Sudan, op een gravelweg. Ik reed aan de kant van de weg, maar de bestuurder van die auto zag me gewoon niet. Hij reed van achter op me in, ik vloog door de lucht en even dacht ik dat mijn laatste uur had geslagen. Ik was bont en blauw, maar verder had ik – ongelooflijk maar waar – helemaal niks.”

Sinds 5 jaar als freelancer gespecialiseerd in de zorg, haar besturing en haar organisatie, met af en toe nog een uitstapje naar iets anders. Mede-oprichter van De Scalpel, platform voor journalistiek over zorg & gezondheid (www.descalpel.nl).