Op 9 juni 1989 was Duncan van B. op zoek naar een vrouw. Lukraak belde hij aan op De Plantage in Kampen. Ceciel Bot (19) deed open. Een uur later was ze dood.

STEUN RO

Juni 2017. Duncan van B. vindt dat het nu wel genoeg is geweest. Van B., 46 jaar oud op dat moment, wil verder met zijn leven, zegt hij. Ruim 27 jaar zit hij nu al vast. Niet alleen vanwege de moord en verkrachting in 1989 op de negentienjarige Ceciel, die studeerde aan de kunstacademie in Kampen, maar ook voor twee brute verkrachtingen later dat jaar in zijn woonplaats Hoorn.

Zijn gevangenisstraf zit er al een tijdje op. Het is de tbs die hem nog altijd achter de tralies houdt. Behandeld wordt hij trouwens niet meer. Met die behandeling is twee jaar eerder, in 2015, al gestopt. Daar zat geen voortgang meer in, constateerden deskundigen.

“Zijn kernprobleem is seksueel sadisme”, verklaart één van die deskundigen tijdens de zaak waar in 2017 over de verlenging van Van B’s tbs wordt besloten.

“Ze vinden telkens wel wat nieuws”, reageert Van B. op die constatering. Volgens hem is die diagnose namelijk een hele recente.

In 2004 leek hij op de weg terug naar de maatschappij. In dat jaar ging hij ook voor het laatst met verlof.

Van B. laat weten dat hij zich gepasseerd voelt. “Ik ben altijd open geweest en wilde ook meewerken aan een behandeling. Maar ik loop op tegen vooroordelen”, zegt hij in de rechtszaal.

Kampen. Het Hanzestadje aan de IJssel, dat midden jaren tachtig zo’n dertigduizend inwoners kent, kampt met een wat stoffig imago. Christelijke partijen zwaaien er de behoudende scepter en zwarte kousen, lange rokken en hoedjes bepalen er op zondag het modebeeld. Het handjevol hogescholen dat zich in de jaren zeventig en tachtig aan de monding van de IJssel heeft genesteld (behalve de twee theologische hogescholen die er al waren, komen er bovendien een sociale academie, een toneelschool, een kunstacademie en een academie voor de journalistiek bij) zorgde voor wat leven in de brouwerij.

Zelf kwam ik er 1985 terecht, toen ik journalistiek ging studeren in de oude Van Heutzkazerne aan de Buiten Nieuwstraat. Mij sprak het knusse en het compacte van ’t stadje direct aan. Dat er weinig was dat écht op studenten was gericht, ach, ’t zou wat.

Hoewel… Ik was in ’85 nog maar koud gearriveerd, of het Swingcafé aan de Oudestraat werd gesloten wegens geluidsoverlast en burengerucht. Bleven over: de studentensoos in de Broederpoort (op dinsdag en donderdag ging het daar los), eetcafé De Moriaan aan de Boven Nieuwstraat (laatste ronde al om één uur), en een handjevol café’s. Zoals ’t Kroegje in de Geerstraat, Vredenburgh aan de Voorstraat, en The Pub, bij Gerrit van Vlijmen, aan De Plantage.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Maar, toegegeven: in vergelijking met veel andere studentensteden, was er in ‘t slaapstadje Kampen eigenlijk maar bar weinig loos. Er gebeurde eigenlijk nooit wat.

Dat verandert op 9 juni 1989. Het is de ochtend dat Duncan van B. ‘op zoek gaat naar een vrouw’. Van B. is afkomstig uit Hoorn, maar zit in het instituut De Dreef in Wapenveld. Daar zat hij vanwege een verkrachting die hij al op zestienjarige leeftijd had gepleegd, in 1986. Van B. voelt deze vrijdag een seksuele spanning. “En ik moest van die spanning af”, verklaart hij later. “Ik ging welbewust op zoek naar een vrouw.”

Van B. neemt de bus van kwart over zes van Wapenveld naar Zwolle, maar vindt daar niets van zijn gading. Gefrustreerd pakt hij vervolgens het boemeltje naar Kampen, een ritje van een minuut of tien. Met Kampen is hij bekend, want daar werkt hij, via een uitzendbureau.

Wie met de trein in Kampen arriveert, loopt via de IJsselburg zo het centrum van het Hanzestadje binnen. Wie vervolgens nog zo’n vijftig meter rechtdoor loopt, staat op De Plantage, een klein pleintje omzoomd door wat café’s. Soms is er markt op De Plantage, en bij mooi weer zitten de terrasjes er vol. Dat is vandaag niet het geval. Het is nog vroeg, en het is bovendien niet al te warm.

Van B. loopt via De Plantage, om de hoek bij café The Pub, het steegje in dat De Plantage (in het verlengde van de Hofstraat) verbindt met de Broederstraat. In dat steegje bevindt zich aan de rechterzijde één deur.

Die deur staat die vrijdagochtend open. De vele brievenbussen plus naamplaatjes verraden dat hier studenten wonen. Van B. loopt meteen door naar de tweede verdieping. Op de gang belt hij bij willekeurige deuren aan. Alleen de negentienjarige Ceciel doet open. Het meisje, afkomstige uit Gorssel, ten zuiden van Deventer, studeert aan de kunstacademie in de stad.

Van B. is eerst nog wat schuchter. Hij praat kort met Ceciel, en jokt daarbij dat hij zich in het appartement heeft vergist

Van B. is eerst nog wat schuchter. Hij praat kort met haar, en jokt daarbij had hij zich in het appartement heeft vergist. Hij maakt zich vervolgens uit de voeten.

Even later, nadat hij voldoende moed heeft verzameld, keert hij terug. Als Ceciel opnieuw opendoet, stapte hij resoluut naar binnen. Hij duwt haar de kamer in, gooit haar vervolgens ruw op de grond, scheurt de kleren van haar lijf, en zegt dat ze zich gedeisd moet houden. Vervolgens verkracht hij haar.

Na zijn gruweldaad heeft Duncan van B. dorst gekregen. Hij loopt naar de keuken om wat te drinken. Een snikkende Ceciel vraagt of ze haar kleren weer mag aantrekken. Dat mag. Maar terwijl Van B. zich laaft aan de kraan, ziet Ceciel haar kans schoon en probeert te vluchten. Ze staat al half in het portaal als Van B. haar toch nog weet vast te grijpen en haar weer naar binnen sleurt.

Op dat moment moeten bij hem de stoppen zijn doorgeslagen. Is het blinde paniek, zoals hij het zelf later omschreef? De angst om ontdekt te worden? Zo kalm als hij onmiddellijk na de verkrachting nog water was gaan drinken, zo is hij er nu van doordrongen dat Ceciel uit de weg geruimd moet worden. Ze mag hem niet verraden.

Tijdens de rechtszaak, op 21 juni 1990 in Zwolle, komen gruwelijke details naar voren. Er wordt verteld hoe Duncan van B. de snoeren van de telefoon en lamp stuk trekt, en daarmee een strop maakt. Hoe hij het uiteinde aan een verwarmingsbuis vastmaakt, Ceciel op een stoel zet, en de strop om haar nek schuift. Dat hij de stoel weg trapt, en dat vervolgens de snoeren breken, waardoor het meisje weer met haar voeten op de grond terechtkomt.

In rechtbankverslagen staat te lezen hoe het meisje geen kracht meer kan vinden om zich tegen haar belager te verweren. Hoe hij achter de televisie een coaxkabel ontwaart die wél sterk genoeg is. Hoe hij haar opnieuw op de stoel zet, deze andermaal wegschopt, waarna ze nu wel blijft hangen. Omdat ze blijft spartelen met armen en benen, bindt hij die vast met in stukken gescheurde repen van haar kleding, en stopte bovendien nog een kapot t-shirt in haar mond.

Omdat ze ondanks alles nog steeds beweegt, grijpt hij tenslotte een hockeystick. Daarmee slaat hij haar op haar strottenhoofd, tot vier maal toe. Dan gaat hij weg. Maar pas nadat hij nog een mooie riem, met daarop een paardenhoofd als gesp, en een fotocamera meeneemt. Zo lijkt het tenminste net alsof er een roofmoord is gepleegd, denkt hij.

In de dagen die volgen op de gruwelijke moord – en eigenlijk ook al op de dag zelf – wordt duidelijk hoe kil, berekenend, onbewogen en (dus) psychopatisch Van B. wel niet was. Zo koopt hij nog diezelfde vrijdag in Zwolle, op de terugweg naar Wapenveld, doodgemoedereerd een fotorolletje voor zijn zojuist verworven camera.

Als hij eerder dan normaal terugkeert op De Dreef in Wapenveld, merkt de directeur niets vreemds aan zijn gedrag. Ook een andere delinquent, die met Duncan in de kliniek zat, had niks aan hem gemerkt.

“Ik weet nog heel goed”, vertelde deze tegen misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink, “dat hij kwam binnenlopen om een uur of drie ’s middags. Op mijn verbaasde reactie wat hij al op de groep deed, reageerde hij dat er gestaakt werd op het werk en dat hij daarom al zo vroeg terug was. Vele jaren later verbaast het me nog steeds dat ik niks aan hem gemerkt heb. IJskoud gewoon.”

Een kleine week na de brute moord, drinkt Van B. al weer doodleuk een colaatje op een terrasje, recht tegenover het appartement van Ceciel

Een kleine week na de brute moord, drinkt Duncan van B, samen met twee vrienden, overigens al weer doodleuk een colaatje op een terrasje, recht tegenover het appartement van Ceciel. Alsof er een week eerder helemaal niets was voorgevallen.

Ceciel zou die vrijdagavond samen met haar zus naar een feestje in Joppe (nabij Gorssel) gaan. Als ze niet komt opdagen en ook geen gehoor geeft, wordt reeds het ergste vermoed. Vader Cees, een projectontwikkelaar die twee jaar eerder ook al zijn vrouw heeft verloren, zit in Engeland voor zaken, maar keert halsoverkop terug naar Nederland. Op zaterdagochtend rijdt hij naar Kampen, waar hij het ontzielde lichaam van zijn dochter aantreft. Ze moet ongeveer 24 uur eerder zijn overleden.

De gruwelijke moord slaat in Kampen in als een bom. De onrust neemt nog verder toe, als de Telegraaf onmiddellijk een verband legt met de verdwijning van Ineke Keizer uit Dronten, óók een studente aan de Kunstacademie, bijna drie weken eerder.

‘Ceciel kwam hier vaak in het café met vriendinnen’, vertelt uitbater Dick Groenveld van eetcafé De Moriaan tegen de krant. Ceciel had op de nominatie gestaan voor een baantje, om in ’t café te gaan helpen achter de bar. “Dat wilde ze graag om wat bij te verdienen. Ze gedroeg zich heel netjes en ging nooit met vreemde mensen om.”

De politie weet aanvankelijk niet waar ze het moet zoeken. Zo zal later naar buiten komen dat er een lijst is gemaakt met daarop de namen van maar liefst zevenduizend potentiële daders. Als leeftijdsgenoot die in dezelfde kringen verkeerde, heb ik ook vast en zeker op die lijst gestaan.

Maar daarbij blijft het niet. De politie maakt bovendien bekend dat ze het – waarschijnlijk op basis van de manier waarop Ceciel is opgehangen – in de sm-hoek zoekt. Waaróm ze het in vredesnaam naar buiten brengen mag Joost weten, maar goed. “Het bijstandsteam heeft een aantal sadomasochistische films gehuurd”, meldt de Telegraaf uit de mond van een woordvoerder. “Om thuis te raken in de wereld van de sm.” Bovendien, schrijft de krant, zoekt de politie inmiddels uit welke inwoners van Kampen in de afgelopen tijd dergelijke films hebben gehuurd.

Ondertussen draait het roddelcircuit in de Kamper studentenscene op volle toeren. Daarin duikt steeds één naam op. Die van Johan K. K. is een wat zonderlinge figuur, die zich ophoudt in de wereld van studenten. Over zijn achtergrond doen de wildste verhalen. Over hem wordt gezegd dat ie een gesjeesde leraar wiskunde is, die op een goed moment is doorgedraaid. De kortsluiting in z’n bovenkamer is nooit meer helemaal goed gekomen, naar het schijnt. Maar niemand die écht weet hoe de vork in de steel zit.

K. heeft echter – voor zover bekend – nog nooit een vlieg kwaad gedaan. Toch is zijn gedrag inderdaad wat zonderling. Zo maakt hij er in bijvoorbeeld in eetcafé De Moriaan een gewoonte van om meisjes minutenlang aan te staren – zonder daarbij iets te zeggen. De geruchten willen bovendien dat hij wel ‘ns studentes op hun weg terug naar huis achtervolgde.

Sterke verhalen? Kwaadaardige roddel? Wie zal het zeggen. Het is dan echter nog maar een kwestie van tijd voor K. wordt gearresteerd. Hij ontkent (uiteraard) in alle toonaarden, maar de politie denkt kennelijk beet te hebben. Op basis waarvan is de vraag, maar de onschuldige K. blijft maar liefst zeventig dagen vastzitten op verdenking van de verkrachting en moord op Ceciel. Hij zou er later nog zeventigduizend gulden aan smartengeld voor krijgen.

Omdat de politie kennelijk toch niet helemaal zeker van z’n zaak is, worden er duizenden raamposters verspreid. Daarop prijkt, behalve de beeltenis van Ceciel , een foto van de ontvreemde riem en de gestolen fotocamera, een uitgeloofde beloning van maar liefst vijfentwintigduizend gulden.

Aan degene die aanwijzingen of inlichtingen verstrekt, die leiden tot de aanhouding, althans het bekend worden van de dader(s) van de moord op de negentienjarige Ceciel,” zo laat het pamflet lezen.

De zaak verschijnt bovendien in ‘Opsporing Verzocht’. Ook in De Dreef in Wapenveld wordt er naar het programma gekeken.

“Iedereen zat er in de televisiehoek naar te kijken, toen ook die zaak van Ceciel daarin voorbij kwam”, vertelde een bewoner tegen misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink. “En daarin werd een riem getoond met een gesp van een paardenhoofd. Wat blijkt nou: die Duncan had die riem om tijdens die uitzending, en één van de jongens zag dat. Die maakte nog een opmerking van: ‘Hé Duncan, jij hebt dezelfde riem!’ Maar na een ontwijkend antwoord ging het gesprek weer over andere dingen.”

Die jongen, vervolgt Korterink, is ’s nachts z’n bed uitgegaan, en heeft z’n verhaal gedaan aan de nachtdienst. Vertelde dat Duncan dezelfde riem had, dat Duncan in Kampen werkte en dat hij er niet van kon slapen. “Dat balletje is toen gaan rollen. Drie dagen later werd Duncan gearresteerd.”

Dat moet dan op bijna hetzelfde moment zijn geweest dat de politie in Van B.’s woonplaats Hoorn onderzoek doet naar een dubbele verkrachting, waaronder die van een veertienjarig meisje, die op 3 december 1989 had plaats gevonden. Van B. werd een dag na het vergrijp gearresteerd.

Een rechercheur herinnerde zich plotseling dat hij in een dossier iets over eenzelfde zeemansknoop had gelezen: In dat van de moord op Ceciel!

Tijdens de verkrachting waren de meisje vastgebonden geweest, waarbij een typische knoop was gebruikt. Een zogenaamde zeemansknoop. De dienstdoende rechercheur herinnerde zich een week na de aanhouding van Van B. in Hoorn dat hij eerder iets over een dergelijke knoop had gelezen. En warempel: opeens schoot hem te binnen dat hij het had zien staan in het dossier van de moord op Ceciel, in Kampen. Later zou blijken dat Van B. de bewuste knoop had geleerd te leggen tijdens een project over garnalenvissen.

Overigens geven de diverse krantenverslagen nog uiteenlopende lezingen over het moordwapen, en waar het werd aangetroffen.

Zo schrijft De Volkskrant dat de hockeystick in het appartement van Ceciel was aangetroffen, met daarop de vingerafdrukken van Duncan van B. Dat lijkt inderdaad het meest waarschijnlijke scenario, met deze kanttekening: in dat geval had Van B. vrijwel onmiddellijk na de moord óók al kunnen worden gearresteerd. Na zijn eerste zedendelict in 1986, hadden zijn vingerafdrukken immers al lang en breed in het centrale databank voor dilactoscopische gegevens moeten zitten.

Het Parool heeft een compleet andere lezing. Die krant schrijft dat de hockeystick in het huis van Van B. is aangetroffen, maar daarop nog de vingerafdrukken van Ceciel. Ook dat zou kunnen, al zou dat wél betekenen dat Van B. behalve de camera en de riem óók de hockeystick mee moet hebben genomen naar eerst Wapenveld en vervolgens Hoorn. En er is niemand die Van B. ooit met het opvallende attribuut heeft gezien.

Achteraf gezien doet het wellicht ook niet meer ter zake. Verdachte Duncan van B. bekent de moord op Ceciel. “Ik heb het gedaan.”

21 juni 1990. Tijdens de strafzaak in Zwolle zegt Officier van Justitie Van Zevenbergen-Joele geen woorden te kunnen vinden die de ‘sadistische wrede wijze waarop Ceciel van het leven is beroofd’ kunnen weergeven. “Het is onvoorstelbaar”, zegt ze, “dat een mens een ander mens op zo’n gruwelijke manier om het leven brengt. Zelfs in de dierenwereld zijn er geen dieren die hun eigen soort op een dergelijke afschuwelijke wijze doden.”

Als rechtbankpresident Weenink citeert uit de verhoren met Duncan van B., komt er een uiterst kille persoonlijkheid naar voren. De verhorende rechercheurs waren geschokt bij het horen van zoveel onverschilligheid.

“Ik zit vast, nou best”, had Van B. gezegd. “Het interesseert me verder niet dat dat meisje dood is. Er gaan elke dag duizenden mensen dood. Daaraan heb ik m’n steentje bijgedragen. Als ik over tien jaar weer vrijkom, vermoord ik er weer een. Dan zit ik weer vast.”

Of hij nog achter die woorden stond, wil mr. Weenink weten. “Dat meende ik niet”, antwoordt Van B.

In de Zwolse rechtbank komen ook gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum met een onthutsend rapport op de proppen.

Van B. heeft een psychopatisch-narcistische persoonlijkheid, is egocentrisch en heeft schijt aan normen en waarden, zegt het Pieter Baan-rapport

Houdt u vast: Van B. heeft een schrikbarend gebrek aan inlevingsvermogen, heeft een psychopatisch-narcistische persoonlijkheid ontwikkeld, is egocentrisch, en heeft schijt aan normen en waarden.

En de oorzaak? Van B. komt uit een totaal verknipt milieu, en kende een opvoeding die doortrokken was van fysiek en seksueel geweld. De thuissituatie wordt in het Pieter Baan-rapport geschetst als een ‘pervers gezinsscenario’. Dat Van B. scheef groeide, is dan ook absoluut geen wonder. Voorbeeldje? Op z’n verjaardag kreeg hij van z’n moeder geld ‘voor een bezoekje aan de hoeren’.

“Emotioneel gezien is hij stekeblind”, concludeert het Pieter Baan, dat adviseert om de behandeling van de knaap zo snel mogelijk te laten beginnen.

Intussen zijn we 29 jaar verder. De moord zelf is zelfs al dik dertig jaar geleden. En Duncan van B. zit nog altijd vast. Want zijn verzoek om invrijheidstelling, waar dit verhaal mee begon, werd niet ingewilligd. Behandelen heeft geen zin meer, zeggen de deskundigen, maar kennelijk is ’t evenmin verantwoord om hem maar zo te laten gaan…

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
De interesses van Geert Jan Darwinkel zijn legio. Van (Amerikaanse) sport, tot film, human interest, lifestyle, muziek en reizen. GJ is old skool, maar toch reuze bij de tijd.