Belgische parlementsleden Koen Metsu en Georges Dallemagne bezochten het Koerdische gebied in Noord-Oost Syrië. Ze kwamen terug met 50 concrete medische dossiers van gewone Koerdische strijdkrachten en het verzoek ze in België te laten verzorgen. Dit zorgt natuurlijk voor politieke druk en een aantal administratieve problemen.

STEUN RO

Een Belgische delegatie van parlementsleden en humanitaire werkers, waaronder Koen Metsu (N-VA) en Georges Dallemagne (cdH), bezocht begin December de semi-autonome regio in Noord-Oost Syrië die door de Koerdische rebellen geleid wordt. Volgens de parlementsleden ging het bezoek eigenlijk om veiligheidsvraagstukken, humanitaire vraagstukken, en bovenal de handelingswijze met Belgische jihadisten en hun vrouwen en kinderen, die nu in het gebied gevangen zitten. OCAM schatte verleden jaar dat er 15 vrouwen en 45 kinderen uit België in al-Hol kamp verblijven. Al-Hol wordt door de RSI ook wel Europa’s Guantanamo genoemd. Het is een grote aaneenschakeling van tentjes, omheind met prikkeldraad in een woestijngebied in Noord-Oost Syrië. Duizenden vrouwen en kinderen van buitenlandse jihadisten worden hier opgevangen, in afwachting op repatriëring. De Syrische families zijn inmiddels al naar huis, die hebben de Koerden eerder dit jaar vrijgelaten. Leven in dit kamp is enorm gevaarlijk, regelmatig steken de veelal vrouwelijke bewoners van dit kamp elkaar neer om allerlei religieuze disputen, geld of diefstal.

Echter, volgens Jihad Omar, vertegenwoordiger van de ‘Syrische Democratische Raad’ (het politieke component van de Syrische Democratische Strijdkrachten, een netwerk van bewapende milities die door de Koerden geleid worden) hebben beiden partijen het ook nog over andere dingen gehad, namelijk over oplossingen voor de Syrische crisis, de representatie van de Koerdische semi-autonome regio in Noord-Oost Syrië, bilaterale samenwerking tussen België en de Koerden (en ook de ISIS gevangenen) gehad.

Jihad Omar verklaarde aan Koerdisch nieuwsagentschap ANHA: “We hebben met druk uitgelegd dat er nood is aan een Belgische vertegenwoordiging in de regio, omdat dit andere partijen, organisaties en machten aanmoedigt om eenzelfde stap te ondernemen”.

De Belgische delegatie keerde weer van hun bezoek met een zeer interessant vraagstuk. Metsu en Dallemagne kwamen thuis met concrete medische dossiers van 50 Koerdische strijders die ze willen laten verzorgen in België. (Hee, het ging toch om onze Belgische jihadisten?) Deze hadden ze leren kennen aan een bezoek aan een Koerdische stichting voor gewonde militieleden in Qamishlo.

Haken en ogen..

Aan de gewenste inreis van 50 Koerdische strijders zitten natuurlijk wel nog een paar haken en ogen vast. Een actie als deze veroorzaakt namelijk behoorlijk wat politieke druk. Deze Koerdische strijders zijn namelijk onlosmakelijk verbonden aan de PKK, een organisatie die ook door België als terroristisch wordt bevonden. Daarnaast heeft de PKK ook problemen met de andere Koerdische partijen, een lijstje van schendingen van de mensenrechten begaan, en heeft het jarenlang rivaliserende partijen zoals ENKS uit het door hen bezette stukje Syrië verbannen. Enkele dagen geleden hebben ze nog met 50 man geprobeerd om Iraaks Koerdistan te infiltreren, wat resulteerde in een vuurgevecht.

Natuurlijk, de Koerden zijn ‘s werelds grootste staatloze minderheid, ze worden in Turkije vervolgd, en de normale burger daar in Syrië (niet alleen de Koerden, maar elke Syriër) verdient ook hulp. Maar welke partij gaan we dan precies steunen? Er is namelijk een compleet ABC van Koerdische partijen. Vertegenwoordigt de PKK het Koerdische volk wel echt, of is het in werkelijkheid een van de zovele splinterpartijen? Zullen we de PKK ook maar van de terreurlijst afhalen dan? Een actie als deze roept de nodige vragen op.

Als deze vragen beantwoord zijn, blijven er ook nog enkele praktische zaken over. Om deze strijders te kunnen overbrengen, is namelijk een visum kort verblijf nodig, die door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie moet worden toegekend. Dat moet natuurlijk goed geevalueerd en gecontroleerd gebeuren. In de SDF vechten namelijk niet alleen Syrische Koerden, maar ook Koerden uit Turkije, Irak en Iran. Deze die-hard PKK kaders zijn vaak al jaren bij deze partij en leiden de Syrische recruten in hun gevecht. Punt is, deze groep strijders worden vaak in hun thuisland gezocht, en bezitten dus ook geen geldig paspoort meer. En als de evaluatie, controles, ziekenhuisbezoek, revalidatie enz. gedaan is, keren die strijders dan na in onze hospitalen opgelapt te worden ook wel weer terug?

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Hedwig is een zeventalige Belgische auteur. Zij vertoeft graag in het Midden-Oosten en brengt daar verslag van de huidige stand van zaken. Haar favoriete onderwerpen zijn dan ook Iran, Syrië, en de Koerdische kwestie. Daarnaast schrijft Hedwig over allerhande onderwerpen die zij zelf interessant of bizar vindt. Denk daarbij aan kwesties in de Europese politiek, geschiedenis en True Crime. Naast de gebruikelijk Europese talen (Nederlands/Frans/Engels/Duits), spreekt Hedwig vloeiend Turks, Koerdisch en Perzisch. Momenteel verdiept zij zich ook in de Arabische taal. Je kunt haar e-mailen en terug vinden op twitter. Ze schrijft sporadisch over de verschillende Koerdische partijen op haar eigen engelstalige blog.