50 shades of Orange – 12

In de aanloop van de troonswisseling publiceert Mariëtta Nollen elke dag een passage uit haar roman 'Ik, Beatrix'. Nu: Hond.

Haar auto stond stil achter die van Alexander en Máxima. Het protocol schreef voor dat Beatrix als laatste binnenkwam en als eerste weer weg mocht. In de praktijk betekende dat soms lang wachten.

Alexander was in vol militair ornaat. Máxima, net als zij, in het zwart. Haar zoon hielp zijn vrouw bij het uitstappen. Galant, zoals Claus hem dat had geleerd. Burgemeester Cohen stak ook een handje toe. Alexander, Cohen, het hofpersoneel en alle beveiligers – iedereen keek naar Máxima. Ook Beatrix strekte haar hals. Wat had ze op haar hoofd? Een soort zwarte knoedel met veertjes. Dat was toch geen hoed? Beatrix legde haar hand op het warme zwarte lijf van Balthus. Die ging gealarmeerd rechtop zitten. Hij keek naar buiten alsof ook hij wilde zien wat Máxima nu weer had bedacht. Toen keek hij haar aan. Beatrix haalde haar schouders op, als om te zeggen dat zij niet bij machte was iets aan dat hoofddeksel te veranderen.

‘Jij blijft zo hier,’ sprak ze hem moederlijk toe. Ze klopte hem op zijn rug. ‘Baasje moet zo weer even voor koningin spelen.’

Aan de beweging van zijn hoofd wist ze dat haar chauffeur haar gadesloeg via zijn binnenspiegel. Ze keek snel van hem weg – naar buiten. Laat hem maar denken, dacht ze. Ze praatte tegen haar hond. So what?

'Ik, Beatrix' van Mariëtta Nollen als e-book bestellen? Zie hier voor meer informatie.

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord