In de aanloop van de troonswisseling publiceert MariĆ«tta Nollen elke dag een passage uit haar roman ‘Ik, Beatrix’. Nu: Roken.

STEUN RO

Ze had zich even teruggetrokken in het kabinet van haar grootmoeder en rookte een sigaret. Nou en? Het kon haar niets schelen dat iedereen het zou ruiken. Ze had deze sigaret nodig. Ze hadden natuurlijk weer niet voor asbakken gezorgd en ze had er niet om willen vragen. Dus tipte ze de as op het schoteltje van haar theekopje. Het kon haar zelfs niet schelen dat iedereen zou zien dat zij haar as op schoteltjes deponeerde. Haar vader had zich ongans gerookt, de ene minnares na de andere versleten, de wet aan zijn laars gelapt en het opportunisme tot hoogste macht verheven. En hij had meer voor elkaar gekregen dan zij met dit zorgvuldig opgebouwde waardige koningschap.

Een roffel op de deur trok haar uit haar gedachten. Haastig drukte ze haar sigaret uit en schoof het schoteltje op de boeken hoog in de kast. Ze wapperde de laatste rook weg en schraapte haar keel.

‘Wie is daar?’ zei ze. Ze duwde haar handen in elkaar en haar gezicht in de plooi. Zo stond zij – vorstelijk afstandelijk – te wachten op degene die haar durfde te storen.

‘Wat doe jij hier?’ vroeg Irene.  

Beatrix herademde en ontspande zich weer.

‘Ik moest even roken,’ zei ze. 

'Ik, Beatrix' van Mariëtta Nollen als e-book bestellen? Zie hier voor meer informatie.

    Geef een antwoord