In de aanloop van de troonswisseling publiceert MariĆ«tta Nollen elke dag een passage uit haar roman ‘Ik, Beatrix’. Nu: Oma.

STEUN RO

‘Dat is oma niet.’

Een warm handje betastte haar gezicht. Voorzichtig. Een vederlichte adem streek langs haar oor. Ze hield haar ogen dicht. Was ze echt wakker?

‘Dat is oma wel. Kijk dan.’

Ze ademde uit. Voorzichtig. Ze waren zo dichtbij.

‘Dat is een vreemde mevrouw in oma’s bed!’ Het fluisterstemmetje was van haar kleinzoon. Ze voelde een lach uit de diepte opborrelen en zich in de plooien van haar mond nestelen.

Ze hoorden hun voetjes dribbelen. Met hoeveel waren ze? Met alle zes, of alleen de oudsten?

‘Jongens. Laat oma eens slapen.’ Dat was Constantijn. Hij klonk verder weg, alsof hij bij de deur stond.

‘Claus zegt dat dit oma niet is’, zei Eloise.

‘Oma heeft anders haar’, zei haar broertje stellig.

Ze trok het dekbed voorzichtig over haar mond, om haar lach te verbergen.

‘Kom jongens. We gaan eten,’ zei Constantijn.

Ze hoorde voetjes die zich verwijderden, maar Claus was er nog. Ze kon zijn snottebellenademhaling horen. Een vingertje ving haar haar. Voelde eraan. Zacht en voorzichtig. Ze wilde zich er dichter tegenaan schurken om zich te warmen. Zijn andere handje ook voelen en zijn gezicht zien. Maar als ze haar ogen zou openen, zou ze het broze moment verstoren. Zou hij weg zijn.

'Ik, Beatrix' van Mariëtta Nollen als e-book bestellen? Zie hier voor meer informatie.

    Geef een antwoord