In de aanloop van de troonswisseling publiceert Mariëtta Nollen elke dag een passage uit haar roman ‘Ik, Beatrix’. Nu: Loslaten.

STEUN RO

‘Je moet niet alles onder controle willen hebben, dan raak je verkrampt. Je moet durven loslaten en je laten meevoeren met de stroom.’

Dat had Claus gezegd. En hij had gelijk. Deze angst was een gevangenis.

Maar hoe moest dat? Loslaten? En kon ze zich dat permitteren? Claus had zich laten gaan en had zichzelf gemuilkorfd en vastgebonden teruggevonden in de Zwitserse kliniek van dokter Kielholz. En de stromen waarop haar ouders zich hadden laten meevoeren – haar moeder op die van Greet Hofmans, haar vader op die van vrouwen en geld – hadden ook alleen maar ellende gebracht.

Hoe had zij met die voorbeelden haar passen anders kunnen zetten dan weloverwogen? Ze had nooit de ruimte gehad om uit de band te springen. Andere mensen hadden een keuze hoe ze wilden zijn – toegankelijk, gezellig, een periode een beetje gek, emotioneel, enzovoort. Maar zij niet. Zij moest zich altijd inhouden en had ruwweg drie gezichtsuitdrukkingen tot haar beschikking: vriendelijk lachend, ernstig luisterend en blanco – die laatste was nog het moeilijkst. Het waren maskers waarmee ze alles en iedereen op afstand hield. Veilig. En eenzaam.

'Ik, Beatrix' van Mariëtta Nollen als e-book bestellen? Zie hier voor meer informatie.

    Geef een antwoord