In de aanloop van de troonswisseling publiceert Mariëtta Nollen elke dag een passage uit haar roman ‘Ik, Beatrix’. Nu: Vis

STEUN RO

Beatrix keek naar het water voor zich. De golfjes likten aan haar voeten.

Doe het.

In een snelle beweging trok ze haar blouse van haar schouders en liet ze haar rok naar beneden vallen.

Nu haar ondergoed.

Ze ademde een paar keer diep in, voor haar handen naar de haakjes op haar rug grepen. Een geroutineerde beweging en ze waren los. Ze aarzelde een moment en keek nogmaals goed om zich heen. Er was toch echt niemand?

Er was echt niemand.

Ze liet de bandjes langs haar armen afglijden en voelde de koele wind haar borsten strelen. Wat als iemand haar nu zou zien? Ze zou de schaamte nooit te boven komen. Tegelijkertijd was dat ook een opwindende gedachte.

Niet denken – doen.

Met een snelle beweging trok ze alles uit. En daar stond ze – spiernaakt.

Ze legde haar ondergoed bij de rest van haar kleding en rende het water in. Het was alsof de koelte haar omhelsde en zij daar hoorde. Glad en soepel was ze – als een vis. Ze dook onder en dreef uit op haar rug, met haar tenen en borsten omhoog. Een eiland van lucht, vet en botten.

Vanuit haar onderbuik perste zich een lach omhoog. Ze was vrij!

'Ik, Beatrix' van Mariëtta Nollen als e-book bestellen? Zie hier voor meer informatie.

    Geef een antwoord