50 shades of Orange – 36

In de aanloop van de troonswisseling publiceert Mariëtta Nollen elke dag een passage uit haar roman 'Ik, Beatrix'. Nu: Gek.

Beatrix keek naar het oogloze en vervormde hoofd van Claus en voelde een vreemde opwinding via haar staartbeen naar boven kruipen. Ze bracht een hand naar haar mond en beet op haar nagel. Likte met haar tong de klei weg. Natuurlijk, ze kon nog stoppen en de buste herstellen. Zijn ogen opnieuw opbouwen en de schedel fatsoeneren. Maar in plaats daarvan greep ze de neus vast en draaide die er af. Ze hijgde een beetje en haalde met een scheve grijns haar schouders op. De klei van onder haar nagel knarste nu tussen haar tanden. Toen pakte ze de kop en tilde hem met twee handen op tot boven haar hoofd. Ze smeet het ding met al haar kracht tegen de grond. Ze gilde er ook bij – een geluid dat op lachen leek.

Daar lag hij. Kapot. Dood.

Ze schopte haar pantoffels uit en plantte haar blote voeten bovenop de kop. Liet haar volle gewicht erin zakken. Zag het gezicht van haar echtgenoot met een laatste gruwelijke grijns verdwijnen. Plat worden. Als een pannenkoek.

Zo. Ze veegde haar handen af aan haar ochtendjas en zocht in haar zakken naar haar sigaretten. Ze rukte de gordijnen open en drukte haar neus tegen het koude glas. Schokschouderend. Zo voelde het dus om gek te zijn. Wist zij dat ook eens.

'Ik, Beatrix' van Mariëtta Nollen als e-book bestellen? Klik hier!

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord