Daar is ze weer. Die vrouw. Ik kijk vanuit het autoraam naar links, en zie, zoals altijd, slechts haar hoofd. ‘Het Vrouwtje van Putten’, ofwel ‘De Treurende Weduwe’. Ik heb wel eens wat over haar gelezen – ik woon immers in het dorp hiernaast, maar daar blijft het ook bij.

STEUN RO

Ik kom hier voor het eerst. En dat is omdat ik nu toevallig een verhaal over dit onderwerp schrijf. Ook in die zes jaar dat ik op de middelbare school zat, hier nog geen tien minuten vandaan, heeft niemand mij ooit wat over deze vrouw verteld. Niemand.

De vraag is nu hoe ik bij haar kom, want ik wil haar ontmoeten. Ik neem de derde afslag op de rotonde en kijk om me heen. Plotseling zie ik een kleine parkeerplaats. Resoluut draai ik het stuur naar rechts en rijd ernaartoe. Ik zet de auto in zijn achteruit en bemachtig een mooi plekje. Mijn klamme handen glijden even weg bij het uitstappen. Het zijn de zenuwen. Ik voel een verleden, ik ruik een verleden. Het licht is zeer fel, maar de zonnebril in het dashboardkastje vind ik onfatsoenlijk. Ik zet mijn hand horizontaal tegen het voorhoofd en kijk rond.

Ik ontwaar de mysterieuze vrouw. Opnieuw steekt alleen haar hoofd boven de groene heg uit. Om haar te ontmoeten, hoef ik alleen nog maar de bocht in de Dorpsstraat over te steken. Wanneer mijn blik de bocht volgt, verschijnt er ineens een grijs object in mijn ooghoek. Dikke, witte letters vormen ‘OKTOBER 44’ op de zijkant. Een vrij opvallend, kubusvormig gebouw dat me nu pas opvalt. Evenals het bordje naast de parkeerplaats. ‘Gedachtenisruimte’.

(De locatie van de aanslag op de auto met Duitse officieren)