Betrouwbare cijfers over zelfstandigen zonder personeel moet je met een lantarentje zoeken. En dat blijft nog even zo.

STEUN RO

In 2011 waren er in Nederland alles bij elkaar 7,4 miljoen mensen die meer dan 12 uur per week werkten. Daarvan stonden er 728.000 te boek als zelfstandige zonder personeel: krap 10%. De meeste zzp'ers werkten in de agrarische sector. Daar maakten 68.000 zzp'ers samen 38% uit van de totale werkende bevolking. De bouw kwam op de tweede plaats met 20% zzp'ers, de zakelijke dienstverlening op de derde plaats met 16%. Bij de overheid werkten naar verhouding de minste zzp'ers: nog geen half procent.

Sinds 2002 is het totale aantal zzp'ers in Nederland meer dan verdubbeld. Door de crisis is de onstuimige groei die we de laatste jaren hebben gezien echter verleden tijd. Het aantal van een miljoen zzp'ers waar nog niet zo lang geleden over werd gesproken, gaan we dit decennium niet meer halen.

Flexbarometer

Deze cijfers komen uit de onlangs gelanceerde Flexbarometer van TNO, de Algemene Bond van Uitzendbureaus en de vakcentrale FNV. Op www.flexbarometer.nl presenteren zij op een interactieve manier informatie over verschillende categorieën flexwerkers en hun positie op de arbeidsmarkt. De echte ondernemers onder de zzp'ers zullen er wel moeite mee hebben om onder de flexwerkers te worden geschaard, maar een kniesoor die daarop let.

Van oudsher is er aan cijfers over werknemers en mensen met een uitkering geen gebrek, in statistisch Nederland. Daarvan getuigen de koopkrachtplaatjes en de puntenwolken waarmee het CBS ieder jaar na Prinsjesdag luister bijzet aan de rijksbegroting. In schril contrast tot de even omvangrijke als gedetailleerde kennis over die groepen staat het gebrek aan inzicht in de situatie van zelfstandige ondernemers. Met name over de zzp'ers onder hen en de zelfstandigen met een tot vijf werknemers is veel minder bekend.

Koopkrachtplaatjes

Het gebrek aan actuele en betrouwbare gegevens over zelfstandigen deed zich vorig jaar november pijnlijk voelen toen het NIBUD de effecten had doorgerekend die het regeerakkoord van VVD en PvdA zou hebben op de koopkracht van de verschillende groepen. Voor iedere denkbare subgroep van de Nederlandse bevolking in elke mogelijke variatie was er een plaatje gemaakt, behalve voor de zelfstandige ondernemers en de zzp'ers.

Het gebrek aan inzicht in de koopkrachteffecten van Rutte-II voor zelfstandigen was des schrijnender omdat in de aanloop naar de verkiezingen aan het licht was gekomen dat de PvdA zzp'ers wilde uitzonderen van de voor alle werkende Nederlanders geldende arbeidskorting in de inkomstenbelasting van 1.600 euro. Bovendien waren net de contouren bekend geworden van het advies van de commissie Van Dijkhuizen over de hervorming van het belastingstelsel, waardoor de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek zouden verdwijnen.

Opheldering

De belangenorganisaties van zzp'ers stonden op hun achterste benen, en Jesse Klaver van Groen Links dwong in de Tweede Kamer het kabinet de toezegging af van een brief waarin opheldering zou moeten worden verschaft. De kersverse minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher zei toen al dat de kamer zich daar niet te veel bij voor moest stellen. En inderdaad: we zijn inmiddels drie maanden verder en de brievenbus aan het Binnenhof heeft nog niet geklepperd.

Toch is de noodzaak van actuele en betrouwbare gegevens evident. Niet alleen omdat ook zelfstandige ondernemers en zzp'ers graag op tijd willen weten hoeveel bestedingsruimte zij de komende jaren overhouden. Maar ook omdat het kabinet dringend de innovatie en de werkgelegenheid moet zien te bevorderen. Anders komt Nederland nooit uit de crisis. Zelfstandigen zijn altijd een belangrijke factor geweest  bij economische ontwikkeling, en als overheidsbeleid die zelfstandigen raakt dan wil je wel weten hoe.

Bronnen

De Flexbarometer van TNO, ABU en FNV zou een nuttig instrument kunnen zijn. Voor de politiek om het beleid te onderbouwen en voor de zelfstandigen om een goede inschatting te maken hun situatie en hun vooruitzichten. Zo ver is het echter nog lang niet. De barometer kan per definitie nooit beter zijn dan de cijfers die je erin stopt.

Zoals het nu gaat, wordt de Flexbarometer gevoed met gegevens uit drie belangrijke bronnen. Dat zijn de Enquête Beroepsbevolking (EBB) van het CBS, de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Centraal Bureau voor de Statistiek en TNO, en de Werkgeversenquête Arbeidsomstandigheden (WEA) van het Ministerie van SZW. Veel beter kun je het op dit moment niet krijgen, maar daarmee is dan ook meteen alles gezegd.

Achteruitkijken

De grootste makke van alle drie de gebruikte onderzoeken is dat ze achteruitkijken. De Flexbarometer zoals hij nu op internet staat geeft de situatie weer van eind 2011. Dat kan moeilijk anders, want over 2012 heeft ook het CBS nog geen definitief beeld. En er is de afgelopen veertien maanden natuurlijk wel het een ander gebeurd in economie en samenleving. Dat de double dip zich ontpopte tot een triple dip zal ongetwijfeld zijn weerslag hebben gehad, niet alleen op de huidige generatie zelfstandigen maar vooral ook op starters. Maar hoe? Joost mag het weten.

Een bijna even belangrijke beperking van de gebruikte onderzoeken is dat ze vooral kijken naar de input: hoeveel mannen en hoeveel vrouwen van welke leeftijd en met welke opleiding  werken waar, in welk verband, en voor hoeveel uur per week? Over het resultaat van hun inspanningen is veel minder bekend:  welke meerwaarde leveren zij voor hun eigen klanten en voor de samenleving in bredere zin, wat dragen zij bij aan innovatie en aan werkgelegenheid, en hoeveel (of hoe weinig) verdienen zij daarmee?

Vingeroefeningen

Soms zien we wel aanzetten tot onderzoek naar deze factoren. Een voorbeeld daarvan is de samenwerking van Panteia/EIM met het CBS. Daar proberen onderzoekers op een slimme manier gegevensbestanden te combineren die tot nu toe alleen maar los van elkaar gebruikt konden worden. Bijvoorbeeld om zicht te krijgen op de vergrijzing onder zelfstandigen en de gevolgen daarvan voor hun verdiencapaciteit. Vooralsnog blijft het echter bij vingeroefeningen.

Voordat we echt weten wat de bijdrage van zelfstandigen is aan economie en samenleving –  wie precies die zelfstandigen zijn, hoe het met hen gaat, en welke invloed het kabinetsbeleid op hen heeft – zijn we wel weer een paar jaar verder. In de tussentijd moeten we roeien met de riemen die we hebben.

Vanaf volgende week in DNP: Pierre Spaninks over ondernemen en ondernemers.

Pierre Spaninks is ZZP expert. Onderzoekt, spreekt, schrijft, adviseert. Elke zaterdag te horen bij BNR's ZZP Café. Elke zondag te lezen bij Reporters Online en op Quotenet. Te boeken via Speakers Academy.

Geef een antwoord