Het debuut ‘De bushsoldaat van Edith Tulp is een journalistieke roman spelend in Oeganda, een land van flagrante tegenstellingen.De strijd tegen schaamteloze corruptie door een Nederlander en een voormalig kindsoldaat stelt hun vriendschap op de proef. Deel 4

STEUN RO

Thomas maakte zich zorgen over de niet aflatende stroom van vrijgevochten meisjes in hun shorts en minirokjes, die in zijn hostel in Kampala trokken. Verdwaalde zeemeerminnen leken ze, aangespoeld in la-la-land dat ze alleen kenden van horen zeggen. Ze hadden geen idee waar ze waren. Ze wisten niets van het land waar de machtige rivier de Nijl ontsproot en goud gekroonde kraanvogels, trots afgebeeld op de nationale vlag, zo gewoon waren als in Nederland de mussen. De koningen van Buganda en Tooro waren hen vreemd en ze begrepen niet dat er buiten Kampala geen supermarkten bestonden, want waar haalden mensen dan hun vlees vandaan? Vaak stonden ze overstuur bij Thomas op de stoep, getraumatiseerd na het zien slachten van een kip of een geit met een machete in het dorp waar ze verbleven.

Uit hoofdstuk ‘Het Kantoor’ 

Waarin Thomas zich ontfermt over jonge vrijwilligsters en Mozes kennis maakt met een Nederlands meisje

De meisjes kwamen met hooggespannen verwachtingen. Op de televisie hadden ze zielige kinderen met hongeroedeem gezien. Op matjes op de grond, met vliegen op hun ingevallen gezichtjes, en ze hadden gedacht: als niemand het dan doet, dan kom ik wel om die kindjes te knuffelen. Ze spaarden hun zakgeld, aangevuld met wat ze met aardbeien plukken of vakken vullen hadden verdiend, en betaalden daarmee de vrijwilligersorganisatie, die het ging regelen dat ze de kinderen in Afrika konden troosten.

Kort rokje

En zo kwam het dat Mozes al op zijn eerste ochtend oog in oog stond met Yvonne, die haar eerste ochtend in het land beleefde. ‘Yvonne,’ stelde ze zichzelf voor, ze gaf hem een hand. Ze was rond. In alle opzichten. Haar benen, armen, haar buik, al het vet rolde aan het meisje. Het was geen lustopwekkend rollen zoals sommige vrouwenrondingen doen, nee, het waren de weke delen schommelend pubervet die een permanente vorm dreigden aan te nemen. Rode konen tekenden zich af op het bolle gezicht waarin een kleine wipneus lag verzonken. Aan weerszijden van haar hoofd, staken parmantige staartjes. Ze droeg een dun roze hemdje met spaghettibandjes op een kort katoenen rokje dat te strak om haar volle dijen spande. Thomas had haar de avond daarvoor in de auto van het vliegveld naar huis tevergeefs, zo bleek nu, uitgelegd dat ze geen korte rokjes moest dragen.

Witte dijen

Mozes had eerder dit soort meisjes gezien, echter nog nooit met ze gesproken. Voor Yvonne, die uit Bruinisse kwam, en niet verder was geweest dan de Provence op vakantie, was Mozes haar eerste Afrikaan. Ze keek hem met grote blauwe ogen onbevangen aan.  ‘Thomas zei dat je mij de stad laat zien,’ zei ze in haar beste schoolengels. ‘En ik wil ook een simkaart voor mijn iPhone. Ik moet geld trekken en naar de supermarkt voordat ik naar het weeshuis ga. Thomas zegt,’ ze keek daarbij alsof ze iets heel vies had gegeten, ‘dat je daar geen winkels hebt.’  Mozes wendde zijn ogen af van die blik die hij niet begreep. Haar knieën waren net kussentjes. Hij verbaasde zich over de witheid van al dat vlees. Ze zag er bovenmatig gezond uit, vond hij. Welvarend. Meisjes in het noorden droomden van zo’n dieet. Twee brommertaxis’s, boda boda’s stonden al te wachten. De bestuurders staarden Yvonne bewegingloos aan en grinnikten verlegen toen ze zich hardop afvroeg hoe dat ging op zo’n brommer. ‘Gewoon achterop zitten,’ deed Mozes voor. Ze tilde haar been, als een hondje op, om schrijlings achterop de boda te gaan zitten. ‘Pas op voor de uitlaatpijp,’ zei Mozes, geschrokken van de mannelijke pose die ze aannam in plaats van de voor vrouwen zo kenmerkende amazonezit. Het rokje schoof omhoog, zijn blik, ongewild, richtte zich op de witte dijen. Ze sloeg haar armen om het middel van de boda-chauffeur die van schrik over deze vrijpostigheid bijna in de berm terechtkwam. Daarna ging de vaart erin. Ze scheerden zigzaggend voor en achter auto’s langs, die in lange files tot het centrum probeerden door te dringen. Yvonne schaterde opgewonden. Mannen op de stoep bleven staan, chauffeurs in auto’s claxonneerden, politieagenten vergaten op hun fluitje te blazen.

Blanke hoer

In het centrum bij de bank stopten ze bij een boda-halte. Even gebeurde er niets. De mannen, die werkeloos naast hun brommer stonden te keuvelen, keuvelden voort. De bestuurders die voorovergebogen lagen te slapen op hun boda, sliepen door. Totdat Yvonne van de brommer stapte. Haar korte benen konden de beweging niet aan en voordat Mozes kon ingrijpen lag ze op de bultige grond, half in een kuil. Haar onderbroek was roze. Een boda-bestuurder, die net nog in het land der dromenden verkeerde, viel van zijn brommer en overal zoemde het ‘muzungu’ en ‘malaya’, ‘malaya muzungu’. De mannen floten, maakten obscene bewegingen. Mozes hielp de ‘blanke hoer’ werktuigelijk van de grond op te staan. Zijn aanvankelijke verwarring over het gebeurde ging over in schaamte en toen hij haar aankeek, raakte hij weer in verwarring. Het meisje lachte koket en wat hij las in haar ogen was lust.

***

De bushsoldaat is het verhaal over de Nederlander Thomas en de Oegandees Mozes. Ze zijn gezworen vrienden en staan in Oeganda bekend als de ‘projectpolitie’. Ze controleren door Nederland gesubsidieerde ontwikkelingsprojecten in het Afrikaanse land en registreren elke onregelmatigheid. De vriendschap komt echter onder druk te staan als Amerikaanse evangelisten Mozes, een voormalig kindsoldaat, ervan overtuigen de ‘zieke ideologie’ van de homoseksualiteit te bestrijden. Behalve dat hij daarmee Thomas als vriend dreigt te verliezen, neemt hij een ander, enorm risico. 

 

Edith Tulp studeerde af aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Naast tal van redacteurschappen bij publieks- en vakbladen reisde zij sinds 1989 met regelmaat naar landen in Afrika, waar ze enige tijd in Namibië, Zuid-Afrika en Oeganda woonde. In Oeganda richtte ze de FairPen Foundation op; een project dat jongeren en kinderen via journalistieke trainingen 'empowert'. Terug in Nederland verscheen in april 2016 bij uitgeverij In de Knipscheer haar debuutroman 'De bushsoldaat' en in september 2018 'Alleen dapper te zijn'. In de journalistiek interesseren sociale onderwerpen haar en heeft ze een specialisatie in de ouderenzorg. Ze schrijft oa voor Volkskrant Magazine, Plus Magazine, Vluchtelingenwerk Magazine en Zorgvisie (vakblad voor beleidmakers in de zorg) en voor commerciële cliënten. Ook is ze columnist voor oa Vluchtelingenwerk en Saar Magazine.