Eind maart 2013 ging het in Birma volledig mis, toen in de stad Meiktila etnische rellen tussen moslims en boeddhisten uitbraken. Vooral de woede-uitbarsting van de boeddhisten, wier levensvisie zo bekend staat als vredelievend, wekt verbazing: ‘Aangezien ze niet zelf vertrekken, moeten we ze allemaal vermoorden’.

STEUN RO

'Dit land heeft geen karakter', zegt de 54-jarige horlogemaker U Myint Moo.* De draagbalken van zijn huis zijn zwartgeblakerd door vuur en in de ramen zit geen glas. Een jaar geleden vluchtte U Myint Moo met zijn familie naar een kamp aan de rand van de stad, vanwege het anti-islamitische geweld in de centraal-Birmese stad Meiktila. Nu, teruggekeerd uit het vluchtelingenkamp, bouwt U Myint Moo zijn huis en zijn leven voorzichtig weer op. Het eerste beton voor de fundamenten is gestort.

Meiktila oogt als een zanderig provinciestadje waar nooit wat gebeurt. Maar eind maart 2013 ging het er grandioos mis toen een ruzie tussen een islamitische juwelier en zijn boeddhistische klant de aandacht trok van mensen op straat. Etnische spanningen hingen al in de lucht: de ruzie bij de juwelier was de vonk voor een meerdaagse marathon van geweld en waanzin. Twee wijken brandden volledig af, duizenden mensen sloegen op de vlucht, tientallen verbrandden levend op straat of werden met zwaarden en knuppels aangevallen, onder het toeziend oog van de politie.

De ravage in Meiktila is nog altijd groot. Drie verkoolde palmbomen steken tussen het puinlandschap omhoog; een moskee staat aan de rand nog deels overeind, met dichtgetimmerde ramen. Door de komst van militaire politie wordt de vrede in de stad bewaakt. De eerste families, zoals die van U Myint Moo, keren terug uit de kampen.

Maar de rust in de stad is nog niet teruggekeerd. Zo had U Myint Moo vroeger goed contact met zijn boeddhistische buren: ze groetten elkaar in het voorbijgaan en eens in de paar weken aten ze bij elkaar. Nu hij weer is teruggekeerd is het contact verdwenen. De buren willen niet als vriend van de moslims gezien worden. U Myint Moo heeft daar begrip voor, maar het baart hem ernstige zorgen. 'Ik vrees voor wat er gebeurt wanneer de militairen binnenkort weer vertrekken', zegt U Myint Moo. 'De monniken stoken de boeddhisten nog steeds tegen ons op. Ik hoop dat we genoeg tijd krijgen van God.'

In zijn speeches noemt hij de islam een verkrachting van mensenrechten

In 1948 begon Birma haar onafhankelijkheid als een democratie met vrijheid van religie. In het land woonden voornamelijk boeddhisten, maar in het oosten waren Christelijke bergstammen te vinden en in het westen woonden de Rohingya moslims wier voorouders vanuit Bangladesh waren gemigreerd. Tien jaar later kwam de dictator Ne Win aan de macht, die tijdens zijn bewind het idee opvatte dat Birma een boeddhistische staat moest worden. De monnik U Wirathu, leider van de '969' beweging, heeft dat idee nieuw leven ingeblazen. In zijn speeches noemt hij de islam een verkrachting van mensenrechten en preekt hij voor een nationalistische vorm van boeddhisme.

De 35-jarige boeddhistische cameraman Khin My Latt, die voor opnames voor de regionale televisie bij een boeddhistische bruiloft aanwezig is, vindt de islam zelf het probleem. 'Kijk naar wat de Mujaheddin in Afghanistan hebben gedaan, hoe zij die Boeddhabeelden vernietigden', zegt hij. 'Moslims krijgen veel kinderen, waardoor ze snel een grotere groepering worden. Zo verdrukken ze ons boeddhisten.' Uitkijkend over een islamitische wijk zegt hij dat moslims vuile en onbeleefde mensen zijn. Wat hem betreft moeten alle moslims het land uit, voordat ze te veel macht in Birma krijgen. 'En aangezien ze niet vertrekken, moeten we ze allemaal vermoorden'.

Dictator Ne Win liet in 1982 de inwoners van het land registreren en classificeren in 135 verschillende etnische groepen, waarbij de Rohingya werden genegeerd. Sindsdien verviel hun status; eerst werd het tijdelijk burgerschap, later stateloos. Zij hoorden niet in het land. Ook in de volkstelling van afgelopen maart, de eerste sinds 1982, was het voor de Rohingya niet mogelijk zichzelf als dusdanig in te schrijven.

De situatie in Meiktila ligt echter ingewikkelder. De meeste moslims in de stad behoren etnisch gezien namelijk niet tot de Rohingya. Zo heeft U Myint Moo slechts voor een kwart Pakistaans, dus niet Bengaals, bloed door zijn aderen stromen. De overige driekwart van zijn bloed is Birmees. Het is ook moeilijk om aan te geven wat 'puur' Birmees betekent, in een land waar door de eeuwen heen altijd veel migratie is geweest en zo veel verschillende etnische groepen door elkaar leven.

Wel nieuw is dat het hier om boeddhisten gaat, die een land preventief van moslims willen zuiveren

Religieuze zuiveringen zijn niets nieuws. De kopten in Egypte, de christenen in Syrië, de Albanese moslims in Kosovo. Wel nieuw is dat het hier om boeddhisten gaat, wier levensvisie zo bekendstaat om geweldloosheid, die een land preventief van moslims willen zuiveren.

Intussen bouwt U Myint Moo verder aan zijn huis. Hij vertelt trots dat één van zijn zoons werk heeft gevonden in Maleisië. 'Ik heb hem gezegd dat hij niet meer terug moet komen', zegt U Myint. 'In Maleisië zal hij als moslim geaccepteerd worden. Het is hier te gevaarlijk voor ons.' De horlogemaker wijst om zich heen, naar de restanten van zijn huis. 'Ons leven hier is kapot.'

*Wegens veiligheidsredenen is de naam gefingeerd

    Jurriaan van Eerten (1983) is freelance journalist. Zijn werk is o.a. gepubliceerd in Het Parool, Trouw, Vice en Al Jazeera English. Samen met fotografe Eline van Nes maakt hij human-interest verhalen over Latijns-Amerika. Zij willen niet de politicus op wie gestemd wordt belichten, maar juist de persoon die het stemvakje inkleurt.