De schepping van Eva uit Adam is volgens ChristenUnie-lid en medisch technoloog Fokke Wieringa het allereerste voorbeeld van orgaandonatie. Die ongepaste vergelijking is een belediging voor orgaandonoren.

Het dagblad Trouw drukte onlangs een polemiek af over het wetsontwerp actieve donorregistratie, met als deelnemers Fokke Wieringa, lid van de ChristenUnie en medisch technoloog, en Patrick van Schie, directeur van de liberale denktank TeldersStichting. Van Schie betoogt dat de staat alleen inbreuk mag maken op iemands lichamelijke integriteit als diegene daar expliciet toestemming voor heeft gegeven. Hij vindt het daarom bezwaarlijk om een overledene bij verstek tot donor verklaren als hij of zij bij leven verzuimd heeft een keuze te maken.

ChristenUnie-lid Fokke Wieringa is hartstochtelijk voorstander van het wetsvoorstel van Pia Dijkstra, terwijl veel van zijn geloofsgenoten in de Eerste Kamer daar juist grote bedenkingen bij hebben. In een poging zijn partijgenoten (en Van Schie, wellicht) op andere gedachten te brengen, grijpt Wieringa terug op de Bijbel. “Het scheppingsverhaal in de Bijbel bevat de vroegste weefseldonatie. In Genesis 2: 21-22 staat dat God een rib uit het lichaam van de man haalt en daarmee een vrouw creëert.”

Als anatomische leek heb ik altijd gedacht dat de rib een bot is en geen weefsel, maar dat terzijde. Volgens mij slaat Wieringa de plank compleet mis met dit Bijbelse voorbeeld. Adam doneerde zijn rib immers niet uit naastenliefde maar uit eigenliefde. Nadat hij een dag lang namen had verzonnen voor allerlei vliegende en kruipende dieren van beide seksen realiseerde hij zich opeens dat hij, nota bene de kroon op de schepping, er alleen voorstond. Adam “vond geen helper die bij hem paste”, staat in Genesis 2:21. (Kennelijk was hij de dag begonnen in de verwachting dat er onder die geweldige beestenbende wel een hulpvaardige soort zou zitten.)