Eresaluut aan een nuchtere denker, die uitgroeide tot cult held.

STEUN RO

Dit is de meest ongeloofwaardige plek voor een eerbetoon aan de afgelopen zaterdag overleden denker Jérôme Louis Heldring. De man die geen computer bezat en zijn columns tot op hoge leeftijd op de typemachine bleef maken, na 's morgens in de vroegte op de Haagse redactie van NRC Handelsblad de (buitenlandse) kranten gelezen te hebben en op de fiets weer huiswaarts gekeerd, zal vermoedelijk nooit van de Nieuwe Pers gehoord hebben.

Maar in het licht van het idee dat ook het digitale, net als ooit de uitvinding van papier, slechts een nieuw medium is en dat de boodschap centraal dient te staan, zijn enige woorden hier toch op hun plaats. Niet dat het hem aan lof heeft ontbroken. In de Nederlandse politiek is het machtsdenken, waar zijn werk van doordrenkt was, geen taboe meer. Heldring, die zichzelf al decennia geleden tegen de progressieve tijdgeest in "conservatief" durfde te noemen, was uitgegroeid tot een cult held onder de “moderne” Nederlandse conservatieven.

En ook een beetje tot knuffelbeer van het progressievere deel van het journaille, met een optreden in De Wereld Draait Door en een documentaire van Frenk van der Linden.

Dominee

Zelf was hij realistisch genoeg om te stellen, toen hij na dik vijftig jaar columns stopte, dat die roem deels gelegen moest zijn in het feit dat hij als krasse knar nog zo lang door was gegaan. Het siert én kenmerkt hem. Een nuchter realisme was zijn grote kracht. Waar het maatschappelijke debat in Nederland vaak draaide om de moraal, waarbij de spreekwoordelijke dominee zo gezegd de inkt voor de commentaren leverde, analyseerde Heldring de vraagstukken in het teken van de internationale betrekkingen – in termen van macht. Met een uitstekende kennis van niet alleen de Angelsaksische, maar ook de Franse en Duitse constellatie.

Dat kon behoorlijk ontnuchterend werken. In hoeverre je dat conservatief moet noemen, is een andere vraag. Het begrip conservatisme laat zich nu eenmaal moeilijk definiëren. In algemene zin geldt het natuurlijk als de denkrichting die meer geloof hecht aan de traditie – waarvan het goede behouden dient te worden – dan aan het Verlichtingsideaal. Maar menig moderne westerse conservatief zal tegenover de fundamentalistische islam de rechten van vrouwen en homoseksuelen verdedigen, ofschoon die juist op de traditie bevochten zijn.

Het begrip conservatief kent, kortom, een relatieve betekenis.

Scepticus

Ik zou Heldring dan ook eerder als scepticus betitelen. Niet in de zin van het moderne taalgebruik, maar in de klassieke, oud-Griekse betekenis van alles grondig bekijken en onderzoeken (de grondbetekenis van het werkwoord skopein). En wat mij betreft een ereterm. Wars van grote systemen à la Plato onderwierpen de Sceptici alles aan een kritische blik.

Om die reden was de columnist bijvoorbeeld van meet af aan sceptisch over de Arabische Lente, vanuit het besef dat het machtsvacuüm aangegrepen zou worden door extremistische krachten die niet vanzelf onze bondgenoten zouden blijken. Koel analyseren wil overigens niet zeggen dat idealen compleet ontbreken. Heldring hechtte aan de rechtsstaat, die de waarborg vormt voor onze vrijheid. Zo was hij geen tegenstander van een verenigd Europa; alleen gedraagt zich niet iedereen per se automatisch als broeder in zo'n verband, bedoelde hij maar te zeggen.

Visionair

In zijn allereerste column uit 4 januari 1960 waarschuwt hij dat Nederland in Europees verband in zijn eentje te klein is om genoeg gewicht in de schaal te leggen, en dus altijd steun zal moeten zoeken bij grotere landen. Dergelijke nuchtere analyses kunnen achteraf zelfs angstwekkend visionair blijken, zoals zijn column uit 4 augustus 1992 (opgenomen in de bundel Heel ons fundament kraakt) over het Verdrag van Maastricht – waar de euro werd geboren.

In deze column wijst hij erop, in navolging van de Duitser Hans Barbier, dat er pas sprake was van een heerschappij van de D-mark (waar de Fransen, zoals bekend, via de euro van af wilden) sinds de wisselkoersen aan elkaar gekoppeld waren. En dat de euro dus niet het recept was om van die spanningen af te komen. Heldring citeert Barbier: “Wie heeft er schuld aan de galopperende inflatie, wanneer de economische politiek niet meer door de burgers ter verantwoording kan worden geroepen, omdat deze in handen is gekomen van parlementair ongecontroleerde ministerraden en een in het politiek luchtledige zwevende centrale bank?”

En geeft vervolgens zelf het antwoord: “Dan zijn, om de beurt, de Italianen of de Grieken, dan wel – omgekeerd – de Duitsers of Nederlanders de boosdoeners in de ogen van anderen.”

Brandhaarden

Even griezelig zijn Heldrings commentaren uit datzelfde jaar, ten tijde van de Nederlandse parlementaire besluitvorming over Srebrenica. “Waar dient Nederlands bereidheid soldaten naar de brandhaarden te sturen toe, wanneer de grote Europese landen het laten afweten?” We weten hoe het is afgelopen.

Voormalig Joegoslavië likt de wonden, maar intussen duurt de politieke en economische crisis van Europa voort. Niet dat Heldring per se vreugde beleefde aan zijn gelijk, want een liefhebber van populisme laat staan nationalisme was hij zeker niet. In zijn allerlaatste column voor NRC durfde hij zelfs vraagtekens te zetten bij de premissen van de democratie:

“Alles wordt onderzocht, en terecht. Alleen de premissen van de democratie schijnen sacrosanct te zijn, en dat is merkwaardig. Er zijn immers genoeg tekenen die erop wijzen dat de democratie een struikelblok kan zijn op de weg naar gewenste, zelfs nodige, resultaten. Europa wordt niet één, omdat de democratie in slechts één land zich ertegen kan keren (het referendum van 2005 bijvoorbeeld). ’s Binnenlands kan het populisme het hele democratische proces blokkeren.”

Dat hij die vraag wél durfde te stellen, was omdat hij het als zijn taak zag om de lezer aan te zetten tot nadenken, in plaats van hem een mening in de maag te splitsen. In dat opzicht is en blijft hij een voorbeeld, ook als de vraagstukken waar hij zich mee bezig hield (al dan niet ten onrechte) vergeten zullen zijn.

 

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

Geef een antwoord