Afrika is de beloofde graanschuur van de wereld, maar nog steeds lijden wereldwijd bijna een miljard mensen honger. Als we eens ophouden met vechten over voedselsystemen en Afrika zelf laten kiezen uit het beste van alle werelden, dan hoeven we ons om dat continent in elk geval geen zorgen te maken.

STEUN RO

Het avondrood schijnt over de westerse beschaving. De democratie is op z’n retour en alleen enkele bankiers en beleggingsadviseurs zeggen te geloven dat de economie er weer bovenop krabbelt.

Terwijl we ons druk maken om onze privacy die we zelf op internet te grabbel gooien, lijken we wel blind voor de risico’s van de afhankelijkheid van dat digitale netwerk. Een hacker met een terroristische, extremistische of geesteszieke inslag of een nucleair wapen met een elektromagnetische puls kan in één klap onze communicatie of zelfs ons volledige lichtnet lamleggen. En geen overheid die een draaiboek heeft klaarliggen.

'Biologisch kan de wereld niet voeden'

Nochtans waarschuwde het World Economic Forum er in zijn jaarlijkse Global Risk-rapport dat ‘het systeem gemakkelijker onderuit te halen is dan te verdedigen’. Het rapport is gebaseerd op onderzoeken van 700 experts uit bedrijfsleven, overheid en academische wereld naar mogelijke bedreigingen van de economie in het komende jaar. Behalve voor inkomensongelijkheid, klimaatverandering, werkloosheid en schuldenproblemen wordt ook opgeroepen om methoden te ontwikkelen die een betrouwbaar internet op termijn kunnen garanderen.

Als onze voornaamste infrastructuur lam ligt, kunnen we niet meer bij ons geld en de democratie is onbereikbaar. We zijn op onszelf aangewezen en ontdekken dan pas weer wat nu eigenlijk onze eerste levensbehoeften zijn. Als alle winkels geplunderd zijn kunnen we het bos in om knollen te zoeken.

Onze beschaving is opgetrokken uit economie, democratie en technologie. Die driepoot heeft z’n beste tijd gehad. Hoe lang het duurt, weet niemand, maar de zonsondergang heeft zich reeds ingezet.

Groei

Terwijl voor de westerse beschaving de avond valt, ontwaakt Afrika langzaam uit een onrustige nacht. Het ochtendgloren dient zich aan met ontwikkelende overheden en een groeiende economie.

Natuurlijk: de ochtend is nog jong. Corruptie is nog alomtegenwoordig. Afrika kent nog steeds falende, strompelende staten. Staten waar goed bestuur en een gerechtelijke macht totaal ontbreken. Europa profiteert in feite nog steeds van de nasleep van de kolonisatie.

Maar langzaam beginnen staten politiek en justitieel vorm te krijgen. Afrika telt inmiddels veel minder oorlogen en conflicten dan 25 jaar geleden. En ondanks de mankementen van de overheden en de corruptie van politici, groeit het BBP er sneller dan op enig ander continent.

Graanschuur

Met de meeste economieën van Afrika gaat het inmiddels geweldig goed. Zo goed, dat Afrika zich kan ontwikkelen tot graanschuur van de wereld. Ja, armoede is er nog steeds wijdverspreid. 70 procent van de bevolking woont op het platteland, waar ze zich in leven houdt met wat hun kleine stukje grond opbrengt.

Maar met niet al te grote inspanningen kunnen ze hun oogst gemakkelijk verdrievoudigen. Wanneer deze kleine boeren beschikken over de juiste kennis, infrastructuur, toegang tot kredieten en markten, kunnen ze dus niet alleen zichzelf voeden, maar ook exporteren.

Daarnaast beschikt het continent nog eens over 60 procent van alle braakliggende landbouwgrond. Neem deze op een efficiënte manier in productie en ziedaar: Afrika als graanschuur van de wereld.

Er heerst een enorm conflict over de manier waarop de wereld moet worden gevoed.

Zo’n graanschuur heeft de wereld hard nodig. Want tegen 2050 moeten 2,4 miljard monden méér gevoed worden dan nu. Volgens recente prognoses van de VN groeit de wereldbevolking van de huidige 7,2 miljard naar 9,6 miljard in 2050.

Kijken we naar de 1,1 miljard inwoners van Afrika, dan is de bevolking tegen 2050 verdubbeld naar 2,4 miljard.

Over meedogenloze cijfers gesproken. Een mens zou er van in paniek raken. En dat is ook precies wat er gebeurt. Tot op het hoogste niveau. Wetenschappers, politici, het bedrijfsleven en NGO’s strijden om hun gelijk.

Dat de productie omhoog moet, daar is iedereen het wel over eens. De manier waarop, daarover wordt op wereldniveau een hevige strijd gestreden. Binnen de FAO en binnen kennisinstituten als Wageningen Universiteit heerst een enorm conflict over de manier waarop de wereld moet worden gevoed.

Conflicten

Aan de ene kant staan de aanhangers van grootschalige, mechanische en chemische agro-industriële processen die dankbaar gebruik maken van gentechnologie en monoculturen. Aan de andere kant de adepten van biologische landbouw, permaculturen, agroforestry en agro-ecologie.

De verschillen zijn enorm. De ene partij levert een strijd tegen de natuur om zoveel mogelijk voedsel te produceren, de andere partij maakt juist gebruik van die natuur.

De verwijten over en weer zijn niet van de lucht. 'Biologisch kan de wereld niet voeden', roept Louise Fresco, bestuursvoorzitter van Wageningen Universiteit. Die bal kaatst echter net zo makkelijk terug: 'Nee, de grootschalige industriële landbouw die momenteel de dienst uitmaakt is lekker bezig', roepen haar tegenstanders binnen diezelfde universiteit, wijzend op de 870 miljoen hongerigen die de wereld momenteel telt.

Binnen de FAO staan personen als Gerda Verburg, de permanent vertegenwoordiger vanuit Nederland, lijnrecht tegenover zwaargewichten als Olivier de Schutter, tot eind april 2014 speciaal rapporteur voor het Recht op Voedsel.

Verburg blijft honger benaderen als een technisch probleem, dat met de export van onze technologie kan worden opgelost. Volgens De Schutter verandert een technologische productieverhoging niks aan de situatie van mensen die geen voedsel kunnen kopen. Het zijn overheden die de vrije markt toestaan de voedselprijzen te drukken, omdat ze dan geen eerlijke inkomenspolitiek hoeven te voeren. Want hoge voedselprijzen zijn niet het probleem, de kwestie is dat de bevolking te weinig geld heeft om een eerlijke prijs te betalen voor een eerlijk product.

De Schutter benadrukt nog eens fijntjes dat het aantal hongerigen in de wereld te laag is ingeschat. Officiële cijfers van de FAO bejubelen de vooruitgang van 1 miljard extreem hongerigen in 1990 naar 842 miljoen in 2011, maar die cijfers zijn misleidend. De terugkerende hongerperioden in het droge seizoen blijven buiten die berekeningen.

De ene partij hamert op voedselsoevereiniteit, de andere voor open markten.

Tegelijkertijd lijdt 2 miljard aan een vitaminen- en mineralentekort. Voeding wordt enkel ongezonder. Dat lijdt niet alleen tot tekorten, maar ook tot obesitas. Bijna anderhalf miljard volwassenen kampen met overgewicht.

Deze voedselongelijkheid heeft niet zozeer te maken met de huidige grootschalige productiemethoden, maar meer met de manier waarop ons voedselsysteem is ingericht. Met de logistiek, de verwerking en de vermarkting.

De ene partij hamert op voedselsoevereiniteit, gelokaliseerde voedselsystemen, kortere voedselketens, van de andere kant zijn er de pleitbezorgers die blijven ijveren voor open markten, met langere voedselketens en internationale handel.

De een zegt: we moeten daar produceren waar de behoefte is. De ander zegt: nee, voedselproductie moet daar plaatsvinden waar dat het efficiëntst kan.

Dus productieverhoging door gebruik te maken van de lokale klimatologische omstandigheden en de bodemvruchtbaarheid. Door op die plekken de voedselproductie op te voeren tot grote volumes, kan het transport over de wereld goedkoper en daarmee ook de verwerking en de controle op de voedselveiligheid. Op deze manier kan voedsel zo goedkoop mogelijk worden aangeboden.

Daartegenover staan de volgelingen van de kringlopen. Het produceren met minder kunstmest en pesticiden, die niet alleen energieverslindend zijn en slecht voor het milieu, maar ook de kostprijs opvoeren. Industriële monoculturen produceren dan misschien meer per hectare, op lange termijn is het funest voor de bodem.

'De snelle technologische vooruitgang van de laatste decennia heeft een landbouw opgeleverd die schaarse hulpbronnen verspilt, het milieu vervuilt, verantwoordelijk is voor verlies aan biodiversiteit en slecht is voor de gezondheid van de mens', aldus Pablo Tittonell, voorzitter van de onderzoeksgroep Farming Systems Ecology van de Wageningen Universiteit die hiermee dus rollend over straat gaat met de bestuursvoorzitter van zijn Universiteit.

Familielandbouw

Hoe dan ook, maar liefst 97 procent van alle 500 miljoen boeren in de wereld is smallholder. Dit zijn familiebedrijven waarvoor Nederland alleen het denigrerende woord ‘keuterboer’ kent. Zij zijn voor hun voedselvoorziening vrijwel volledig aangewezen op hun eigen kostgrondje, dat tegelijkertijd ook niet veel meer produceert dan dat.

Afrika produceert gemiddeld 1,3 ton voedsel per hectare. Met extra inspanningen, zonder de productie grootscheeps te intensiveren, kan die productie verdriedubbelen naar 4 ton per hectare. Met een betere infrastructuur en markttoegang kan de honger worden opgelost. En dan is het Afrikaanse klimaat niet eens ideaal voor graanteelt. Ook de productie van groenten en fruit en zelfs dierlijke producten kan fors worden opgevoerd.

Wanneer die productieverhoging gepaard gaat met een betere markttoegang, met het oprichten van coöperaties zodat boeren gezamenlijk hun producten al dan niet verwerkt op de markt kunnen afzetten; dan profiteert de gehele rurale economie. De handel neemt immers toe, evenals transport, opslag en verwerking. Er ontstaat een agrarische periferie die werkgelegenheid biedt, zodat minder mensen naar de sloppenwijken hoeven vertrekken, wat nu vaak het geval is.

Landgrab

Familielandbouw speelt een cruciale rol bij de voedselzekerheid, bij het verbeteren van het levensonderhoud, het behoud van biodiversiteit en het bereiken van duurzame ontwikkeling van het platteland. Het is daarom dat de VN 2014 heeft uitgeroepen tot jaar van de familielandbouw.

Met een beetje kennis en ondersteuning is de kleine Afrikaanse boer prima in staat het continent te voeden. De vraag is echter of dit genoeg is. Want niet alleen Afrika, ook landen als China en Saudi Arabië zijn voor hun voedselvoorziening nu al voor een belangrijk deel afhankelijk van dit werelddeel.

Afrikaanse overheden profiteren van de exportdollars die multinationals achterlaten voor het gebruik van lappen grond, soms zo groot als Nederlandse provincies. Sinds 2001 is in totaal een gebied groter dan Congo verkocht of verpacht. Meer dan 70 procent van de gevallen van landgrab ligt in Afrika. Ethiopië, Mozambique en Sudan hebben de afgelopen jaren miljoenen hectaren overgedragen aan beleggers.

De gevolgen voor milieu, natuur en biodiversiteit zijn desastreus, alsook de omstandigheden van de lokale bevolking. Meestal betreft het inheemse bevolkingsgroepen die van hun land worden verdreven. Dat het anders moet is evident, maar deze grootschalige landbouw heeft wel een zeer legitieme aanleiding: Chinezen en Arabieren moeten ook eten.

Klein en groot

In de wereld vecht de grootschalige industriële landbouw dus tegen de kleinschalige, lokale familieboer. Een ongelijk gevecht, want de industrie beschikt over miljarden om daarmee hun campagnes te voeren. Met geld en lobbyisten sturen ze de waarheid. Machtige lobbyisten die zelfs in de meest democratische landen meer macht hebben dan NGO’s, ja zelfs meer macht dan de kiezer. Maar ja. De democratie is dan ook aan het wankelen, zoals we zagen.

Chinezen en Arabieren moeten ook eten

Misschien moeten we om die verschillen heen kijken. Misschien hebben we ze allebei nodig: de kleine boer om de lokale bevolking te voeden en een economie op het platteland te ontwikkelen. En de industriële exportlandbouw om de groeiende steden, ver van vruchtbare landbouwgronden, van voedsel te voorzien.

Voorouders

Misschien is het dus én én. Misschien kan Afrika de woestijnvorming wel tegengaan, samen met multinationals. Zodat kleine inheemse gemeenschappen bij hun voorouders kunnen blijven wonen en daar hun bestaan kunnen opbouwen, als werknemer op de plantage.

En misschien kunnen de kleine boeren van nu de gemeenschap op het platteland meetrekken naar een gezonde plattelandseconomie, zodat de sloppenwijken minder aanlokkelijk worden.

Sterker nog: wanneer inwoners van de sloppenwijken zien dat op het platteland wél geld te verdienen is; waarom zouden ze dan niet terugkeren naar de boerderij van hun familie? De verstedelijking kan niet alleen een halt toegeroepen worden, maar zelfs voor een belangrijk deel teruggedraaid.

Kennis

Afrika heeft de mogelijkheden om zich te ontwikkelen tot een rurale beschaving met wereldwijde dominantie. Kennis van eender welk landbouwsysteem is er in overvloed. Afrikaanse wetenschappers kunnen putten uit een onuitputtelijke bron van kennis over de vele voordelen en misschien wel evenveel nadelen van het huidige grootschalige landbouwsysteem dat het westen internationaal heeft opgetuigd.

Nu al maken jongeren op het platteland handig gebruik van internet, wat hen marktinformatie oplevert en toegang tot kennis van goede landbouwpraktijken. In steden volgen studenten colleges die gratis beschikbaar worden gesteld op internet.

Afrika kan lering trekken uit de Groene Revolutie in Azië. Een revolutie die de productie verdriedubbelde en een hongersnood voorkwam. Een revolutie die tegelijkertijd kleine boeren afhankelijk maakte van grote westerse multinationals die de winsten opstreken, waardoor de kleine familieboerderijen zich in hun bestaan bedreigd zagen. En Afrikanen beschikken over hun eigen wijsheden op het vlak van landbouw, veehouderij en de manieren om een weerbarstig klimaat te weerstaan.

De kennis ligt voor het oprapen. Heel anders is dat voor wat betreft goed bestuur. Onontbeerlijk om de kennis ook in de praktijk te kunnen brengen. Het zal nog wel even duren voor Afrikaanse staten zijn opgekrabbeld en een beschaving hebben opgebouwd die de wereld kan voeden.

Een beschaving die gebaseerd is op voorgaande beschavingen, maar vooral op hun eigen filosofieën. En die heeft Afrika. Het is aan Afrikaanse wetenschappers, filosofen, spiritueel leiders en visionairs om de juiste koers te varen. En die zullen ze vinden. Want de Afrikaanse ziel omvat meer dan Ubuntu alleen.

Wanneer onze westerse beschaving is gevallen – wanneer wij zijn vervallen in een armageddon waarin we zijn teruggeworpen op onszelf; waarin we plots in een wereld wonen vol consumenten die zelf niet in staat zijn hun voedsel te verbouwen; wanneer wij hier schreeuwen om voedselhulp – dan komt de verlossing uit Afrika. De graanschuur van de wereld.

Agrarisch journalist Marc van der Sterren is hoofdredacteur en blogger bij FarmingAfrica.net

    Marc van der Sterren is freelance journalist en blogger. Hij schrijft, fotografeert en maakt radio en tv. Hij is breed geïnteresseerd, met landbouw, natuur en milieu als specialisatie. Hij is de enige agrarisch journalist van Nederland met als specialisatie Afrika. Maar ook is hij ingevoerd in de lokale berichtgeving over politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. Zoals de jeugdzorg.