Sinds 23 juni rijdt Arriva met een busverbinding tussen Düsseldorf, Eindhoven en Antwerpen. De intercitybus rijdt drie keer per dag voor een lage prijs. Kan commercieel busvervoer Nederland veroveren?

STEUN RO

Tot nu toe waren internationale busverbindingen via Nederland voorbehouden aan specialisten, zoals Eurolines en Megabus. Zij rijden intercitybusvervoer tussen grote steden, tegen commerciële tarieven die soms verrassend laag zijn. Arriva is een bekende speler op de Nederlandse ov-markt, maar ook een dochteronderneming van de Deutsche Bahn. Daarom is de stap van Arriva niet zo bijzonder als het lijkt. Sinds drie jaar is de Duitse markt voor intercitybussenbussen geliberaliseerd. Inmiddels schieten de intercitybusverbindingen tussen de steden in Duitsland als paddenstoelen uit de grond. DB pikt daar, via haar eigen busonderneming, een graantje van mee. Arriva heeft als dochtenonderneming van DB de kennis en kunde binnenboord voor het ontwikkelen en uitvoeren van een commerciële busverbinding.

De Nederlandse markt voor intercitybussen is nog niet open. Daarom moet een commerciële busverbinding die Nederland aandoet, altijd in het buitenland beginnen of eindigen. De lijn van Düsseldorf naar Antwerpen is de eerste, maar Arriva-topman Anne Hettinga heeft al aangekondigd dat er meer intercitybussen komen. Welke verbindingen Arriva op het oog heeft, is niet bekend.

Snelweg

Internationale busverbindingen stonden ooit garant voor muffe, aftandse bussen vol lawaaierige studenten en verlopen Oostblokfiguren. Tegenwoordig rijden veel maatschappijen met luxe touringcars, voorzien van prettige stoelen, wifi en oplaadpunten voor apparatuur. Tijd om de proef op de som te nemen. Een ticket van Dusseldorf naar Antwerpen kost online slechts veertien euro.

Düsseldorf zucht onder de hitte. De thermometer geeft 36 graden aan. Op het busstation is goed te zien hoe de Duitse markt zich ontwikkeld heeft; het station staat vol met kleurrijke bussen, en elke maatschappij beweert de goedkoopste te zijn. De haltes zijn in het beste geval herkenbaar aan een dienstregeling, maar meestal hangt er amper informatie. De bus van Arriva Touring stopt niet bij de aangewezen bushalte, maar een paar haltes verderop. 'Mijn halte is meestal bezet, dus dan zoek ik er gewoon eentje uit', is het commentaar van de chauffeur.

Passagiers moeten van te voren reserveren en krijgen daarbij een stoelnummer toegewezen. Nog geen kwart van de plaatsen is bezet, dus kiest iedereen een eigen plekje. Voorin in de bovenverdieping van de dubbeldeksbus is het populairst. De airco doet z'n best als de bus de stad uitrijdt, en even later is het heerlijk koel. De beloofde snacks en drinken onderweg blijven helaas uit. Bij elke stoel is een menukaartje te vinden, maar bij nader inzien bestaat het assortiment slechts uit lauwe koffie. Ook de wifi valt tegen; pas na het oversteken van de Nederlandse grens lukt het om connectie te maken.

Omdat de bus tussen de steden alleen maar over snelwegen rijdt, is de rit vlot en comfortabel. Nog geen twee uur later arriveert de bus in Eindhoven. De bus stopt bij een eenvoudig haltebordje in een uithoek naast het station. Een paar reizigers stappen in, een paar reizigers stappen uit. Druk wordt het in elk geval niet. De rit naar Antwerpen verloopt even soepel en een paar uur later staan we voor het prachtige Antwerpen-Centraal.

Markt

Of de markt voor commerciële busdiensten op lange afstanden in Nederland ooit wordt opengegooid is de vraag. Het onderwerp komt met enige regelmaat ter sprake op het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, maar tot nu toe zijn er nog geen knopen doorgehakt. De Nederlandse markt biedt echter wel potentie. Het is niet voor niets dat Arriva nu al probeert om Nederlanders te overtuigen van de voordelen van commerciële buslijnen. Nederlanders zijn prijsbewuste reizigers, die het reguliere openbaar vervoer aan de dure kant vinden. Mocht de markt ooit opengaan, dan heeft Arriva haar eerste stappen al gezet. De bus tussen Antwerpen en Düsseldorf lijkt tot nu toe nog niet echt aan te slaan, maar dat kan wel eens veranderen als we voor een paar euro van Amsterdam naar Maastricht kunnen reizen.

    Karolien van Wijk wilde journalist worden, maar studeerde Sociale Geografie en dook daarna de wereld van verkeer en vervoer in. Met die vakkennis op zak kun je bij nader inzien ook schrijven. Ze schrijft voor vakbladen, kent het wereldje en pakt nog steeds met plezier de trein naar Winschoten.