De muzikale ontwikkeling van Matthew OConnell, die opgroeide op een boerderij in Palmyra, Indiana, liep van een passie voor “metal drumming” naar punk en hardcore en leidde vervolgens via een studieprogramma wiskunde in Hongarije tot experimenten met elektronische muziek in de Kitchen Budapest – een collectief van kunstenaars, theoretici en programmeerders.

STEUN RO

Zijn interesse voor elektronica en het ontwikkelen van software bracht Matthew O’Connell in 2011 naar Asheville, North Carolina, waar hij werkte voor Moog Music. Hij kalibreerde daar synthesizers en testte vintage analoge delay chips. In zijn vrije tijd bouwde hij zijn eigen synths, en schreef hij liedjes. In Asheville begon hij te werken aan ‘Half Mirror’, het album dat hij nu, tien jaar later, onder de bandnaam Chorusing heeft uitgebracht.

In de beperking toont zich de meester. ‘Als je niet veel apparatuur hebt is een van de dingen die je kunt doen om muziek te maken, het creëren van ritmes, met echo’s’, onderwees Brian Eno mij ooit tijdens een workshop geleid door de ‘master of ambient’.

Matthew O’Connell toont zich op zijn debuutalbum een meester in spaarzaamheid. ‘Half Mirror’ is bij hem thuis in de bergen van North Carolina opgenomen met weinig meer dan een vintage tape-delay (bandecho), elektrische gitaar en een zelfontworpen synthesizer genaamd ‘Balsam’. Hij produceerde met warme, analoge synthesizerklanken een instrumentale bedding voor zijn liedjes die kosmisch en aards tegelijkertijd is, een wereld van elektronica doorspekt met folkelementen en omgekeerd, zoals in de weids uitwaaierende opener ‘Cold’:

I wade
I wade
I wade
Into the cold

‘Half Mirror’ is het verhaal van Matthew O’Connell zelf, zijn herinneringen, gefragmenteerd als overdenkingen van het verleden vaak zijn, ‘Half Mirror’, gelijk de titel van het album. Contouren tonen zich daarin niet altijd even duidelijk. Er is vaak sprake van schaduwen, mistflarden die de fluctuerende memorie omhullen. Ze dempen de herinnering en kunnen daarbij louterend zijn. Een voorbeeld van dit laatste is ‘Midday Sun’, waarin de zanger worstelt met een kater ‘spreaded out on the floor, heavy from the night before’, maar vastbesloten de verloren tijd in te halen. In ‘Watching The Beams’ (letterlijk in de bijbehorende video) verwerkt hij een paniekaanval die hij ervoer in een gestrande metro onderweg naar een optreden in Brooklyn – de meedogenloos pulserende arpeggiator van de synthesizer reflecteert zijn verhoogde hartslag van dat moment.

Matthew O’Connell stelde zich tijdens de opnamen van ‘Half Mirror’ terughoudend op, een manier van produceren die ook het door hem bewonderde album ‘Nearly God’ van Tricky kenmerkt. Een (andere) duidelijk hoorbare invloed is Talk Talks Mark Hollis, in de minimalistische aanpak en, in bijvoorbeeld de albumsluiter ‘Mirror,’ in de gedragen klaaglijke vocalen. Weer een andere zanger uit het verleden, Nick Drake, wandelt voorbij in ‘Ohio’. O’Connell noemt zelf nog als bronnen van inspiratie Arthur Russell en John Martyn en dan met name de vrije vorm waarin dezen hun liedjes schreven.

Vrijheid: het kenmerkt de compositorische kracht van Matthew O’Connell. Zijn songs verschillen onderling van opbouw en structuur, maar vormen desondanks een sluitend geheel van in elkaar overlopende thema’s en muzikale sferen. ‘Half Mirror’ had tijd nodig, tien jaar in totaal, maar nu dan eindelijk geland ontvouwt zich een prachtig doorgestikte muzikale patchwork quilt met aangenaam warme herfstkleuren.

Chorusing – Half Mirror (Western Vinyl / Konkurrent)

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
    Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.