Alle dagen vaderdag – 2

Ruud van Gessel verhaalt over zijn demente vader: een man in de war.

‘Meneer is erg in de war’ staat er op de monitor van de jonge accountmanager bij de Rabobank. Hij heeft het beeldscherm discreet naar mij toegedraaid en de tekst is de laatste zin van het verslag van een telefoongesprek met mijn vader, wat een week geleden is gevoerd. Aanleiding voor het samenzijn op de lokale vestiging is het beetje spaargeld van mijn vader waarvoor de bank een betere bestemming meende te hebben. We hebben het dan over een paar duizend euro, in hun voordeel natuurlijk zoals dat geldt voor alle banken. 

Die missie wordt misselijk omdat financiële instellingen bij het binnen schrapen van dit soort luttele bedragen de jongste bediende, of een anoniem call centrum, de opdracht geven om eens een rondje bellen te doen. De moeite om te kijken hoe oud iemand is wordt niet genomen, als er maar wat saldo te halen is. Boven de tachtig? Dementerend of niet, het maakt allemaal niet uit, er moet omzet gedraaid worden. Ook als het maar om weinig euro gaat van iemand met de leeftijd van mijn vader en met een schamel bezit wat in rook op zal gaan bij de crematie en de finale afrekening met de Belastingdienst.

Sarajevo zonder bloed

Mijn vader is altijd een spaarder geweest, geld lenen kwam in zijn vocabulaire niet voor. Zuinig en alles opzij leggen, bijvoorbeeld voor de eerste auto in ‘onze straat’, een splinternieuwe beige Volkswagen Kever met als kenteken VG-20-99. Wat volgens mijn moeder, vol trots, stond voor ‘Van Gessel-20-99.’ Ook werd er gespaard voor de eerste televisie in de flat waar wij woonden. Een glimmend gelakte Philips die een eeuwigheid moest opwarmen voor er beeld kwam. Dat maakte het kijken naar wat er moest komen natuurlijk alleen maar nog spannender.

Met de Kever gingen we naar Joegoslavië, toen nog één land maar zoveel vrijer als nu, waar naast de dictatuur de vrede en Tito regeerde. Op de dia’s die mijn vader maakte is het rood op de markt in Sarajevo nog van de paprika’s en niet van uiteen gespat mensenvlees decennia later. Het beeld op onze televisie was nog in zwart-wit, net als de avonturen van mijn favoriete programma Kabouter Kandelaar van Ton Hasebos, wat we op woensdagmiddag keken met alle andere kinderen uit onze flat.

Quasi interesse

‘Dus u wilt uw zoon machtigen om over uw rekening te beschikken?’ vraagt de jonge bankman. Mijn vader knikt bevestigend en vervolgt vol trots ‘Ik heb dat ooit voor mijn moeder en schoonmoeder gedaan, nu is het zijn beurt’ en hij wijst voldaan naar mij. Zelf zat ik niet te wachten op het vervolg van deze door hem vanaf nu blijkbaar ingezette familietraditie, mijn dochter Lana zal ik er in ieder geval van vrijwaren.

‘Heel verstanding van u’ zei de jongen van de bank terwijl hij quasi geïnteresseerd naar mijn vader keek ‘en ú wilt dan zeker ook een pasje’ vraagt hij aan mij. Nee, ik wilde geen pasje, maar het zal wel moeten anders is zijn spaargeld op voorhand van de bank. Ik wilde alleen maar zo snel mogelijk weg. Van dat pasje als weer een verkoopmoment, van die vanzelfsprekende overtuiging ‘handel is handel’ zonder elke vorm van empathie.

‘Zal ik de bankafschriften voortaan maar naar uw zoon sturen, meneer?’ was er nog een. Mijn vader vond dat een goed idee ‘dan hoef ik er gelukkig nooit meer over na te denken’ zei hij tevreden. Ik was er ook blij mee, zo kon ik zelf zien of het patroon van zijn kasopnames opeens zou gaan veranderen. Dat de Rabobank zichzelf daarmee weer een paar maandelijkse extra euro’s had toebedeeld was een feit. Inmiddels weet ik dat elke bank zich van deze kleine zelfverrijkingscode bedient. Een adreswijziging kost toch niets dacht ik eerst. Hoe naïef kan je zijn…

Jij hebt mijn geld gestolen

Na die gedenkwaardige zaterdagochtend bij de Rabobank begon het. Eerst de voorzichtige telefoontjes: ‘Ruud, ik heb al heel lang geen afschriften meer gehad van de bank, zou er iets mis zijn?’ Ik legde hem uit dat we een paar dagen geleden samen naar de bank waren geweest en dat we een afspraak gemaakt hadden maar dat mocht niet baten. Twee minuten later ging de telefoon opnieuw. Zelfde vraag, zelfde antwoord, zelfde reactie van mij, van hem. Soms tot acht keer op een dag.

Vervolgens kopieerde ik de afschriften en stuurde ze door naar mijn vader maar daar stond natuurlijk zijn naam met ‘per adres’ op en vervolgens mijn adresgegevens. Op dat moment was hij verre van een ‘man in de war’, hij wist precies waar híj zelf woonde en schreeuwde luid: ‘Jij hebt mijn geld gestolen.’

Dat was het begin van een tijd die mij heel veel pijn heeft gedaan. De frequentie van bellen werd nog hoger, soms wel vier keer per uur, meer dan twintig telefoontjes op een dag. De inhoud van de gesprekken had een macabere wending genomen. Ik was een dief die geld van zijn eigen vader stal en wat ik ook probeerde, hij kon zich van ons bezoek aan de bank niets meer herinneren. Hij vloekte en tierde als een klein kind dat zijn zin niet kreeg en ik deed dat even hard terug.

De tijd wiste zijn geest

Ik kon niet anders, gek van dat hij zich niets meer kon herinneren. Na een paar maanden stopte deze periode van paranoia abrupt. Met het op die bewuste dag wakker worden van mijn vader had de dementie zijn hele geest gewist, de tijd achterhaalt alles. Alsof er nooit iets gebeurd was, alsof hij nooit als boerenzoon begonnen was met het openen van een levenslange rekening bij een bank die nu de Rabo heet. Dat ik ooit zijn geld gestolen zou hebben? Alles was voorgoed opgelost, hij zou mij ook nooit meer bellen…

Weken later, op weg naar huis na weer een bezoek aan mijn vader denk ik glimlachend aan zijn moeder en mijn al lang overleden oma ‘Tiel’ zoals wij haar noemden naar de plaats waar zij woonde. Zij naaide op het eind van haar leven papieren geld in de zoom van de gordijnen. Dat was pas in de war!

[email protected]

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord