Alle dagen vaderdag – 4

Ruud van Gessel verhaalt over zijn demente vader: een man in de war.

‘Heer vandaag gedoucht en over vroeger gesproken’ staat er in het dagrapport van de Thuiszorg. Vroeger is voor mijn vader zijn leven als kind op een boerderij in de Betuwe. Hij is er in zijn geest terug en als hij daarover vertelt gaan zijn ogen weer stralen. Zijn lievelingspaard, de fruitbomen in de boomgaard, het varken dat elk jaar geslacht werd en zijn vader die met een riek de ratten durfde dood te prikken. 

Net als toen is de achterdeur ook nu weer nooit op slot en gaat hij net als zijn vader op zijn kousenvoeten naar buiten om je uit te zwaaien of om een rondje om het huis te lopen. Wat ooit een hectare was is alleen nu 225 vierkante meter geworden en het water dat toen nog in de keuken opgepompt werd door drie keer de zwengel met de glimmende koperen knop heen en weer te duwen stroomt nu natuurlijk gewoon uit de kraan.

Scharrelen

Als ik tegen hem zeg dat het verstandig is om toch maar de deur op slot te doen knikt hij wel maar ik zie aan zijn ogen dat hij eigenlijk denkt: ‘waarom eigenlijk, iedereen mag toch gewoon naar binnen lopen?’ Over het zonder schoenen naar buitenlopen begin ik al helemaal niet meer. Ik kan hem trouwens ook geen ongelijk geven. Stel dat hij nog steeds in de Betuwe gewoond had, zou iemand het dan vreemd vinden als een oude man over zijn eigen spul scharrelt?

Vroeger is voor mijn vader ook spelen in het grote huis van een van de dorpsnotabelen waar de deur werd opengedaan door een dienstmeisje in uniform, vissen in de Waal natuurlijk, waarna de vangst door zijn moeder in het zuur werd geweckt, net zoals zij het vlees weckte van het varken dat geslacht was.

Zilvergeld

Mijn oma weckte nog wel meer, zilver muntgeld bijvoorbeeld. Het was een vaste anekdote op verjaardagen. Aan het eind van de oorlog verstopte zijn moeder de zilveren guldens in weckflessen die begraven werden onder de paardenstal. Na de bevrijding werd de schat weer opgegraven maar omdat de flessen gelekt hadden was het zilver pikzwart geworden door het paardenpis dat natuurlijk ook in de grond zat.

Eigenlijk is mijn vader altijd boer gebleven. Ook toen hij als twintiger in de ‘metaal’ ging werken. Hij werkte zich op als ‘chef van de afdeling isolatie’ in een fabriek die hoogspanningstransformatoren maakte. Ik mocht wel eens mee en zie nog altijd de enorme rijen met draaibanken voor met daar achter arbeiders in blauwe overalls die zich omringd door oorverdovend lawaai in het zweet werkten. 

Mijn vader droeg als chef een lichtbruine stofjas met daaronder zijn dagelijkse colbert, wit overhemd en broek met scherp gestreken pijpen. Zo was het in de jaren vijftig, al reed de directeur natuurlijk net als nu in een auto met chauffeur.

Niet op stand

Boer was hij om het weekend. De ene zaterdag gingen we naar ‘Oma Dam’ en de andere naar ‘Oma Tiel’ waar mijn vader in de oogsttijd ook een overall aandeed om het fruit uit de hoogstambomen te plukken. In de perenbomen droeg hij een vergiet op zijn hoofd als helm, zo’n peer kon namelijk heel erg groot worden, zeker als je zelf nog maar een klein kind bent. 

In de Volkswagen Kever bracht hij de oogst naar de veiling maar de opbrengst nauwelijks genoeg was om de vaste kosten van de boerderij te dekken. Mijn oma was weduwe en het zou niet lang meer duren of het spul zou verkocht worden. In Tiel kocht mijn vader voor haar een hoekhuisje aan de rand van het centrum, in een goede buurt maar niet ‘op stand’. Dat wilde zijn moeder beslist niet. ‘Ze zouden me met de nek aankijken!’ Zij was een wijze vrouw en wist haar plaats in de Nederlandse samenleving van het begin van de jaren zestig. Achter het huis was een stukje moestuin waar mijn vader nog een beetje boer kon zijn maar het werd nooit meer als toen. 

‘Weer dezelfde verhalen over vroeger, verder niets bijzonders’ staat er in het verslag van de Thuiszorg maar nu geschreven door de huisarts. ‘Kom over twee maanden weer terug.’ Was dat met Vroeger maar zo…

[email protected]

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord