Ze waren nog steeds rond in Nederland, en de diverse remakes van Stephen Kings “It” zijn grote hits. Hoewel de meeste mensen er misschien een beetje om lachen, is de angst voor zulke clowns een serieuze aandoening: coulrofobie.

STEUN RO

Merel (35) kan erover meepraten. ‘In mijn optiek zijn er verschillende soorten clowns: De relatief onschuldige, zoals Pipo. De twijfelachtige, zoals Ronald McDonald. En dan is er de ultieme nachtmerrie: Pennywise uit ‘IT’. Of Bassie. Er moet wel iets grondig mis met je zijn als je tegen jezelf zegt: ‘Weet je? Als ik groot ben verf ik mijn gezicht wit, zet een rode pluizige pruik en een fopneus op, draag kleding die eruit ziet alsof er een pauw overheen heeft gebraakt en ga vervolgens met kleine kinderen spelen!’ Het is niet voor niets dat seriemoordenaar John Wayne Gacy optrad als clown op kinderfeestjes.

Ik kan het niet helpen maar zodra ik een clown zie, denk ik altijd dat ze zich verkleden en je aan het lachen maken om te verbergen dat ze je willen vermoorden.

‘Ik was in shock!’

Het begon toen ik vijf jaar oud was. Ik ging met mijn hele familie naar het circus. Ik was altijd al een beetje huiverig voor clowns, maar deze bewuste avond zou mijn leven veranderen. Daar kwamen ze – het waren er twee – met hun grote schoenen en rode neuzen. Mijn familie zat gelukkig helemaal achteraan, waar ik ze tot op de dag van vandaag dankbaar voor ben. Na hun introductierondje in een belachelijk klein autootje sleurden ze opeens een jongetje van een jaar of tien dat op de eerste rij zat uit zijn stoel, haakten hem in een harnas en lieten hem op en neer stuiteren in het midden van de ring. Alsof dat niet genoeg was grepen ze het arme kind, toen hij zo’n twee meter van de grond was bij zijn broek en trokken die naar beneden voor de ogen van het voltallige publiek. Ik was in shock, maar niet zo erg als het jongetje dat hoogstwaarschijnlijk tot op de dag van vandaag in therapie zit.

Toen ik zeven werd dacht mijn oom dat het grappig zou zijn om zich – bij wijze van verassing op mijn kinderfeestje – als clown te verkleden, uit een kast tevoorschijn te springen, me vast te pakken en in de lucht te gooien. Ik  heb 45 minuten zitten hyperventileren. Zelfs toen hij zijn pruik afzette en zijn make-up eraf haalde in mijn bijzijn, wilde ik niet dat hij me aanraakte.

‘Mijn vrienden e-mailen me foto’s van The Joker.’

Tot op de dag van vandaag haat ik ze. Ik vertrouw gewoon niemand die zó veel en zó breeduit lacht. Tijdens mijn puberteit dacht ik mijn angst te overwinnen door met mijn vriendengroep naar ‘IT’ te kijken.  Verkeerd gedacht. Ze pesten me er nog steeds mee, en e-mailen me foto’s van The Joker.

In het winkelcentrum bij mij in de stad staat vaak een clown die zakken snoep verkoopt, zelfs daar loop ik met een grote boog omheen. Ik wil ze gewoon niet in mijn buurt hebben, hoewel ik toch denk dat ik er wat aan moet gaan doen. Een soort ‘Tjakka’ therapie waarbij ik word blootgesteld aan video’s van Bassie en Adriaan misschien. Het belemmert me dat ik nooit eens spontaan mee kan naar een film of pretpark zonder me er van te voren van te vergewissen dat er geen clowns rondlopen.’

Freelance Journalist. Ik schreef voor o.a. LINDA., Viva, Grazia, Flair, Veronica Magazine, Margriet, VROUW, Oh! Magazine, Nieuwe Revu, Story, de Telegraaf, Psychologie Magazine, Marie Claire, Cosmopolitan en als (web)content creator voor o.a. VODAFONE en Sanoma Marketing Partnerships. Voor mijn volledige profiel: zie LinkedIn. $twitter.xrptipbot.com/Vivscontent