De daders van een bloedbad onder Iraakse burgers in Bagdad in 2007 gaan alsnog vrijuit. Dankzij Trumps clementie weten de Irakezen het nu zeker: hun levens zijn voor de Amerikanen niets waard.

STEUN RO

Voor Irakezen heeft de naam Blackwater een grote vette zwarte rand. President Trumps beslissing om de vier leden van het Blackwaterteam die in 2007 onder ongewapende, onschuldige burgers een bloedbad aanrichtten in Bagdad clementie te geven, komt dan ook hard aan.

Blackwater was een beveiligingsbedrijf dat vooral bescherming bood aan diplomaten in het onrustige Irak van na Saddam Hoesseins val in 2003. Na het incident in 2007 ging het op een zwarte lijst, maar inmiddels is eigenaar Erik Prince alweer met een ander, soortgelijk bedrijf actief in Irak.

Op 16 september 2007 vielen er zeventien doden en 24 gewonden, toen beveiligers die onderweg waren in een konvooi op een rotonde in het centrum van Bagdad het vuur openden op een personenauto die te dicht zou zijn genaderd. Alle slachtoffers waren burgers die de pech hadden in hun auto of een minibus op het Nisour Plein te zijn toen de Blackwaterbewakers met hun automatische wapens in het rond schoten.

Straffen

Vier van de bewakers kregen in de VS na jaren van procederen lange gevangenisstraffen. Getroffen Iraakse burgers ontvingen financiële compensatie. Dat was belangrijk, omdat de Amerikaanse staat daarmee had toegegeven dat Amerikaanse militairen (en huurlingen) niet straffeloos onschuldige Iraakse burgers konden vermoorden.

Ten tijde van het incident had Blackwater al een slechte naam. Ze speelde een belangrijke rol aan het begin van de cyclus van geweld die na Saddams val begon. In 2004 kwam de bevolking in de soennitische stad Falluja in verzet tegen de Amerikaanse bezetter. Hier werden in maart 2004 twee beveiligers van Blackwater in hun auto in brand gestoken. Hun verminkte lichamen werden opgehangen aan de brug over de Eufraat. ‘Falluja is de begraafplaats voor de Amerikanen,’ scandeerden mannen en jongens uit de stad.

Daken

Waar kwam dat geweld vandaan? Uit mijn recente boek, ‘Geweld is nooit ver weg’:

De Amerikanen hadden in Falluja in 2003 een voorlopige gemeenteraad gevormd, maar vervolgens geweigerd naar klachten te luisteren. Een daarvan was dat het Amerikaanse leger de platte daken in die tijd – voordat drones populair werden – gebruikte voor zijn patrouilles. De Amerikanen waren zich er te weinig van bewust hoe conservatief de inwoners waren, dat ze op die daken, waar in de zomer hele families sliepen, ernstig inbreuk maakten op de privacy in een samenleving waar de eer van de vrouw al door een blik geschonden kon worden. Een imam maakte er dankbaar gebruik van om mensen op te zetten tegen de bezetter: die ongelovigen gingen de daken op om naar de vrouwen te kijken!

Ook de manier waarop Amerikaanse soldaten burgers behandelden bij de controleposten zette kwaad bloed. Gezinnen werden uit hun auto gehaald, waarna de man vaak plat op de grond moest liggen, met zijn gezicht naar de grond. En dat voor de ogen van vrouw en kinderen, wat uiterst vernederend is voor de trotse Arabische man. Door dit soort incidenten veranderden mensen die in het begin niet per se negatief tegenover de Amerikanen stonden, omdat ze de onderdrukking van Saddam zat waren, in hun grootste vijanden. De bezetter negeerde alle waarschuwingen.

Terroristen

Terwijl de stad de daders van de moord op de Blackwaterbewakers als helden vereerde – ze verdedigden de stad – beschouwden de Amerikanen hen als terroristen. En datzelfde dachten ze al snel over de meeste mannen in Falluja. Het zou het begin zijn van de eerste Amerikaanse belegering van de stad, die eind 2004 door een tweede werd gevolgd.

Het verzet had zich in de tussenliggende maanden goed voorbereid door loopgraven en tunnels te graven, boobytraps te installeren en mijnen in elkaar te knutselen. De twee maanden van strijd die volgden waren naar Amerikaanse waarneming de hevigste en bloedigste sinds Vietnam. Er vielen zo’n tweeduizend doden, onder wie ook veel burgers, en de schade was groot. Van de tweehonderd moskeeën lagen er zestig in puin, net als zo’n tienduizend andere gebouwen.

Falluja ondervindt daar de gevolgen nog van, omdat de Amerikanen rijkelijk gebruik maakten van met verarmd uranium (DU) verharde bommen en raketten. Nog steeds worden misvormde kinderen geboren. Kanker komt in de stad veel meer voor dan in steden waar deze bommen niet gebruikt zijn.

Littekens

Van de littekens die Irak draagt als gevolg van Amerikaans militair ingrijpen, behoren die aangericht door Blackwater tot de diepste en pijnlijkste. Dat het jaren duurde voordat de schutters van het Bagdadse Nisour Plein werden berecht, zette kwaad bloed. De veroordelingen voelden een beetje als genoegdoening voor de zwarte jaren van geweld.

Door het Amerikaanse optreden had onder veel Irakezen de overtuiging postgevat dat voor de Amerikanen een Iraaks leven minder waard was. Een schatting dat sinds 2003 een miljoen Irakezen zijn omgekomen, wordt graag aangehaald. Zonder de Amerikaanse bemoeienis zouden er geen schotten zijn gekomen tussen de verschillende geloofsgroepen. Er zou er geen burgeroorlog zijn geweest. Extreemreligieuze groepen en Iran zouden geen kans hebben gehad hun invloed zodanig uit te breiden en ISIS zou nooit een derde van Irak hebben bezet.

Blackwater staat zo’n beetje synoniem voor de fouten die de Amerikanen in Irak maakten. Waarvan de grootste was, hoe makkelijk ze het stempel van terrorist op burgers plakten, niet gehinderd door kennis van het land, de cultuur en interne tegenstellingen. De angst die ze zaaiden, die vergeet je niet zomaar. Ik herinner me nog hoe bang ook ik was voor de Amerikaanse konvooien die opeens voor of achter je op de snelweg verschenen. We wisten allemaal hoe het op het Nisour Plein was geëindigd en vluchtten door de middenberm naar de andere rijrichting. Al was ook dat een kamikazeactie.

Signaal

Trumps beslissing geeft een verkeerd signaal af, op een moment dat de situatie toch al gespannen is. Deze week vielen er katyusharaketten op de compound van de Amerikaanse ambassade in Bagdad. De verjaardag van de Amerikaanse droneaanslag op 2 januari 2020 waarbij de Iraakse generaal Soleimani in Bagdad omkwam zal niet ongemerkt voorbijgaan.

De bitterheid onder de Irakezen over het geweld sinds 2003 is groot, en ze leggen de schuld daarvoor veel eerder bij de Amerikanen dan bij zichzelf. Het corrupte regeringssysteem dat uit de invasie is voortgekomen lijkt Irak inmiddels naar de afgrond te leiden. Er zijn protesten, armoede en een dreigend faillissement voor een staat die een van de rijkste van de wereld is aan olie.

En dan komt er uit Washington een dikke middelvinger in de vorm van clementie voor militairen die zeventien Iraakse burgers vermoordden. Terwijl er voor al die andere onschuldige verloren levens door Amerikaans vuur nooit iemand is bestraft, gaan degenen die wel de cel in draaiden alsnog vrijuit. De conclusie ligt voor de hand. Het is dus waar: Iraakse levens doen er voor de Amerikanen niet toe.

Geweld is nooit ver weg, Tien jaar berichten uit Irak, is uitgegeven door Uitgeverij Jurgen Maas en verkrijgbaar via uw boekhandel

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Judit Neurink is schrijver en journalist die vooral schrijft over Irak en het Midden-Oosten