Terwijl in Venezuela de socialistische regering en het door de rechtse oppositie gedomineerde parlement vechten om de politieke macht, worden de rijen alsmaar langer en wordt de honger een steeds groter probleem.

STEUN RO

‘Ik geef hem nog drie maanden, nee, niet eens”, corrigeert William Campos zichzelf. Hij, civiel ingenieur (45) in Caracas, waar ik al meer dan een jaar contact mee heb en wiens leven ik zienderogen zwaarder zie worden, denkt dat Venezuela’s president Maduro binnen de kortste keren het veld moet ruimen, omdat hij de economische chaos waarin het land al zo lang verkeert niet kan oplossen.

Ellenlange wachtrijen voor de winkels om aan de eerste levensbehoeften te komen, wanhopige oproepen via de social media om schaarse medicijnen te bemachtigen, een bolívar die niks meer waard is en die dus ook de middenklasse tot de bedelstaf heeft veroordeeld. Dat alles heeft ervoor gezorgd dat op 6 december 2015 de socialistische regering van Maduro voor het eerst sinds 17 jaar verslagen werd bij parlementaire verkiezingen. En verpletterend: de rechtse oppositiepartijen verenigd in de Ronde Tafel voor Democratische Eenheid, MUD in het Spaans, verwierven een twee derde meerderheid.

Drie weken is het parlement, de Nationale Assemblee, zoals het in Venezuela officieel heet, in functie, de eerste zittingsdag was 5 januari. Wat de bevolking heeft kunnen zien is een oppositie die haar best doet om een frisse wind te laten waaien: voor het eerst is het weer mogelijk voor de gehele pers, pro- en contra-regering, om parlementszittingen bij te wonen en alle politici te interviewen die ze maar wil.

De dag dat president Maduro zijn toespraak hield om verantwoording af te leggen over 2015, op 15 januari, werd zijn toespraak van drie uur door alle zenders uitgezonden, maar óók de reactie erop van Henry Ramos, de parlementsvoorzitter van de oppositie, werd integraal uitgezonden. En die reactie was, hoe beleefd geformuleerd en hoe bereid tot dialoog ook, vernietigend. Kritiek van de oppositie op de staatstelevisie: dat is ongekend in Venezuela sinds Hugo Chávez van 1999 tot 2013 de regering leidde en Nicolás Maduro hem na zijn dood in maart 2013 was opgevolgd.

Drie oppositieleden weg

Maar de regering wil de nieuwe situatie die op 6 december is ontstaan niet accepteren en doet er alles aan om het nu vijandige parlement, dat ze zestien jaar in haar zak had, te omzeilen. Het begon met het in het leven roepen van een parallel parlement bestaande uit leden van de ‘communes’, plaatselijke gemeenschappen die beslissen over wat er in hun buurt gebeurt. Vervolgens bepaalde het door de regering gedomineerde Supreme Gerechtshof over drie oppositieparlementsleden dat hun verkiezing onrechtmatig was geweest. De oppositie verloor daardoor haar twee derde meerderheid. Dat betekent dat ze minder voor elkaar kan krijgen: bijvoorbeeld ministers naar huis sturen of een referendum houden om president Maduro af te zetten. De laatste zet van de regering was de afkondiging van een economische noodwet die het mogelijk moest maken voor de regering om zonder raadpleging van het parlement beslissingen te nemen om de economie nieuw leven in te blazen.

Die noodwet werd door de oppositie op 22 januari afgekeurd. In een omvangrijk document legde de parlementscommissie voor economische zaken onder leiding van de gezaghebbende econoom José Guerra uit wat de redenen waren om de noodwet naar de prullenbak te verwijzen. Tien pagina’s werden gewijd aan aanbevelingen voor de toekomst.

Geldpersen draaien

De reactie van de regering en haar coalitie in het parlement: “De oppositie heeft het volk de rug toegekeerd.” Maar volgens de oppositie bracht de noodwet geen enkel soelaas voor de wanhopige bevolking omdat ze geen wijziging van beleid aankondigde. “Meer van het zelfde”, aldus Guerra, die iedere dag wel in een nieuwsprogramma verschijnt om zijn visie te geven op de ontwikkelingen. Een van de belangrijkste bezwaren van de oppositie is dat de Centrale Bank van Venezuela (BCV) niet onafhankelijk is en dat ze de geldpersen volop laat draaien om de regering budget te geven voor haar sociale programma’s. Dat is een van de redenen van de hyperinflatie, die het land in een wurggreep heeft. Rond de 270% zou de inflatie in 2015 hebben bedragen – betrouwbare cijfers geeft de BCV ook al niet – en het Internationale Monetaire Fonds voorziet voor 2016 een inflatie van 720%. Het getal van 1000 circuleert ook al in de media.

Daarom wil de oppositie dat de regering haar greept op de BCV verliest en dat deze verantwoording moet afleggen aan het parlement, zoals de grondwet voorschrijft. Ook wil ze dat de vaste wisselkoers van de bolívar tegen de Amerikaanse dollar wordt losgelaten. Die is officieel 1 op 6,3 bolívars, maar loopt op de zwarte markt al tegen de 1000. José Guerra in een interview met de televisiezender Globovisión: “Alles waar je een vaste prijs voor bepaalt, stijgt in waarde op de zwarte markt.”

De regering gaat door met zo veel mogelijk het parlement negeren en oplossingen zoeken via andere wegen, bijvoorbeeld in bijeenkomsten met ondernemers. De oppositie moet beslissen of ze het spel hard gaat spelen en aanstuurt op Maduro’s vertrek of dat ze toch de dialoog blijft zoeken om de economische problemen op te lossen. De MUD is daarover intern verdeeld.

Zonder eten naar bed

“De situatie is elke dag moeilijker, er is steeds minder eten”, laat William Campos via Twitter weten: “We beginnen de honger al van dichtbij te zien. We hebben een galopperende inflatie, we zullen niet meer kunnen eten als dit zo doorgaat.”

De honger van dichtbij zien betekent voor William Campos dat zijn vrouw en hij soms zonder te eten naar bed gaan, om hun twee tienerkinderen in ieder geval het avondeten te kunnen geven. Doordat de bolívar zo hard in waarde is gedaald en dus de prijzen even hard zijn gestegen, heeft hij het geld niet meer om genoeg voor iedereen te kopen: “Kip en rundvlees zijn onbetaalbaar, als je het al vindt. Moet je je voorstellen hoe het eraan toegaat bij de echt armen en de mensen in de dorpen. Mijn vrouw heeft in de rij geproken met mensen die op drie kwartier rijden van Caracas wonen en hier naartoe komen omdat daar niks meer te krijgen is.”

“De situatie met de medicijnen is nog erger”, schrijft hij. “Mijn schoonmoeder heeft al een maand haar chemokuur tegen borstkanker moeten onderbreken.” Ze maakt het naar omstandigheden goed, maar de vraag is hoe lang nog.

Het volk gelooft de verhalen van de regering niet, dat de oppositie Venezuela de rug toekeert, denkt William. Hij voorziet dat de druk op de regering om te handelen zo groot wordt dat Maduro zal opstappen. “Ze zijn te laf om maatregelen te nemen. Ze wachten totdat het schip echt zinkt en gaan er dan met hun handlangers vandoor.”

    Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.