Evelien (38, moeder van twee kinderen) bleef maar verdrietig toen haar ex haar verliet voor een andere vrouw. En geen gewoon verdriet, maar een allesoverheersende droefenis die twee jaar aanhield.

STEUN RO

‘Ik voelde me letterlijk door het leven verslagen. Gewond en ellendig, een allesoverheersend verdriet. De tranen bleven komen. Dag in dag uit. Ik begreep na verloop van tijd niet meer waar ze vandaan kwamen. Ik huilde uren per dag. Iedere dag weer. Het begon als ik opstond en soms zelfs daarvoor. Dan werd ik huilend wakker met betraande wangen. Omdat ik de kinderen naar school moest helpen, slikte ik mijn tranen in en zette een opgewekt gezicht op. Dat hield ik een uur of wat vol, tot ik weer alleen was en mijn tranen de vrije loop kon laten.

Het gekke is dat ik absoluut geen huilebalk ben. Voorheen huilde ik vrijwel nooit. Achteraf ben ik gaan inzien dat ik nooit geleerd had om met gevoelens om te gaan. Ik praatte zelden over mijn emoties en meestal wist ik niet eens hoe ik me écht voelde. Ik benaderde het leven rationeel. Emoties zag ik als een teken van zwakte. Zo ben ik ook opgevoed: stel je niet aan, huilen is voor zwakkelingen. Ik was emotioneel totaal onvolwassen. Nu snap ik dat emoties een natuurlijk onderdeel zijn van het leven. We hebben ze allemaal en ze horen erbij. Door emoties weg te duwen, gaan ze niet weg. Ze stapelen op en uiten zich anders, als hoofdpijn, spanning of stress. Of – zoals bij mij – jaren later als een enorme golf van verdriet.

Inmiddels weet ik waar het grote verdriet vandaan kwam en dat het te maken had met verlatingsangst. Mijn vader was manisch depressief en pleegde zelfmoord toen ik twaalf was. Ik heb hem gevonden in de auto in de garage. Een traumatische ervaring waar nooit over gesproken is. De dood van mijn vader is nog steeds taboe in onze familie, al heb ik er inmiddels wel met mijn zussen over gepraat. Toen mijn ex mij verliet voor een andere vrouw, was het verdriet om hem een katalysator voor het onverwerkte verdriet over mijn vader. Er kwam zoveel los, dat het voelde alsof al het verdriet van de hele wereld als een wolk op mij neer was neergedaald. Een wolk die ik niet meer van me afgeschud kreeg. Ik zat er ‘in’. Ik stond ermee op en ik ging ermee naar bed.

Het duurde twee jaar voor ik naar het verdriet durfde te kijken. Het klinkt raar, maar ik was in ontkenning. Ook al huilde ik elke dag, ik bleef volhouden dat het beter zou worden als ik maar door zou gaan. Ik sprak mezelf toe: kom op, stel je niet aan! Het lukte redelijk om overdag te functioneren op automatische piloot, maar ondertussen voelde ik me eenzaam en verdrietig. En dat gevoel ging maar niet weg. Iedere ochtend als ik wakker werd, was mijn ex het eerste waar ik aan dacht. Ik voelde een wanhopig verlangen naar hem. Ik wilde en kon niet accepteren dat hij weg was. Waarom? Waarom? Galmde het door mijn hoofd. Hoe had het zo fout kunnen lopen. Ik begreep het niet en het liet me niet los. Iedere ochtend diezelfde gedachtegang. Het was een obsessie. Het gemis was zo groot. Ik kon het niet verwerken en snapte niet waarom.

Als ik de situatie rationeel bekeek, was het niet raar dat hij voor een ander was gevallen. Ik had al jaren daarvoor afstand genomen. Het werkte niet tussen ons. Ik voelde me niet meer aangetrokken tot hem en wilde al heel lang niet meer vrijen. Maar toen hij uiteindelijk een streep onder de relatie zette en vertelde dat hij verliefd was geworden op iemand anders, voelde het alsof de bodem onder me werd weggeslagen. Ik voelde me door hem in de steek gelaten en miste hem verschrikkelijk. De leegte die hij achterliet, voelde als een afgrond waarin ik viel, en viel en viel…

Als ik eraan terug denk, begrijp ik bijna niet meer hoe ik die jaren door ben gekomen. Ik kwam ’s morgens met moeite uit bed en in de spiegel zag ik een oude vrouw met trieste ogen. Verslagen door het leven. Ik had speciale crèmes en druppels tegen rode ogen om er nog enigszins fris uit te zien. Op mijn werk ging het wel. De afleiding hielp. Ik praatte met collega’s over koetjes en kalfjes en lachte als er een grapje gemaakt werd. Op die momenten voelde ik me ook echt wel okay. Ik deed niet alsof. Maar de ondertoon was altijd verdrietig. Als ik even niets te doen had en mijn gedachten de vrije loop kregen, prikten de tranen alweer achter mijn ogen.

Het verdriet maakte een ander mens van mij. Ik kende mezelf amper terug. Normaal gesproken was ik opgewekt en positief, vol energie en goede zin. Nu sijpelde het verdriet door mijn hele wezen. Ik worstelde me door de dagen heen en ’s avonds was ik blij als er een dag voorbij was. Ik functioneerde op automatische piloot en droeg het hele jaar een zonnebril om de tranen te verbergen. Het leven voelde hard en overweldigend.

Ik dacht eerst dat ik depressief was en zocht op Internet naar info. Maar ik was niet somber en afgevlakt. Eerder het omgekeerde. Ik was juist hypergevoelig geworden. Alsof ik ineens ‘het leed van de wereld’ op mijn schouders droeg. Het verdriet was overal. Ik kon geen mooie muziek meer luisteren of de tranen kwamen. Een zielige film op televisie, een reclame over een derde wereld land en het journaal…. Alles gaf aanleiding tot huilen. Ik werd er letterlijk gek van en het werd steeds erger.
Ik at slecht, ik sportte niet meer en sprak steeds minder af met vriendinnen. Op dagen dat ik niet werkte, lag ik in bed tot de kinderen uit school kwamen. Bijna niemand wist hoe erg ik eraan toe was. Mensen wisten wel dat ik het moeilijk had met de scheiding, maar dat ik dagelijks uren lag te huilen, dat wisten ze niet.

Ik praatte er ook zo min mogelijk over. Ik wilde niet en plein publique in huilen uitbarsten of de sfeer verpesten met mijn gejank. Als vriendinnen belden nam ik de telefoon niet op en appte dan later dat ik net even bezig was. Als ik wel afsprak, stelde ik me daar helemaal op in en zette mijn beste beentje voor. Als iemand vroeg hoe het ging, antwoordde ik ontwijkend antwoord. Ik genoot van de gezelligheid en het verdriet was even op de achtergrond. Maar na een gezellige avond of middag, kwam altijd de terugslag. Eenmaal thuis, alleen in bed, zakte ik weg in het verdriet. Dat grote, zwarte monster dat mij meetrok naar beneden. Ik had er geen weerstand tegen.

Ik geloof niet dat de kinderen veel gemerkt hebben van mijn verdriet. Al zei mijn dochter laatste wel dat ze blij was dat ik weer meer lachte de laatste tijd. Alleen mijn beste vriendin wist hoe erg ik er aan toe was. Zij kent mij door en door en hoeft me maar aan te kijken om te weten hoe het met me gaat. Bij haar kwam ik nergens mee weg. Maar ze woont ver weg en kon niet even op de fiets springen om te kijken hoe het ging. Ze belde wel heel trouw en stuurde lieve pakjes in de post en appjes met opbeurende teksten. Ondertussen maakte zij zich grote zorgen. Ze bleef erop aandringen dat ik hulp moest zoeken. Ze zei dat het niet normaal was dat ik zo verdrietig bleef en dat het waarschijnlijk te maken had met mijn vader. Door haar ben ik uiteindelijk hulp gaan zoeken. Het ging gewoon niet meer.

De ommekeer kwam uiteindelijk vrij abrupt. Ik fietste voor de zoveelste keer huilend naar huis na mijn werk en dacht ineens: genoeg, dit kan zo niet langer! Het was een rare gewaarwording. Een moment van helderheid. Een ingeving. Thuis heb ik een oude vriendin gebeld die psychiater is. Ze schrok heel erg. Hoe kon het dat zij niets gemerkt had? Ze heeft me meteen in contact gebracht met een therapeut die gespecialiseerd is in rouwverwerking. Dat was het begin van het einde van het verdriet. Het was een langzaam proces, maar dat is logisch. Ik zat zo diep. Je komt niet één, twee, drie uit zo’n diep dal. Maar toen mijn beste vriendin een paar maanden later appte ‘welcome back!!’  wist ik dat het ergste achter me lag.

Wekenlang ben ik trouw naar therapie gegaan. Het voelde goed om met mezelf aan de slag te gaan. Helend. Eindelijk zorgde ik weer voor mezelf. Beetje bij beetje begreep ik waar dit enorme verdriet vandaan kwam en hoe ik vast was blijven zitten in een proces van rouw en onthechting. Ik praatte voor het eerst over wat ik had meegemaakt in mijn jeugd en leerde visualisatie-technieken om het meisje in mezelf te troosten. Het was een intensief proces en ik ben door alle fases van verdriet gegaan: van paniek en ontkenning tot boosheid en acceptatie. Ik heb gepraat en heel veel geschreven en ik durf nu te zeggen dat ik weer helemaal back on track ben. Vier maanden geleden had ik mijn laatste therapiesessie. Ik heb al maanden niet meer gehuild en voel me weer positief. De donkere wolk is weg.

De belangrijkste les die ik geleerd heb, is dat hulp vragen de eerste stap is naar beter worden. Ik trok me terug en sloot anderen buiten. Ik vermeed het verdriet en dat maakte het alleen maar erger. Pas toen ik écht accepteerde dat het zo niet langer ging en ik hulp durfde te vragen, werd het beter. In het begin verweet ik mezelf dat ik het niet eerder had gedaan, maar ik was er eerder niet klaar voor. Inmiddels heb ik geleerd om milder naar mezelf te kijken. Ik ben niet perfect en dat is okay. Zolang ik maar blijf proberen en reflecteren.

Als ik terugkijk op die moeilijke jaren ben ik vooral dankbaar voor wat het me gebracht heeft. Ik ben erdoor gegroeid als mens en als moeder. Ik heb veel inzicht gekregen in mezelf en de patronen in mijn familie. Die patronen kan ik nu doorbreken in mijn eigen gezin. Want ik was ook geneigd om tegen mijn kinderen te zeggen: stel je niet aan. Dat doe ik nu bewust anders. Ik praat met ze over de scheiding en vertel ze dat het heel normaal is als ze zich af en toe verdrietig voelen. Mijn jongste kwam laatst uit school en wierp zich huilend in mijn armen. Ze miste papa. Vroeger zou ik me heel ongemakkelijk hebben gevoeld bij zulk verdriet. Dan zou ik geprobeerd hebben haar af te leiden of oplossingen te zoeken. Nu weet ik hoe belangrijk het is dat haar verdriet er mag zijn. Ik ben er niet meer bang voor en ik hoef het ook niet op te lossen, ik hoef alleen maar te luisteren en te troosten. Toen ze even later weer lekker aan ’t spelen was, voelde ik me voor het eerst sinds jaren weer echt blij en gelukkig. Ik ben heb het monster in de bek gekeken en ben er een betere moeder door geworden.’

Wat is pathologische rouw?

Pathologische rouw wordt ook wel gecompliceerde, chronische of traumatische rouw genoemd. In de psychologie spreekt men van pathologische rouw als de rouw langer duurt dan zes maanden. Gevoelens van ongeloof, protest, woede en bitterheid overheersen. De rouwende blijft intens verlangen naar degene die er niet meer is en heeft terugkerende uitbarstingen van pijnlijke emoties. Situaties en activiteiten die herinneren aan het verlies worden vermeden en er zijn gevoelens van leegte en obsessief piekeren over het verlies. Deze klachten kunnen leiden tot stress, slaapproblemen en sociaal isolement. Pathologische rouw kan optreden bij overlijden of verlies van een geliefde, partner of kind. Rouwtherapie kan uitkomst bieden.

Foto van Pixabay

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is cultureel antropoloog en eigenaar van Uitgeverij 11