‘De laatste ontsnapping’ van Jan van Mersbergen is bekroond met de F. Bordewijkprijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige prozaboek van 2014. ‘Van Mersbergen toont zich in zijn schitterende zevende roman een meester van het kleine gebaar en de onuitgesproken gedachte,’ aldus het juryrapport.

STEUN RO

Jan van Mersbergen – 'De laatste ontsnapping' (224 p.), Cossee, € 18,90/€ 14,90 (e-book)

Met de roman Naar de overkant van de nacht won Jan van Mersbergen (1971) in 2011 de BNG Literatuurprijs en werd hij genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en de AKO. Nu is ook zijn nieuwe roman De laatste ontsnapping bekroond. De F. Bordewijkprijs, die wordt uitgereikt door de Jan Campertstichting, bedraagt 5000 euro. Eerdere winnaars waren Oek de Jong, Tommy Wieringa, Arnon Grunberg en Cees Nooteboom. Jan van Mersbergen zal de prijs op 18 januari tijdens het Schrijversfeest in ontvangst nemen.

Haarscherpe mannenportretten

Met 'De laatste ontsnapping' laat Van Mersbergen laat wederom zien dat hij behoort tot de beste en interessantse schrijvers van zijn generatie. In beknopte romans schetst hij haarscherp prachtige mannenportretten. Net als in 'Naar de overkant van de nacht' draait het in 'De laatste ontsnapping' om mannen die worstelen met hun maatschappelijke rol en het vaderschap.

‘Als je overal voor wegloopt ben je altijd vrij.’ Dat lijkt lange tijd het levensmotto van Ivan, hoofdpersoon van de nieuwe roman De laatstse ontsnapping. De donkerharige en donkerogige man uit een niet nader genoemd Balkanland, die in Amsterdam verzeild is geraakt, is always on the run. Als jongeman ontvluchtte hij zijn geboorteland om te ontsnappen aan wat daar stond te gebeuren omdat hij niet wilde vechten, en liet zijn vader, moeder en zijn jongere broer achter.

We leren zijn verhaal kennen door de ogen van de ik-verteller, de vader van Ruben, of beter gezegd: een afwezige vader, die het grootste deel van zijn leven heeft gesleten achter een bureau. Hij leert zijn inmiddels tienjarige zoon pas écht een beetje kennen nadat hij zijn baan is kwijtgeraakt. Ruben is bevriend met Deedee, een jongen die op een dag op zoek gaat naar zijn onbekende vader. Als hij zijn moeder de naam heeft ontfutseld, belt hij zijn vader – Ivan – plomverloren op. Ze ontmoeten elkaar bij een karateles van Deedee, en zo groeit er langzamerhand een voorzichtige band tussen vader en zoon.

Als de ‘Houdini’ van Amsterdam verdient Ivan zijn geld met een act in een avondclub: hij laat zich vastsnoeren aan een stoel, zijn kleding wordt in brand gestoken en Ivan moet zich in een mum van tijd bevrijden van zijn ketenen. De rest van zijn tijd brengt hij jenever drinkend door aan de bar of, al dan niet in vrouwelijk gezelschap, in bed.

Maar wanneer hij Deedee ontmoet, roert zich iets in hem. Angst om en bewondering voor zijn zoon, maar ook schuldgevoel en spijt vanwege het achterlaten van zijn eigen familie.

Als de jongens wat rustiger zijn zegt Ivan: Gigi had gelijk.
Denk je?
Weet ik wel zeker. Het kan niet meer, weglopen.
Hij meent het. Ik zie aan zijn houding en blik dat hij serieus is.
Hij zegt: Die jongen heeft meer lef in zijn pink dan ik in mijn hele lijf.

Demonen uit het verleden

Deedee herinnert Ivan aan zijn broertje, die wél durfde te vechten, en de trots van zijn vader verwierf. Er is iets met dat broertje, maar Ivan laat er weinig over los, slechts flarden van herinneringen komen voorbij. 

De helling achter hun huis, zo vertelde Ivan me, was hun eigen eiland. Altijd met z’n tweeën. De pruimenbomen waren de vijanden. Ze gaven iedere boom een paar slagen met hun zwaarden zodat de pruimen trilden aan de takken en het eiland sidderde onder de slagen die in werkelijkheid alleen in hun rechterarmen voelbaar waren. De lucht trilde van de kreten van zijn broertje, want ook al was Ivan ouder en groter, hij was verlegen en stil en bedachtzaam.

Zijn broertje ging voorop door het gras met een zwaard in zijn handen dat eigenlijk te zwaar voor hem was maar waarmee hij toch de vijand te lijf ging.

Zijn broertje hield het langer vol, zijn broertje was sterk. Zijn broertje was wel sterk.

Omwille van zijn zoon moet Ivan de demonen uit het verleden onder ogen zien en hij begint langzaam afscheid te nemen van zijn ‘vrije’ leven als boeienkoning en nachtbraker. De vader van Ruben maakt juist de omgekeerde beweging: nu hij zijn baan kwijt is, gaat hij steeds vaker ’s nachts op stap om de vrijheid te proeven.

Ivan laat zich overhalen nog eenmaal zijn kunsten te vertonen tijdens een optreden in Zuid-Frankrijk. Deedee, Ruben en zijn vader gaan mee; het is voor de jongens de eerste en laatste gelegenheid om Ivan in actie te zien. Terwijl hij Ivan en Deedee nader tot elkaar ziet komen, realiseert de vader van Ruben zich dat hijzelf nauwelijks een vader is geweest voor zijn kinderen en niet weet hoe hij contact met zijn zoon moet maken.

Een echte 'Van Mersbergen'

De laatste ontsnapping is een echte ‘Van Mersbergen’; een verhaal over zwijgzame mannen met hoekige karakters, die moeilijk hun gevoelens kunnen uiten en voor wie verbinding geen vanzelfsprekendheid is. Jan van Mersbergen doet waar hij zo meesterlijk in is: hij houdt het klein en tekent met weinig woorden eenzaten van vlees en bloed, die ontroeren in al hun onbeholpenheid. Mooi, heel mooi.