Amed vormt slechts één van de honderden vluchtelingen die van Turkije naar Nederland is uitgeweken. Hij heeft in Nederland asiel aangevraagd, omdat vluchten voor hem de enige manier was om te vermijden dat hij nogmaals in de gevangenis terecht zou komen, waarin hij reeds als kind gezeten heeft. En het is juist wat hij toen in de gevangenis heeft meegemaakt, dat hem anders maakt dan de meeste andere vluchtelingen is. Laten we nu naar het verhaal van Amed luisteren.

De thans 22-jarige Amed groeide met zes broers en zussen op in een linkse Koerdische familie in Diyarbakir. Zijn vader was politiek actief en om die reden regelmatig in de gevangenis beland, waar hij zelfs gemarteld werd. Volgens Amed is zelfs iedereen in zijn familie wel eens in hechtenis is genomen. Zijn vader en vier van zijn broers en zussen gingen elk op verschillende momenten de gevangenis in en uit. Om opgepakt te worden is het namelijk al voldoende om je met politieke kwesties in te laten.

Dat is al snel het geval, omdat de Turkse staat een politiek bedrijft die tot stelselmatige dicriminatie van de Koerdische bevolking leidt. Amed heet dat zelf al op zeer jonge leeftijd heel concreet ervaren: “Ik besefte al gedurende mijn eerste jaren op de basischool dat ik met discriminatie te maken had. Ik ben opgegroeid in een familie waar Koerdisch werd gesproken, en kon daardoor geen Turks. Het onderwijs op school was echter volledig in het Turks. De leerlingen die van huisuit geen Turks spraken konden zich niet goed uiten en werden gekleineerd. Ik heb dit onderscheid gedurende mijn hele schoolleven ervaren.”

Zonder enig reden opgepakt en in een schijnproces veroordeeld

Op 15-jarige leertijd, toen hij nog maar een middelbare scholier was, werd Ahmed voor het eerst in zijn woonplaats Diyarbakir opgepakt, in februari 2011. “Ik ging altijd lopend naar school. Op die dag stopte, op het moment dat ik tegen de avond van school thuis kwam, een politieauto naast mij om mijn identiteitbewijs te controleren. Ik had mijn boeken in mijn hand en mijn schooluniform aan. Nadat ze mijn papieren hadden ingezien, werd ik in hechtenis genomen. In totaal heeft de politie mij drie dagen lang vastgehouden”.

“Volgens de Turkse wet”, zo vervolgt Amed, “moeten kinderen die worden aangehouden naar het aparte politiebureau voor kinderen worden gebracht. Maar ik werd naar het politiebureau voor terrorismebestrijding in Diyarbakir vervoerd, waar systematich gemarteld wordt. Ook ik ben, behalve aan verbale, tevens aan fysieke martelingen onderworpen. Daarna werd ik op 17 februari naar het parket gestuurd. De dienstdoende officier van justititie zei tegen mij slechts “Ik zal geen tijd verdoen door naar u te luisteren” om mij vervolgens rechtstreeks naar de gevangenis te sturen.”