In gesprek met regisseur Marcus Azzini en Aidsfonds-directeur Ton Coenen over de voorstelling Angels in America, het iconische stuk dat nu door toneelgroep Oostpool wordt gespeeld.

STEUN RO

‘Je kan van iemand houden en toch tekort schieten’, dat is volgens regisseur Marcus Azzini de mooiste zin uit het script voor Angels in America, het iconische stuk dat toneelgroep Oostpool dit voorjaar weer op de planken brengt. Azzini zocht bij dit toneelstuk waarin homoseksualiteit en aids een grote rol speelt, al snel toenadering tot het Aidsfonds. Hier trof hij directeur Ton Coenen. De bedachtzame wetenschapper weet de feiten en cijfers te leveren bij de verhalen van Braziliaans-Nederlandse wervelwind Azzini. Beiden kregen zij als homoseksueel in de jaren ‘80 persoonlijk met aids te maken.

Aids is een metafoor voor crisis, voor angst en voor de dood

Waarom heeft een voorstelling uit 1991 over aids in de jaren ‘80 nog steeds waarde in 2015?

Marcus Azzini: ‘Als je denkt dat het stuk alleen over aids gaat, doe je ons allebei te kort. Aids is een metafoor voor crisis, voor angst en voor de dood. Dit stuk gaat dan ook niet over een ziekte maar over hoe mensen met elkaar om gaan in tijden van crisis.’

Ton Coenen: ‘En gedateerd is het ook niet echt. In de voorstelling zien we mannen die worstelen met hun homoseksualiteit en de dodelijke ziekte aids. In Nederland is dat stigma nu veel minder en aids niet meer dodelijk, toch blijven de problemen herkenbaar. Is het niet hier, dan wel in het buitenland. In Afrika is aids doodsoorzaak nummer 1 voor vrouwen en het stigma nog levensgroot. In Zuid-Afrika horen we van prostituees dat ze niet naar dokters of verpleegkundigen durven te stappen uit angst voor discriminatie. En op de eerste dag dat de Krim werd ingenomen door Rusland zijn ze daar gestopt met hiv-behandelingen voor drugsgebruikers. Inmiddels zijn daar natuurlijk doden gevallen.’

Voor Azzini is het regisseren van Angels in America een droom die hij al eens eerder wilde waarmaken. Maar drie en een half jaar geleden tijdens repetities van dezelfde voorstelling, overleed zijn broer. En juist die broer, 25 jaar lijdend aan aids, maakte dat hij Angels in America onder regie van Guy Cassiers in de jaren negentig zo aangrijpend vond. Tien jaar later kwam Toneelgroep Amsterdam met een versie en weer herkende hij zichzelf en zijn omgeving. Maar bovenal vindt Azzini het stuk van zo’n grote wereldklasse dat het om de tien jaar op de planken moet staan. De versie van Azzini is een voorstelling die in de kleine zaal wordt gespeeld op de vlakke vloer. Een intieme setting waarin het publiek dicht op de huid van de personages zit. Azzini en Coenen reageren nu zelf op uitspraken van vier van de personages die in het stuk voor komen.

Prior (ex-dragqueen die lijdt aan aids en steeds zieker wordt. Zijn vriend Louis laat hem op zijn ziekbed in de steek): Ik leef nu vijf jaar met AIDS, een half jaar langer dan met Louis.’

TC: ‘Aids was in die tijd simpelweg je doodvonnis. Het was een epidemie die in geschiedenistermen vrij jong was. Iedereen tastte in het duister hoe het zich ontwikkelde en wat er aan gedaan kon worden. Die angst bepaalde je leven. En deze ziekte verspreidde zich onder een kwetsbare groep die al veelvuldig gediscrimineerd werd; homo’s. Al zie je nu bij ebola, een ziekte die niet reageert op seksuele voorkeur, dat de discriminatie en angst voor de lijders aan deze ziekte net zo groot is. De angst is haast taaier dan de ziekte zelf.’

De angst is haast taaier dan de ziekte zelf

Roy (machtige extreemrechtse advocaat die zijn ziekte en geaardheid hardnekkig blijft ontkennen):Een homoseksueel is niet een man die het doet met mannen. Een homoseksueel is iemand die er in vijftien jaar nog niet in slaagt zo'n lullig anti-discriminatiewetje door de gemeenteraad te jagen.’

TC: ‘Hij is wel heel extreem, maar dat mensen niet voor hun homoseksualiteit uit kwamen en komen is natuurlijk niet ongewoon. President Reagan heeft nog jarenlang het fenomeen aids genegeerd. Wat natuurlijk grote gevolgen had voor onderzoek naar medicijnen. Zelfs jezelf laten testen was lastig. Dat zou namelijk erkennen dat het virus überhaupt bestond.’

MA: ‘Er waren Amerikaanse politici en grote Hollywoodsterren met hiv of aids die dat probeerden te ontkennen. Zelfs bij Freddy Mercury werd het pas vlak voor zijn overlijden bekend.

TC: ‘Het zou je sociale positie beschadigen en de schaamte was te groot. Nu is die schaamte er ook weer, maar dan omdat je zo dom bent geweest om niet veilig te vrijen.’

MA: ‘En in tolerant Nederland was het niet veel beter; je kon bijvoorbeeld geen levensverzekering krijgen als HIV-patiënt.’

TC: ‘Ik heb mijn eerste HIV-test gedaan toen ik een huis kocht.’

Ik heb mijn eerste HIV-test gedaan toen ik een huis kocht

Louis (laat zijn vriend Prior in de steek uit angst voor de verwoestende werking van het mysterieuze aidsvirus): ‘Je kan van iemand houden en toch tekort schieten’

MA: ‘Dit vind ik de mooiste zin uit het hele stuk. Het is mogelijk van iemand te houden en het toch laten afweten op het moment dat je het meest nodig bent. Je moet je tekortkomingen erkennen, niemand is perfect. Voor mij is dit angst en troost tegelijk.’

TC: ‘Het is natuurlijk heel nobel om te zeggen dat jij nooit een zieke geliefde in de steek zou laten maar het vergde nogal wat. Met de combinatie van de hele heftige zorg en de angst voor het verlies sta je echt op alle manieren onder maximale stress. Ik vind het niet raar dat niet iedereen dat trekt.’

MA: ‘Je moet niet vergeten dat hiv en de dood elkaar toen zonder pardon opvolgden. Ik was zelf puber en struggelend met mijn homoseksualiteit toen ik hoorde dat mijn broer aids had. Ik zag hoe de vrienden van mijn broer een voor een wegvielen. En ik kreeg daarmee ook opgeplakt: risicogroep. Je moet niet vergeten dat aids toen gay cancer werd genoemd. Mijn broer heeft er uiteindelijk 25 jaar mee geleefd.’

Voor mij is dit toneelstuk angst en troost tegelijk

TC: ‘Ik was 21 jaar oud toen aids in Nederland kwam en sinds een paar jaar uit de kast. Het was een groot thema in mijn omgeving, maar doordat ik in Maastricht studeerde, had ik er minder van dichtbij mee te maken. De grote steden als San Francisco, Parijs, Londen en Amsterdam waren de plekken waar de mensen bij bosjes neervielen. Het virus heeft natuurlijk wel een grote invloed gehad op mijn seksleven. Je moest altijd op je hoede zijn bij seks en ik merkte aan mensen om me heen dat ze zich niet durfden te testen uit angst voor de uitkomst. Des te treuriger omdat we nu weten dat hoe eerder je behandelt, hoe sneller je weer besmettingsvrij kunt raken.’

Joe (mormoon die er alles aan wil doen om maar niet homo te zijn): ‘Maakt het verschil? Als ik in aanleg een slechte, smerige eigenschap zou hebben? Als ik die maar te vuur en te zwaard bestrijd!’

MA: ‘Joe zit volledig vast in de regels van zijn geloof. Hij moet voortdurend zijn innerlijke drang bestrijden om niet in problemen met god te komen. Maar daarmee zorgt hij vooral voor problemen met zijn vrouw die volledig afhankelijk van hem is. Zij heeft het gevoel dat ze niet goed genoeg is.’

TC: ‘Je zou denken dat we nu stappen verder zijn dan in de jaren ‘80. Maar toch speelt religie nog een grote rol bij dit probleem. Of het nou om gereformeerden gaat of strenge moslims; homoseksualiteit blijft een taboe. Ook het aantal landen in Afrika waar de doodstraf staat op homoseksualiteit neemt alleen maar toe in plaats van af. Zo hoopgevend is het allemaal niet.’

MA: ‘We moeten daarom blijven emanciperen, vechten, informatie uitdelen en laten zien dat een andere manier van leven mogelijk is. Ik ben geëmigreerd vanuit Brazilië en leef hier nu met een lieve man en heb een heel leuk kind. Een alternatief leven. Zeker vergeleken met Brazilië waar ik opgroeide en huisje-boompje-beestje de norm was. Ook al was dat soms louter voor de buitenwereld. Ik herinner me dat daar veel vrouwen in stilte stierven aan aids. Hun vreemdgaande mannen konden ze niet dwingen tot condoomgebruik.’

TC: ‘Dat zie je nu ook bij vrouwelijke asielzoekers.’

MA: ‘Daarom wilde ik deze voorstelling ook linken aan het Aidsfonds. Als ik ergens meer bewustwording voor de ziekte kan creëren, dan wil ik dat zeker niet laten liggen.’ 

 

Genomineerd voor het Nederlandse Theater Festival

Angels in America is door het Nederlands Theater Festival bestempelt als een van de tien hoogtepunten op theatergebied uit 2015. Daarom staat de voorstelling op 6, 7 en 8 september nogmaals in het Frascati theater. 

    Veerle Corstens is thuis in de theaterwereld en observeert graag de straten en mensen van Amsterdam. Ze kon dat lang uiten in het Parool, maar richt zich nu meer en meer op grote interviews en verbreedde ook haar aandacht naar andere kranten en bladen. Won ooit de Studentenluis voor het beste interview en hoopt de volwassen versie nog eens in de wacht te slepen.