Het nieuws klonk dreigend en onheilspellend: Tsjetsjeense strijders vechten mee in Oekraïne. Het bericht gaf aan de onrust in de voormalige Sovjet-republiek een nieuwe kwaliteit. En die belooft niet veel goeds.

STEUN RO

Tsjetsjeense huurlingen, die voor 300 dollar per dag bereid zijn om waar dan ook en tegen wie dan ook te vechten, op de ooit zo slaperige steppes van oostelijk Oekraïne – het is de nachtmerrie voor iedere politicus van goede wil.

Maar van die categorie politici zijn er in Oekraïne op dit moment maar weinig. Onmiddellijk nadat ‘chocolade-oligarch’ Petro Porosjenko op 25 mei tot president was gekozen, begonnen de Oekraïense strijdkrachten een nieuw offensief tegen de pro-Russische rebellen in het Oosten. Met als gevolg opnieuw veel doden en gewonden.

Ontwapening

Dat de presidentsverkiezingen doorgingen – hoewel niet in alle regio’s van het land – werd in het Westen gezien als een succes voor met name de Duitse diplomatie. Minister Frank-Walter Steinmeier (SPD) van Buitenlandse Zaken was de afgelopen maanden onvermoeibaar in zijn pogingen om de strijdende partijen aan tafel te krijgen. Samen met de Zwitserse president Didier Burkhalter, die roulerend voorzitter is van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), dokterde Steinmeier een road map uit voor Oekraïne. Hierin staan de ontwapening van de pro-Russische rebellen en ronde tafel-gesprekken over de constitutionele toekomst van het land – onder leiding van een Duitse topdiplomaat – centraal.

De inspanningen van de OVSE haalden tussen alle beelden van het oplaaiende geweld het nieuws zelden. Maar volgens bronnen bij Buitenlandse Zaken in Berlijn waren juist deze diplomatieke bemoeienissen er verantwoordelijk voor dat de Russische president Vladimir Poetin zich de afgelopen weken terughoudender opstelde. Poetin erkende de rechtmatigheid van de Oekraïense presidentsverkiezingen en hij verzekerde de uitslag ervan te zullen respecteren. Bovendien trok hij een groot deel van de Russische troepen terug, die waren gelegerd aan de grens met Oekraïne.

Skimaskers

En toen kwamen de Tsjetsjenen.

Ze zaten op een legertruck in Donetsk, zwaar bewapend, met zonnebril, zonder de skimaskers die zoveel andere strijders in Oost-Oekraïne dragen en ze stelden zich voor als ‘Kadyrovtsy’. De mannen, die zeiden vrijwillig naar Oekraïne te zijn gekomen, leken te behoren tot een eenheid van de Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov. Diens Kadyrovtsy zijn geharde, beruchte krijgers. Door hun ervaring in twee Tsjetsjeense oorlogen zijn ze vele malen ervarener in gevechtssituaties dan hun tegenstanders, soldaten van het Oekraïense leger.  

Door hun ervaring in twee Tsjetsjeense oorlogen zijn ze vele malen ervarener in gevechtssituaties 

Wat tot dan toe kon worden gezien als een conflict waarin meest lokale, pro-Russische opstandelingen – geholpen door Russen van over de grens – zich keerden tegen de pro-westerse autoriteiten in Kiev, kreeg nu een heel andere dimensie. Als Tsjetsjeense strijders zich melden op een slagveld, of dit nu is in de Kaukasus, Georgië, Afghanistan of Syrië, dan duidt dit op een verharding van het conflict.

Jihadistisch

De aanwezigheid van die huurlingen uit de noordelijke Kaukasus riep allerlei vragen op. Bijvoorbeeld door wie ze worden betaald. En hoe ze, tot de tanden bewapend, door Rusland naar Oekraïne hadden kunnen reizen.

‘Ramzan’, zoals de 37-jarige president van Tsjetsjenië in Rusland wordt genoemd, deed alsof zijn neus bloedde. De stroman van Poetin vocht ooit tegen Moskou, maar hij was overgelopen om samen met de Russen de jihadistische rebellen in de Kaukasus te bestrijden. Weliswaar had hij die week persoonlijk twee gegijzelde Russische journalisten uit gevangenschap bevrijd, beweerde hij vanuit zijn pronkpaleis in Grozny, maar hij had geen strijders naar Oekraïne gestuurd. Maar mocht dit nodig zijn ‘dan staan 74.000 strijders klaar om de wapens op te nemen tegen de vijand in Kiev,’ dreigde Kadyrov.

Bloedig

Islamitische Tsjetsjenen, die zij aan zij met orthodoxe Russen vechten voor een Groot Rusland, het blijft een onwennige gedachte. Nog in de jaren ’90 vochten Tsjetsjeense separatisten in twee bloedige oorlogen voor afscheiding van Moskou. De rebellen beriepen zich op een lange, heroïsche traditie, waarin de bergbewoners telkens weer in opstand kwamen tegen de legers van de tsaren. En zij waren succesvol: in 1996 verjoegen de – destijds nog meest seculiere – opstandelingen de slecht getrainde, ongemotiveerde Russische troepen uit hun deelrepubliek.

Tsjetsjenië werd daarop een broeinest van georganiseerde criminaliteit en mede door de toestroom van Wahabistische Arabische strijders en predikers een centrum van internationaal jihadisme. Woeste krijgsheren, die in hun minirijkjes de sharia invoerden en hun tegenstanders met machinegeweren executeerden of met vlijmscherpe kindzjals (Kaukasisch mes) hun hoofden afsneden, maakten de regio onveilig.

Tsjetsjenië werd een broeinest van georganiseerde criminaliteit en internationaal jihadisme

Slaven-industrie

In de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny zetelde president Aslan Maschadov, een oud-kolonel van het Rode Leger, die in het verleden niet wegens bijzondere vroomheid was opgevallen. Maar hoewel ook hij z’n baard had laten staan en regelmatig op z’n knieën richting Mekka was gaan bidden, stond Maschadov machteloos tegenover de radicaal-islamitische krijgsheren, die miljoenen verdienden aan illegale wapenhandel en oliesmokkel en met de inkomsten uit een lucratieve gijzeling- en slavenindustrie.

De jihadisten vielen naburige gebieden binnen en de gewelddadigheden dreigden, via de machtige rivier de Wolga, over te slaan naar het Noorden, naar regio’s met een omvangrijke moslimbevolking zoals Basjkortostan en Tatarstan.

Dat was het moment waarop Vladimir Poetin, de onbekende KGB-officier die in 1999 tot ieders verbazing tot president van de Russische Federatie was gekozen, ingreep. Poetins generaals, belust op wraak voor de smadelijke nederlaag in de eerste Tsjetsjeense veldtocht, deden wat Russische generaals goed kunnen: ze gooiden alles plat. Uiteindelijk gingen de opstandige Tsjetsjenen, ten koste van tienduizenden doden en massale mensenrechtenschendingen, door de knieën. ‘Als we niet hadden opgetreden, had Rusland opgehouden te bestaan,’ zei Poetin later. ‘Het ging om het voortbestaan van het land.’

'Kadyrovtsy'

De brute Ramzan Kadyrov, de zoon van een eerdere Tsjetsjeense president, die in 2004 bij een moord-aanslag in Grozny omkwam, is nu al tien jaar Poetins zetbaas. Ramzan kreeg in Tsjetsjenië de vrije hand, op voorwaarde dat hij de islamistische opstandelingen zou ‘vernietigen’. Dit deed Kadyrov grotendeels, gebruikmakend van zijn omvangrijke privé-leger, de Kadyrovtsy, die vrijelijk gijzelen, moorden, stelen, verkrachten en martelen zonder aan iemand verantwoording te hoeven afleggen.

De Tsjetsjenen, die in 1944 door Stalin op beschuldiging van collaboratie met de nazi’s naar Kazachstan werden gedeporteerd, hadden in de voormalige Sovjet-Unie al een geduchte reputatie. Zelfs in de Goelag-kampen bogen zij ‘als enige volk’ voor niemand, schreef de dissidente Nobel-prijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn. ‘De Tsjetsjenen leefden zoals het hen uitkwam. En het vreemde was: iedereen was bang voor hen.’

De Tsjetsjenen leefden zoals het hen uitkwam. En het vreemde was: iedereen was bang voor hen

Clans

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de daaropvolgende chaos maakten Tsjetsjenen vooral naam als criminelen en islamistische huurlingen. Het huidige Tsjetsjenië van Kadyrov is een roversnest, waar overheid en mafiose structuren nauw met elkaar zijn verstrengeld. De Tsjetsjeense clans zijn onderling sterk verdeeld, door soms al generaties durende conflicten, maar vooral door de verschrikkelijke ervaringen in de oorlogen met Rusland, die de samenleving hebben ontwricht en tijdens welke een groot onderling wantrouwen is ontstaan.

Nog altijd smeult in de noordelijke Kaukasus de jihadistische opstand, waarin rebellen streven naar de vestiging van een Emiraat van de Kaukasus, dat behalve Tsjetsjenië ook de omliggende regio’s omvat. Hun leider was lang ‘Emir’ Dokoe Oemarov, die verantwoordelijk wordt gehouden voor een reeks dodelijke terreuraanslagen in Rusland in de afgelopen jaren. Oemarov werd herhaaldelijk dood verklaard, maar hij dook telkens weer op. Tot hij in maart van dit jaar, volgens de website van de rebellen, ‘een martelaar werd’.

Abu Omar al-Shishani

Het was bekend dat Tsjetsjeense jihadisten behalve in Rusland ook actief zijn aan het front in landen als Irak en Syrië, waar een aantal van hen leidinggevende posities inneemt – een van hun meest invloedrijke commandanten is Abu Omar al-Shishani, een Georgische Tsjetsjeen, die werd geboren als Tarchan Batirasjvili en die nog dienstdeed in het Georgische leger. Overigens vertonen de Tsjetsjenen ook hier die typische neiging tot onaangepast gedrag, waardoor ze regelmatig in de clinch komen met aan Al-Qaeda gerelateerde groepen, wier autoriteit zij weigeren te accepteren. Een aantal van hen beweert alleen trouw te zweren aan de leiders van het Kaukasische Emiraat.

Overigens komen de Tsjetsjenen regelmatig in de clinch komen met aan Al-Qaeda gerelateerde groepen

Dat nu ook pro-Russische Tsjetsjenen hun expertise op het slagveld exporteren, is nieuw. Hoeveel er in de Donbass actief zijn, enkele tientallen, mogelijk honderd, is onduidelijk. En van wie zij hun marsorders aannemen – Kadyrov, Poetin, lokale oligarchen? – eveneens.

Maar Tsjetsjenen luisteren sowieso slecht naar bevelen. Zij zien zichzelf vooral als ‘eenzame wolven’, gehoorzaam alleen aan zichzelf en verantwoordelijk alleen voor de eigen clan. En ze vechten daar waar voor hun diensten wordt betaald. Tsjetsjeense strijders worden om hun moed gerespecteerd en ze zijn om hun wreedheid gevreesd. ‘Onze soldaten kunnen zich in geen enkel opzicht met hen meten,’ zei een bezorgde Oekraïense officier.

Zo was het al onder de tsaren, en zo is het ook nu.

Wierd Duk schrijft over Berlijn, de hipste stad van Europa, en bericht over Duitsland, het machtigste land in de Europese Unie, en over Rusland, het ingewikkeldste land tussen Europa en Azië. Hij was correspondent in Rusland en verslaggever voor de GPD en Elsevier. Laat op radio en tv regelmatig zijn licht schijnen over actuele internationale ontwikkelingen. Schreef de boeken ‘Poetin: straatvechter bedreigt wereldorde’ (Prometheus/Bert Bakker) en 'Merkel: koningin van Europa' (Prometheus/Bert Bakker). In 2016 verschijnt 'De Beul en de Heilige: een geschiedenis uit Auschwitz' (Prometheus/Bert Bakker).