Wat kan een mens wel en een robot niet? Badend in het zweet wakker liggen van dreigend banenverlies. Hoe overleef je heftige automatisering?

STEUN RO

Een van de leukste scenes uit de Zweedse SF-serie Äkta människor (Real Humans) is toch wel als twee robots aan de oplader liggen en een van hen menselijke hebberigheid vertoont. ‘Zullen we in ons eigen huis later ook een luxe keuken laten inbouwen?’ Waarop de andere robot stomverbaasd terug kijkt en zegt: ‘wij hebben toch aan stroom genoeg!’

De serie, waarin robots langzaam onze samenleving overnemen, is uit 2012 en speelt zich af in een alternatief, hedendaags Zweden. De Zweden moeten zich aanpassen na de komst van ‘hubots’, een samenvoeging van mens en robot. Sommige mensen in de serie omarmen de nieuwe technologie, maar anderen hebben een afkeer van de hubots, omdat ze bang zijn om vervangen te worden op het werk. Toekomstmuziek is het allang niet meer.

Wie vandaag de dag chat met een zorgverzekeraar over een nota, heeft grote kans te communiceren met een automatisch systeem. In de Rotterdamse haven kom je geen nieuwe Lee Towers meer tegen. Vrijwel alles verloopt automatisch.

Kennismaking met robot Watson

Maar we zullen moeten wennen aan het idee dat we de arbeidsmarkt delen met robots. En die bedreigen allang niet meer alleen de mensen op de werkvloer. Advocaten en journalisten kunnen ook vervangen worden. En daar houdt het overigens niet op.Onlangs had ik het genoegen om kennis te maken met robot Watson die door onder meer IBM ontwikkeld wordt. Watson kan heel diep en goed nadenken, omdat hij is gemodelleerd naar het menselijk brein. Hij kan begrijpen, interpreteren en observeren en is bijvoorbeeld heel goed in staat om het beste hypotheekadvies te geven. Weg met die adviseurs.

Banketbakker en chirurg passen soms in zelfde functieprofiel

Specialisten aan de operatietafels roepen de hulp van Watson ook al in bij complicaties. Watson weet alles. In 2045 kunnen we ons bewustzijn uploaden naar dit soort computers is de verwachting. Als je de ontwikkelkosten buiten beschouwing laat, kosten Watsons zo’n vijf Euro per uur aan elektriciteit. Met dit soort robots concurreren is zinloos.

‘Onze spierkracht hebben we jaren geleden al uitbesteed. Nu volgt het denken’, zegt Koert van Mensvoort, mede-auteur van het boek ‘Red de Mens’. In deze tijd van heftige automatisering moeten we ons volgens hem afvragen of al die automatisering ons dient of niet. Als voorbeeld wijst hij op een Charly Chaplin film uit 1936. De komiek wordt aangesloten op een ‘ eating machine’. Zelfs zijn snor wordt automatisch afgeveegd.

Om ons te wapenen tegen dit geweld benadrukt de schrijver de factor menselijkheid. ‘In de zorg wil je menselijkheid en medeleven en geen eetmachines. Dat leveren robots niet.’

De ontwikkelaars van Watson weten dat nog zo net niet. Ze leren de robot momenteel sprookjes voorlezen. De film Her uit 2013 gaf ook al een mooi kijkje in de toekomst. In die film wordt de hoofdrolspeler hevig verliefd op een besturingssysteem met enkel de stem van actrice Scarlett Johansson. Hij landt pas weer op aarde, als het systeem opbiecht met nog duizenden mannen te communiceren.

Waarschuwing van Keynes

We kunnen niet zeggen dat we niet gewaarschuwd zijn. Econoom Keynes voorzag het scenario van massaal banenverlies al jaren geleden. In 1930 voorspelde hij dat we in 2030 een werkweek hebben van vijftien uur, omdat veel arbeid zou verdwijnen door automatisering. Keynes had Watson al in zijn hoofd, maar kan hem onmogelijk gezien hebben.

Wie zich vandaag wil voorbereiden op de heftige automatisering, kan zijn oor te luisteren leggen bij arbeidssociologen. Die denken in kansen en niet in bedreigingen. Natuurlijk zullen veel banen overbodig raken, maar er ontstaat ook nieuw werk. Artificial intelligence, robotisering en digitalisering geven bijvoorbeeld meer wereldburgers toegang tot welvaart. Dit stimuleert handel en economische bedrijvigheid. Technologie maakt veel dingen makkelijker, goedkoper en toegankelijker. Daarmee groeit de vraag naar eten, goederen, educatie en zorg.

‘Er komen heel veel nieuwe banen bij’, weet arbeidssocioloog Hans Junggeburt. ‘Bovendien worden veel bestaande banen leuker.’ Werknemers krijgen volgens hem in de toekomst meer ruimte en zelfsturing in hun werk. Het meeste zorgen maakt hij zich over het management van bedrijven. Kunnen die wel omgaan met die nieuwe arbeidsmarkt?

Een antwoord op die vraag is niet eenvoudig te geven. Wie het vraagt aan de toplaag krijgt antwoorden als: ‘de komende jaren zoeken we ondernemende mensen die om kunnen gaan met veranderingen en nieuwe technologie snel omarmen.’ De HR-kant denkt vooral aan het matchen van skills. Wat moet je kunnen voor een bepaalde baan? Zo kan het best zijn dat zowel een banketbakker als een chirurg passen in hetzelfde functieprofiel voor een functie die we nu nog niet kennen, omdat ze beiden nauwkeurig kunnen werken.

Keynes voorzag in de kortere werkweek vooral ruimte voor het beoefenen van hogere kunsten. Arbeidssociologen van vandaag denken meer aan mantelzorg.

Breng je skills in kaart

Werkzoekenden doen er in ieder geval goed aan om hun skills in kaart te brengen. Een goede manier omdat te doen is bijvoorbeeld kijken naar de ‘achterkant van je CV’. Waarom heb je bepaalde stappen in je loopbaan gezet. Welke drijfveren en kwaliteiten zaten daarachter? Verder moet je in de toekomst in zelfsturende teams passen en nieuwe technologie niet als een bedreiging zien.

Volgens arbeidssociologen kan technologie ons juist bevrijden van de sleur op ons werk. Zeker in de zorg kunnen technologische ontwikkelingen als nanotechnologie, waarbij bijvoorbeeld medicijnen automatisch in je lichaam komen, helpen de kwaliteit van leven en werk te verbeteren.

Vernieuw jezelf constant

Eigenlijk moet je jezelf constant vernieuwen. Deze uitdaging geldt voor iedereen, ongeacht scholingsniveau. Directeur Hans Boer van loopbaanbegeleider Van Ede & Partners in Zeist noemt dit de emancipatie van de werknemer. ‘Die gaat veranderen van medewerker naar mee-maker en zal zich steeds vaker, al dan niet voor eigen rekening aansluiten bij organisaties waar hij zich verbonden mee voelt. De corporate soldaat sterft uit.’

In de serie Real Humans ontwikkelde zich overigens nog een scenario waar mensen die bang zijn hun baan te verliezen zich aan vast kunnen houden. De hubots legden zich niet neer bij baantjes als bedienden. Ze evolueerden zich en gingen emoties vertonen. Een kleine splintergroep van hen voerde zelfs actie tegen de in hun ogen onwaardige omstandigheden, waarin zij moesten leven en werken.

Robots die aandringen op een CAO. Dat is een mooi vooruitzicht voor de afkalvende vakbonden. Over nieuw werk gesproken.

    Ruud Poels schrijft over veranderingen die hij ziet in de nieuwe economie. Hoe vinden mensen en organisaties daar hun weg in? En worden we er gelukkig van?