Hij is een vertegenwoordiger van het gedachtegoed van de contextuele benadering. Therapeut, schrijver, uitgever, adviseur, spreker. Een man met onderwijs in het bloed. Deze maand wordt hij 65 jaar en neemt hij afscheid van zijn bedrijf. Ard Nieuwenbroek: ‘Ik verruil het podium voor de coulissen.’

STEUN RO

Hij drinkt zijn koffie sinds kort zwart. Een voorproefje van een aantal grote veranderingen in deze fase van zijn leven. Ogenschijnlijk triviale zaken, zoals de aanstaande eerste AOW-uitkering, maar ook de installatie deze maand als voorganger bij de San Salvator geloofsgemeenschap in Den Bosch. Sinds kort is hij bovendien actief als vrijwilliger in een verpleeghuis. Hij maakt dementie van dichtbij mee en is erdoor gefascineerd. En dan is er dat afscheid van het bedrijf dat hij in 1999 oprichtte: Ortho Consult. Voor de opvolging is al gezorgd: zijn dochter en schoonzoon zetten voort wat de afgelopen jaren is opgebouwd. ‘Maar loslaten, dat is nog wel een dingetje.’  

Contextuele benadering

We zitten buiten. Het weer twijfelt deze ochtend tussen nazomer en vroege herfst. Nieuwenbroek spreekt met een zekere zachtaardigheid, zonder aan overtuigingskracht in te boeten. Soms zoekt hij even naar woorden, vooral als hij vindt dat ze eigenlijk tekortschieten. Dan gaat het over spiritualiteit, intuïtie, dingen die verder gaan dan denken en voelen. Maar daarna zoomt hij gemakkelijk in op een fraai verhaal uit zijn loopbaan, en weer uit in een toelichting op de rode draad in zijn werk: die van de contextuele benadering.

Hij verwijst naar de grondleggers, Iván Böszörményi-Nagy en Martin Buber. ‘Belangrijke bronnen van inspiratie voor me. Ze vertellen dat het er vooral om gaat dat je in de communicatie op zoek gaat naar de werkelijke ontmoeting met de ander. Alleen dan kan die persoon groeien in diens ontwikkeling.’ Hij citeert theoloog en dichter Huub Oosterhuis. ‘Ken je mij? Wie ken je dan? Weet jij mij beter dan ik? Dat vind ik echt prachtig verwoord!’

Nieuwenbroek past de contextuele benadering toe in therapie met cliënten, maar gebruikt de ideeën ook om onderwijsprofessionals verder te brengen. ‘Het komt er op neer dat je streeft naar contact van subject tot subject. Zodra een professional de cliënt, een leerling, een ouder niet als subject, maar als object benadert, kan het misgaan. Je geeft er impliciet de boodschap mee af dat die ander geen échte betekenis voor je heeft, en dat die persoon je dus ook niets kan geven. Dat laatste is in de contextuele benadering een belangrijk gegeven: geven en ontvangen moeten in balans zijn.’

Zuster Vincentia

Nieuwenbroek wilde als jongeman eigenlijk journalist worden. ‘Maar mijn ouders hadden een loopbaan in het onderwijs voor me voorzien. Zo ging dat toen. De eerste dag als onderwijzer op een basisschool in Slagharen herinner ik me nog levendig. Het was een school van de Zusters van het Arme Kind Jezus. 38 leerlingen van groep 7 zaten voor me klaar.

Ik was twee dingen vergeten: de waarschuwing van zuster Vincentia voor Jan, een moeilijk opvoedbare jongen die ik maar vooraan in de klas moest plaatsen. En ik had een tas in mijn auto – een rode Renault 4 – laten staan. Ik gaf een van de leerlingen mijn autosleutel en vroeg of hij die tas voor me wilde halen. Dat wilde hij wel. Even later kwam ik erachter dat ik Jan om die boodschap had gestuurd. Zuster Vincentia was ziedend: dit mocht ik nooit meer doen. Ze heeft me daarna strategisch de school uitgewerkt. Maar in de maanden dat ik er les mocht geven, heb ik met Jan nooit problemen gehad. Die allereerste ervaring in het onderwijs is achteraf gezien richtinggevend geweest voor hoe ik altijd in mijn werk heb gestaan.’

Ard Nieuwenbroek. Beeld: Erno Mijland

Een muur met glasscherven

‘Ik gaf die jongen het gevoel dat hij er ertoe deed, dat ik hem nodig had. Tot dan toe was hij slechts gezien als die lastpak. Daar bleef hij zich dan maar naar gedragen. De ander zien, erkennen, laten merken dat hij betekenis voor je heeft, dat is de kern van de contextuele benadering. Het is heel krachtig, ook als je het nog niet bewust toepast. Ronnie was een leerling van me op de LOM-school in Almelo, waar ik na mijn ontslag in Slagharen en enkele invalklusjes als leerkracht ben gaan werken. Het was een nieuwe school, mijn eerste groep had vijf kinderen. De oudste was dertien jaar en nog niet zindelijk. Ronnie was destijds vooral onhandelbaar.

Twee jaar geleden belde hij me op: of we elkaar konden ontmoeten. Wat later begroette hij me met bloemen en een beeldje. Hij vertelde me dat ik de meest bepalende factor in zijn leven was geweest. Dat zat in kleine dingen, legde hij me uit. Zo was hij een keer op de muur van het schoolplein gaan staan, zo’n muur met van die opstaande glasscherven erbovenop. Ronnie was boos, niet van plan van die muur te komen. Ik heb toen heel rustig tegen hem gezegd: “Hé Ronnie, ik mis je.” Zonder daar iets aan toe te voegen, ben ik omgedraaid. Ronnie vertelde me dat hij toen niets anders kon doen dan van de muur afkomen en met me meelopen. Hij had een boze leerkracht en een pak strafwerk verwacht.’

Leerlingbegeleiding

In 1975 vertrok Nieuwenbroek naar een mavo-school. Hij werd ingezet voor vakken als Nederlands, maatschappijleer en kathechese. ‘Maar ik was vooral leerlingbegeleider, gaf studielessen en hielp leerlingen met faalangst. Dat sprak me veel meer aan dan de didactiek en de vakinhouden. De communicatie tussen al die mensen, leraren, leerlingen, ouders, dat boeide me mateloos.’ De kennis en ervaring die hij op de school opdeed, zette hij vanaf 1981 – het jaar waarin hij zijn eerste boek schreef, over remedial teaching – in voor de gemeente Enschede. ‘Die regelde als enige gemeente in Nederland training en supervisie voor alle leerlingbegeleiders van de scholen in de stad. Ik mocht deze begeleiding verzorgen.’ In 1987 maakt hij de overstap naar onderwijsadviesbureau KPC Groep. Daar ontwikkelde hij zijn ondernemerschap door het zakelijk werken met en voor schoolorganisaties. Hij kreeg de smaak van het ondernemen zo te pakken dat hij het in 1999 aandurfde op eigen benen te gaan staan met zijn bedrijf Ortho Consult. Nieuwenbroek schreef en was uitgever van tientallen boeken, over omgaan met scheiding, depressie, ontwikkelingsstoornissen, faalangst, hij gaf lezingen, adviseerde schoolorganisaties en verzorgde trainingen en supervisie. Gaandeweg breidde hij zijn team uit. Momenteel zijn tien trainers actief voor het bedrijf.

‘No blame’

We komen terug bij de contextuele benadering. Wat kan een leraar of mentor daarmee in de alledaagse praktijk? Nieuwenbroek: ‘Stel, een kind in je klas wordt gepest. De contextuele benadering beschrijft in een aantal dimensies hoe je daarmee om kunt gaan. Je kunt de feiten op tafel proberen te krijgen, een protocol erbij pakken en de beschreven stappen nemen. Een laagje dieper gaat het over het gevoel en het denken. Je vraagt de pester bijvoorbeeld: “Hoe denk je dat het voelt voor die ander?”, maar vanuit een houding waarbij je zelf aan de zijlijn staat. Weer een laagje dieper kijk je naar het systeem. Je maakt een kind dan bijvoorbeeld bewust van hoe dingen werken in de interactie en de relatie. “Hoe zou je kunnen reageren op het pestgedrag, zodat die ander ermee stopt?” En je probeert bijvoorbeeld de gepeste te laten vertellen wat hij nodig heeft van de pester om verder te kunnen. Wat kan de pester geven om de balans te herstellen? De kracht zit hem in de verantwoordelijkheid, het eigenaarschap dat je neerlegt bij de pester. Methodieken die hiermee verwant zijn, zijn die van het herstelrecht en de ‘no blame’-methode. Je geeft elkaar niet de schuld, maar kijkt wat je nodig hebt om verder te kunnen.’

Ontvangen als therapeut

Als therapeut ontmoet hij vast veel menselijke misère. Word je bij dat échte contact niet meegezogen in de pijn van je cliënten, wil ik weten. Nieuwenbroek stelt me gerust: ‘Nee hoor. Deze vorm van therapie vraagt om een afstandelijke betrokkenheid. Enerzijds moet je echt betrokken zijn bij de cliënt. Anderzijds heb je een rol, een verantwoordelijkheid als professional. Je moet je kennis en ervaring inbrengen om de ander verder te brengen. Daarbij hoort ook dat je de ander na afloop van een sessie of traject weer kunt loslaten.

Daarnaast merk ik dat het contact met de cliënt mij ook veel positiefs oplevert, ook als de verhalen triest zijn. Ik leer nog elke dag van elk gesprek. Laatst sprak ik een moeder die al twaalf jaar geen contact meer heeft met haar zoon. Ineens zegt ze: “Weet je, ik heb het vertrouwen dat het een keer goed komt. Ik bid, ik sta open voor wat er op mijn pad komt en ik zet geen druk.” Dat vind ik heel mooi. Ze vertelt me dat het soms helender is om juist niet daadkrachtig te zijn. Zoiets zet me dan echt wel even aan het denken. Een cadeautje.’

Ard Nieuwenbroek. Beeld: Erno Mijland

Echt contact is niet ‘soft’

Afscheid nemen betekent bijna vanzelfsprekend ook terugblikken. Hoe kijkt hij terug op de ontwikkelingen in het onderwijs van de afgelopen kwart eeuw? ‘Met name in het voortgezet onderwijs is er veel veranderd. Men beseft dat je de leerling als mens en niet als nummer of product moet benaderen. Die gedachte wordt niet meer geassocieerd met “soft”. Alle scholen doen inmiddels aan leerlingbegeleiding en mentoraat. Dat was 25 jaar geleden echt niet zo. Faalangst wordt niet meer gezien als aanstellerij. 81% van de scholen in het voortgezet onderwijs heeft een programma in het aanbod over faalangst. Daarin is Nederland uniek. Ik ben er trots op dat ik daar een steentje aan heb mogen bijdragen.

Tegelijkertijd is er nog veel werk te verzetten. Zo maak ik me zorgen over de toenemende behoefte om alles te meten, om steeds meer te werken volgens protocollen. Dat is me veel te dogmatisch. Let op, er is niets mis met het meten van de voortgang in het leren, maar het moet een deel van een veel groter geheel zijn. “Wat kan ik?” is belangrijk, maar het belangrijkste is: “Wie ben ik?”.’

Zuid-Afrika

Er is nog een boek onderweg, er zijn nog cliënten die de weg weten te vinden naar zijn praktijk-aan-huis in het Brabantse Esch, hij geeft nog supervisie. Nieuwenbroek is nog niet uitgewerkt. En denkt nog graag groot. ‘Dat vrijwilligerswerk met dementerenden, dat kan op een of andere manier niet bij het kleine, het één-op-één contact blijven. Ik wil altijd weer op golven lopen, niet op kabbelende beekjes. Een project moet het worden, een boek, iets over contextuele geriatrie.’

Elke winter ruilt hij zijn huis in Nederland voor een woning in Zuid-Afrika. Vindt hij daar dan de rust? ‘Ik kan niet lang op de rand van mijn zwembad zitten. Ook daar geef ik trainingen en doe ik aan psychotherapie, deels als vrijwilligerswerk.’ En dan komt hij nog met een laatste plannetje voor de komende tijd. ‘Ik ga workshops geven in mijn praktijkruimte, voor mensen uit de buurt. Geen zware thema’s, iets over positiviteit: “Mens durf te leven”. Rentenieren? Achter de geraniums? Nee, ik kan niet genieten als ik alleen maar ontvang.’ Ook in de coulissen valt kennelijk nog van alles te beleven. edz.nu

Bronnen

nl.wikipedia.org/wiki/Contextuele_therapie

www.orthoconsult.nl

Erno Mijland (1966) is publicist. HijŒ schrijft voor verschillende onderwijsbladen, onder andere over toepassing van ict / technologie en didactiek. Daarnaast schreef hij – deels met anderen – meer dan vijftien boeken over onder andere gamen en opvoeden,Œcreatief denken en loopbaan.