In Nederland leven ongeveer een miljoen mensen onder de armoedegrens van € 1900 per maand per gezin. Er zijn ongeveer 400.000 kinderen die in armoede leven, dat zijn in iedere schoolklas gemiddeld drie kinderen. Als docent weet je lang niet altijd welke kinderen het thuis heel moeilijk hebben. Wat voor kinderen betreft dit en hoe kun je herkennen dat een kind in armoede opgroeit? Kun je ze helpen en hoe dan?

STEUN RO

Armoedestress

Mensen met een chronisch geldtekort (want dat is armoede in feite) hebben voortdurend stress, de hele dag door. Daardoor is er (te) weinig zorg voor de kinderen. De stichting Tot Heils des Volks richtte een paar jaar geleden ‘Het Fort’ op, met een eerste vestiging in Amsterdam. Het Fort is een naschoolse activiteit die deze ouders ‘ontzorgt’ en ook alleen voor gezinnen in armoede bestemd is. Mieke Honing is één van de oprichters en zij vertelt: “Je kunt je niet voorstellen hoeveel stress deze ouders hebben. Zij hebben geen ruimte in hun hoofd voor andere problemen dan geldzorgen, dus ook niet voor oplossingen. Alles moet wijken voor de betaling van rekeningen en ‘hoe komen we deze maand door’. Ze zijn alleen bezig met overleven. Verstandige oplossingen is te veel gevraagd aan deze ouders. Ze kunnen niet anders dan op korte termijn denken. Komt er € 500 vakantiegeld binnen? Dan is het afbetalen van schulden of sparen niet het eerste waar ze aan denken, maar ze kopen een breedbeeld tv. Voor ons is dat erg onlogisch, maar zij hebben een keertje geld, mogen zij ook eens wat leuks? Vaak vullen ze het ene gat met het andere. Als het salaris binnenkomt, moet je dat dan laten staan om rekeningen te betalen, of haal je genoeg geld eraf voor boodschappen? Dat zijn vragen waar zij dagelijks mee leven.”

Hoe herken je armoede in jouw klas

Voor kinderen uit deze gezinnen is er thuis weinig aandacht, want hun ouders zijn te druk met overleven. Ook op school vallen ze vaak buiten de boot. Vriendjes uitnodigen doen ze niet, stel dat die zien hoe slecht het thuis gaat? Ze worden weinig uitgenodigd op verjaardagen, want er is geen geld voor cadeautjes. Als ze zelf jarig zijn is er ook geen feest, om dezelfde reden. Deze kinderen raken geïsoleerd en dat werkt door op hun ontwikkeling, ook in het leren. Hoe kun je deze leerlingen herkennen en ze wat extra’s geven zonder dat het opvalt? Honing: “Dat de ouders geen schoolgeld betalen en dat deze kinderen niet meekunnen op schoolreisje lijkt een open deur, maar het is een eerste aanwijzing. Ook dat de kinderen maar een paar verschillende outfits hebben en daardoor vaak dezelfde kleren dragen is een punt. Deze ouders komen vaak niet op afspraken, dat kunnen ze er niet bij hebben.”

Brood in de vriezer  

Armoede in je klas herkennen is belangrijk om deze kinderen te kunnen helpen. Het oplossen kun je niet, maar je kunt met wat creativiteit wel voor praktische en concrete hulp zorgen. “Een directrice vertelde me dat ze standaard een paar broden in de vriezer heeft liggen”, gaat Honing verder. “Deze broden zijn er voor kinderen die geen ontbijt hebben gehad, maar ook voor ouders die geen brood meer hebben. Die directrice heeft van een ruimte in school een soort huiskamer gemaakt, waar alle ouders ’s morgens welkom zijn. Daar staat thee en koffie klaar. Je leert elkaar zo op een informele manier kennen en dan komen op een gegeven moment de zorgen naar boven. Een brood meegeven lijkt iets kleins, maar het kan veel opleveren. Ook verwijst die directrice ouders door naar instellingen die wel kunnen helpen. Een luisterend oor is vaak al een flinke hulp.”

Perspectief voor de kinderen

Met het opzetten van het Fort wordt er in Amsterdam perspectief voor deze kinderen geboden. “Het Fort opent vestigingen in steeds meer plaatsen”, vertelt Honing. “Wij geven de kinderen spelenderwijs lifeskills mee. Iedereen is waardevol, deze kinderen ook. Vertel ze dat ze waardevol en bijzonder zijn. Laat merken dat jij ze ziet zitten. Ieder kind heeft de potentie om iets groots te worden. Laat ze zien dat de wereld groter is en dat er wel mogelijkheden zijn. Wij doen bijvoorbeeld een sketch met kinderen waarbij een medewerker lelijke dingen roept naar een andere medewerker en die vermomt als pingpongballetjes naar de ander gooit. Die ander heeft echter een paraplu vast waarop ‘Waardevol’ staat. De pingpongballetjes ketsen daarop af. Als je weet dat je waardevol bent, raken die woorden je niet. Als ik nu kinderen vervelende opmerkingen zie maken naar elkaar, dan geef ik ze een papieren parapluutje (als van een gebakje). Je ziet dat dat meteen effect heeft. Iedereen is waardevol, ook kinderen uit gezinnen in armoede.”

Meer weten? Lees dan het boek ‘Schaarste’ van Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir en het boek ‘The leader in me’ van Covey, wat door veel scholen wordt gebruikt.