We staan dan wel in de top drie van gelukkigste landen ter wereld, maar ik denk dat ik me in Nederland gelukkiger kan voelen dan ik me voel. Tijdens mijn verblijf in Salvador, de hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Bahia, leerde ik dat ik mijn leven anders moet inrichten: langzamer, bewuster, minder serieus, minder statusgericht en meer gezamenlijk. Wat leren de Bahianen mij in de ‘City of Happiness’?

STEUN RO

In de wachtruimte van een Bahiaans busstation kijken bezoekers verveeld voor zich uit. Een wachtende vrouw slentert naar me toe en bonst op het raam van de balie. Er is geen medewerker te bekennen. ‘Dit heb ik al een paar keer gedaan, maar het lijkt niets uit te maken. Hij slaapt’, vertelt ze nuchter. Pas nadat ze met grof geweld het raam heeft aangeraakt, ontwaakt de jongen uit zijn slaap. Uitdrukkingloos vraagt hij me waar ik heen wil. Geregeld tref je in Bahia slapende werknemers aan, van vakkenvullers tot bushulpjes. Werk of geen werk, als Bahianen moe zijn geven ze hieraan toe. Niemand die ervan opkijkt.

Thuis in Amsterdam heb ik nog nooit een verkoper in slaap aangetroffen. En dat zal ook niet snel gebeuren. Waar een Nederlander zich aanpast aan gedragsregels, geeft een Bahiaan meer toe aan zijn impuls. Niet dat het de beste dienstverlening oplevert, maar het openbaart wel onze menselijke kant. Deze menselijkheid mis ik soms in Nederland. Bij Albert Heijn zie ik caissières vaak in hoog tempo producten wegwerken. Even snel als dat ze hun repetitieve praatje houden. In Nederland is de ‘klant koning’ en moet de dienstverlener zo dienstbaar mogelijk zijn. Maar waarom staat de een hoger dan de ander in deze relatief simpele ruilhandel? Verwachtingen zijn hoog, dienstverleners moeten passende en efficiënte hulp bieden. Voor velen kan het niet snel genoeg. De vriendelijke ‘Fijne dag nog’ van caissières komen veelal niet overeen met hun starre gezichten. Deze afstand en geforceerde dienstbaarheid begrijp ik niet. Is het niet veel leuker als de omgang losser verloopt en minder status gedreven is?


De Bahiaanse zon schittert op het asfalt in een van de rijkste wijken van Salvador, Barra. Een man in pak passeert een dakloze vrouw die uit volle borst een Braziliaans lied zingt. Verderop ontstaat een opstopping van BMW-auto’s door een dronken man die op blote voeten over de weg dwaalt. Het verschil tussen arm en rijk in Bahia en de rest van Brazilië is enorm. Armen en rijken wonen door elkaar. Tussen de appartementencomplexen in de rijke buurten in Salvador in, bevinden zich ook favela’s, Braziliaanse krottenwijken. Deze mengeling is voor mij als westerling erg wennen.

In de Braziliaanse politiek lijken de grote verschillen tussen arm en rijk in stand gehouden te worden. In onderwijs wil men niet meer innoveren en veel kinderen lopen een leerachterstand op. Voor politici is het een kans om hun miljoenen te behouden, terwijl de allerarmsten net genoeg verdienen om hun dagelijkse bonen en rijst te eten. Roof en moord zijn dagelijkse praktijken voor de Braziliaan. Maar wat kunnen ze eraan doen? De meesten kunnen niet meer dan zich erbij neerleggen. Ze erkennen dat er in het leven zaken zijn die aan het verstand voorbijgaan en dat ze hier niets aan kunnen veranderen.

Als schrijver, fotograaf en filmmaker duik ik in het schijnbaar gewoonlijke leven van de mens. Met name in het buitenland met Latijns-Amerika als favoriet. Ik combineer mijn analytische vermogen met mijn gevoel. Menselijkheid en ontmoetingen zijn belangrijke thema's in mijn laatste producties.