Alain Verheij zag de oude Bob Dylan deze week in Carré. Deze drie lessen nam hij daaruit mee.

STEUN RO

Hij was er weer even: Bob Dylan speelde drie keer voor Carré en eenmaal in Eindhoven, deze week. Dit is wat wij van hem leerden:

1. De jaren zestig zijn dood

Wie Dylan zegt, zegt folky protestzanger uit de sixties. Hoe lyrisch alle recensenten ook zijn over de prachtige zwanenzang die de man met Time out of mind (1997) heeft ingezet, de meeste fans zweren nog altijd bij albums als Blonde on blonde en hits als Like a rolling stone.

Dat is even slikken voor die fans, want anno 2015 heeft de maestro zelf weinig trek in zijn oude succesnummers. Het publiek in Carré krijgt maar twee noemenswaardige oude hits voorgeschoteld: Tangled up in blue en Blowin’ in the wind. Beide klassiekers zijn vooral te herkennen aan het feit dat de titelwoorden in het refrein voorkomen, want Bob zelf doet op geen enkele wijze zijn best om de originele melodieën recht te doen. Aan de bandleden ligt het niet, want zij spelen strak en professioneel – maar zo strak en professioneel dat het niet meer lijkt op de uit de bocht vliegende begeleidingsbands uit de gouden jaren.

2. De jaren vijftig zijn terug

Positief verrast worden wij als Carré plotseling een intiem, vintage geel decor krijgt en er een contrabas klinkt. Wie Bob Dylan dit jaar in de gaten heeft gehouden, weet wat er nu gaat komen: de covers van vroege Sinatra ballads van zijn jongste album Shadows in the night. De oude zanger zet zich zichtbaar schrap en haalt alles uit de kast om deze liederen bezield en melodieus gestalte te geven. Ook zijn begeleiders lijken elkaar net iets enthousiaster toe te knikken dan bij het reguliere repertoire.

Daar slaagt hij bewonderenswaardig goed in. Voor veel artiesten is het een bucket list item om de crooners van hun jeugdhelden ook eens op te nemen. Maar de 74-jarige Bob Dylan neemt daar geen genoegen mee: zoals altijd wanneer hij een nieuw pad inslaat, doet hij dit om zich een stroming in rap tempo volkomen toe te eigenen. Zo wordt een enthousiast publiek in Carré plots zestig jaar terug in de tijd genomen en zingt een oude bard wat langzame swingers die, zo lijkt het, speciaal voor zijn rasperige strot zijn geschreven. Deze vijf, zes nummers op de setlist vormen het onbetwistbare hoogtepunt van de avond.

3. Bob Dylan is springlevend

Natuurlijk spreekt Bob Dylan, het tegenbeeld van een populist, vrijwel geen woord tegen het publiek. Dat hij vrolijk is maken we op uit de toon van de zin waarmee hij de pauze aankondigt. Dat hij plezier heeft in zijn optreden zien we vooral tijdens de crooners en tijdens Spirit on the water, dat band en zanger naar een felle climax brengen tijdens de woorden ‘I can’t go to paradise no more. I killed a man back there.’

Een moord plegen in het paradijs, dat is iets waar alleen Bob Dylan toe in staat is. Al vijftig jaar lang is het voor zijn fans een hard gelag om te zien hoe de legende zijn eigen hemelse erfenis voortdurend geweld aandoet. Dat hij gaandeweg steeds weer nieuwe paradijzen creëert, dat maakt de man de grootste van zijn tijd. En wat de sixties betreft: we hebben de platen nog.

    Alain Verheij is gefascineerd door alle plaatsen en momenten waar tijd en eeuwigheid elkaar ontmoeten. Denk daarbij aan kunst, cultuur, religie en schoonheid in de breedste zin van die woorden. Verder heeft hij een groot zwak voor taal en promoveert hij op het Ugaritisch.