In Nederland worden per jaar meer dan anderhalf miljoen kalfjes opgefokt en ‘verwerkt’. De helft komt uit Nederland, de rest vanuit heel Europa. Toch eten we hier amper kalfsvlees. Een kijkje in een milieuvervuilende industrie vol dubieuze tegenstrijdigheden.

STEUN RO

Kalfsvlees is het bijproduct van de zuivelindustrie. Koeien geven nu eenmaal alleen melk als ze kalfjes krijgen en onze boeren hebben plek noch geld om al die kalfjes te houden. Dus worden ze doorverkocht naar kalvermesters die ze opfokken tot aan de slacht. In Nederland ‘verwerken’ we op deze manier niet alleen 800.000 kalfjes uit onze eigen zuivelindustrie, we importeren er ook zo’n 750.000 vanuit heel Europa.

In Nederland worden de kalfjes verdeeld onder 1.781 bedrijven in Friesland, Groningen, Brabant en Gelderland. Bedrijven variëren in grootte en hebben 500 tot 1500 kalveren. Het slachten gebeurt in slachterijen met een ‘schietmasker’, waarna een snede in de hals wordt aangebracht en het bloed wegloopt. Het meeste kalfsvlees, ongeveer 95 procent, gaat naar het buitenland, binnen en buiten de EU. Nederland is wereldwijd de grootste leverancier van kalfsvlees.

Financiële lobby

De belangrijkste speler in de kalverindustrie is de VanDrie Group. Het bedrijf is wereldmarktleider op het gebied van kalfsvlees en beheert in Nederland zo goed als de hele keten: de kalverhouderijen, de kalvervoeders en de kalverslachterijen. Dergelijk keten-ondernemen (een geïntegreerde aanpak, zoals dat heet) is lucratief. Vorig jaar steeg de omzet bij VanDrie Group met 4 procent tot ruim € 2,2 miljard.

Een andere belangrijke speler is de Rabobank. Deze van oudsher ‘boerenbank’ financiert 85 procent van de Nederlandse boeren. Op de website van de bank houden ze daarom cijfers en trends bij van de vleesindustrie. We lezen er dat de vraag naar vlees in Europa onder druk staat en dat de sector hieraan weerstand kan bieden promotie: reclame maken dus.

De Nederlandse veehouderij draagt voor 12 procent bij aan de uitstoot van broeikasgassen en is verantwoordelijk voor zo’n 65% van de in Nederland geproduceerde neerslag van stikstof. De intensieve veehouderij draagt bij aan grootschalige ontbossing in het Amazonegebied en de grootste veroorzaker van vervuiling van rivieren en kustwateren met fosfaat en stikstof. Hoe is promotie van (kalfs)vlees wenselijk in een tijd waarin we klimaatdoelen moeten halen?

De bank die elders op haar website zegt duurzaamheid en de aanpak van klimaatverandering volledig te willen integreren in haar bedrijfsstrategie, adviseert de vleesboeren om hun afzetmarkt te verleggen naar regio’s buiten Europa, naar landen zoals Amerika en China.  Maar hoe past het stimuleren van transport naar landen buiten Europa in een duurzame aanpak van klimaatverandering?

Volgens berekening van het CBS, stoot de Nederlandse transportsector 26 miljard kilogram CO2-equivalenten aan broeikasgassen uit, 12 procent van de totale broeikasgasuitstoot door de Nederlandse economie. Luchtvaart en zeevaart zorgen samen voor 75 procent van deze uitstoot. Kunnen we niet beter lokale handel kunnen stimuleren in plaats van trans-Atlantische transport?

Fosfaatrechten-stelsel

Als we verder in de kalversector duiken, komen we nog meer wonderlijke tegenstrijdigheden tegen. Zo werd twee jaar geleden het fosfaatrechten stelsel ingevoerd om de milieudruk van het boerenbedrijf te verminderen. Boeren hebben fosfaatrechten voor het aantal koeien dat ze houden en de hoeveelheid mest die ze produceren. Uitbreiden kan alleen door aankoop van fosfaatrechten en aan die rechten zit een maximum.

Door het invoeren van de fosfaatmaatregelen is het aantal melkkoeien met 10 procent gedaald en vooral de jongveestapel is kleiner geworden. Boeren brengen hun kalveren eerder naar de mesterijen of de slacht, zodat hun veestapel niet groter wordt. De kalfjes komen terecht in de kalversector en – je gelooft het niet – voor de deze sector geldt het fosfaatrechten stelsel niet. Met andere woorden: mest uit de kalversector wordt niet belast…

Toch snapt iedereen dat kalfjes mest produceren en dus bijdragen aan het fosfaatoverschot. Er zijn zelfs keurige berekeningen voor die belasting. De fosfaatbelasting van een volwassen melkkoe is 1 GVE. Een vleeskalf dat zes maanden oud wordt, telt als 0,115 GVE. Acht kalveren produceren dus per jaar ongeveer evenveel mest als een volwassen melkkoe. De totale kalversector van ruim anderhalf miljoen kalveren produceert dus evenveel mest als 187.500 volwassen koeien, maar krijg van de overheid vrij spel. Hoe kan dat?

Dierenwelzijn

Los van het feit dat de kalversector belastend is voor het klimaat, klinkt er ook steeds meer verzet tegen de dieronvriendelijke realiteit van deze intensieve veehouderij. Volgens vlees.nl staat dierenwelzijn centraal in de kalversector. Maar dit is maar net hoe je het bekijkt. Feit is dat kalfjes meestal direct na de geboorte bij hun moeder weggehaald worden en de eerste weken alleen brengen in een kleine box. Hoe diervriendelijk is dat?

Na ongeveer twee weken worden ze met vier tot acht kalfjes samen in een box geplaatst. In deze fase komen ook de geïmporteerde kalfjes erbij. Deze kalfjes van amper twee weken oud zijn doorgaans twaalf tot achtenveertig uur op transport geweest. In de gezamenlijke box hebben ze 1,8 vierkante meter voor zichzelf. Op de vloer ligt een kunststof mat, soms met stro maar meestal niet. De deur is dicht. Zo’n vijf maanden later worden de kalfjes geslacht.

Virussen en bacteriën

Een punt dat de laatste maanden meer aandacht heeft gekregen, is het risico op virussen bij dergelijke intensieve veehouderij. Als er veel kalfjes bij elkaar worden gezet die vanuit het hele land en vanuit heel Europa komen, betekent dat ook verspreiding van een heleboel bacteriën en virussen. Kalfjes die niet opgroeien bij hun moeder, hebben sowieso veel vaker luchtweginfectie en diarree. Het antibioticagebruik is dan ook erg hoog. In de slachterijen is het voor medewerkers bovendien lastig afstand te houden en vorig jaar bleken meerdere slachterijen brandhaarden van corona.

Hoe valt deze milieuvervuilende miljardenindustrie te rijmen met de duurzame uitdagingen van ons land? In 2019 schreef Minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in een brief aan de Tweede Kamer te streven ‘naar een betere balans tussen economie en ecologie, tussen landbouw en natuur, milieu en klimaat…’ Mevrouw Schouten benadrukte daarbij dat de transitie naar een kringlooplandbouw een maatschappelijk proces is, dat een ingrijpende omslag in denken en handelen vereist van iedereen die bij landbouw, natuur en voedsel is betrokken: van boer tot consument, en alle andere partijen in ketens en flankerende sectoren. Beste Minister Schouten, wordt het niet eens tijd om de  kalversector aan te pakken?

Foto: Stichting Wakker Dier 

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -

 

 

De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is eigenaar van Uitgeverij 11