Vanavond speelt amateurclub JOS uit Amsterdam-Oost in de KNVB-beker in het Olympisch Stadion ‘thuis’ tegen Ajax. Bij JOS begon Ajaxlegende Rinus Michels zijn carrière.

STEUN RO

‘Bij ons heeft hij het vak geleerd.’ Het is in Amsterdam-Oost nog altijd een mooi verhaal. Rinus Michels, de man die Ajax richting de eerste internationale successen coachte, startte zijn trainersloopbaan om de hoek. Bij JOS. ‘Maar hier was het nog een heel andere Rinus dan later bij Ajax of Oranje. Bij ons was hij geen Generaal, maar dronk hij nog gewoon zijn borreltje na de training.’

Niet voor niks noemde Michels zijn club in die dagen gekscherend 'Jenever Ons Streven'. Liefst zag hij het allemaal wat serieuzer worden bij JOS. Maar, hoewel Michels in zijn eerste jaar direct kampioen werd met het eerste, tweede, derde én het hoogste jeugdelftal, JOS is en bleef volgens voorzitter Joop Vlug altijd dat ‘typisch Amsterdamse pleziercluppie.’ Een cluppie waar het overigens begin jaren zestig wel veel beter geregeld was dan bij Ajax. Toen Michels weggeplukt werd bij de buur werd namelijk niet alleen opgegeven over de didactische vaardigheden van de trainer, maar ook over de organisatie bij JOS. Ajax-voorzitter Jaap van Praag zag het model graag gekopieerd aan de Middenweg.

Vijftig jaar later ligt het allemaal net even anders. Ajax is een multinational geworden, JOS Watergraafsmeer is – een handvol fusies later – gelukkig dat het niet verder dan de hoofdklasse kwam. ‘Over de financiële gevolgen van de Topklasse willen we hier al niet eens nadenken.’

Over de financiële gevolgen van de Topklasse willen we hier al niet eens nadenken

Voorzitter Vlug zegt het eerlijk. Hij heeft, met de bekerwedstrijd JOS Watergraafsmeer-Ajax van woensdagavond (18.30 uur) voor de boeg, eigenlijk geen tijd voor een gezellig praatje. ‘Gezellig, gezellig, aan een bekerwedstrijd tegen Ajax is niks gezelligs aan meneer. Het gaat over veiligheid, over geld.’

Liefst had hij de KNVB-bekerwedstrijd uit de tweede ronde op eigen terrein afgewerkt, op sportpark Drieburg, niet ver van De Meer, daar waar Ajax voor het eerst furore maakt. Waar Ajax nog een club was, en niet het bedrijf van vandaag de dag.

Maar FOX stelde tv-coverage verplicht, en daarmee een deugdelijke lichtinstallatie. De mogelijke leverancier liet het afweten. ‘En toen wist ik het even niet meer’, aldus Vlug. Spoedoverleg met de KNVB, de gemeente Amsterdam, het Olympisch Stadion én Ajax leverde uiteindelijk het gewenste resultaat. ‘Al heeft het me naar de zin allemaal nog veel te lang geduurd.’ Uiteindelijk echter kan er worden afgetrapt en lijkt JOS er financieel niet eens zoveel bij in te schieten. ‘Voor onze vrijwilligers hebben de laatste dagen er, met al die belangen, echter al flink ingehakt.’

Vlug zelf heeft zijn bivak opgeslagen 'in het Olympisch'. ‘Het is niet ons thuis. Ik weet er nauwelijks de weg, zoek me rot.’ Ajax helpt hem, met stewards en enkele organisatorische taken. ‘Die huren gewoon wat mensen in.’ Toch kijkt hij uit naar deze avond. En met hem de selectie. ‘Ik heb de trainer al een tijdje niet gesproken, zag alleen de uitslag van zondag. Tsja, een 3-0-nederlaag bij Westlandia. Die wedstrijd van woensdag zal ongetwijfeld hebben meegespeeld. Die wil je niet missen door een blessure of schorsing.’

Veiligheid meneer, we hebben het al dagen over weinig anders hier

De laatste keer dat de twee clubs in een officiële wedstrijd tegenover elkaar stonden was in het seizoen 1958-1959. Het KNVB-bekertoernooi genoot in die tijd bepaald geen aanzien, de clubs en fans liepen er nauwelijks warm voor. Het duel in het Olympisch Stadion trok toentertijd dan ook maar amper 700 toeschouwers.

Nu zullen dat er 5000 zijn. Allicht dat er veel meer kaarten verkocht hadden kunnen worden, maar vanwege de veiligheid mochten slechts tickets voor de Eretribune en Marathontribune in de verkoop. Vlug: ‘Veiligheid meneer, we hebben het al dagen over weinig anders hier.’

JOS Watergraafsmeer-Ajax wordt voor Ajax-trainer Frank de Boer een bijzonder weerzien met het Olympisch Stadion. Voor de opening van de Amsterdam Arena in 1996 speelden de Amsterdammers hun internationale wedstrijden én de toppers tegen PSV en Feyenoord nog in de olympische setting van 1928. Het zal de huidige selectie vol tieners en jonge twintigers onbekend zijn.

Trainer Frank de Boer echter speelde op 13 mei 1992 de finale van de Europacup 3 tegen Torino in het Olympisch Stadion. Hij zal woensdagavond, als de marge tegen de amateurs het toelaat, allicht even wegdromen richting de 0-0 die Ajax – na de 2-2 in Turijn – destijds de beker bezorgde. De Boers assistent Dennis Bergkamp bewaart heel wat mindere herinneringen aan die dag. Hij lag ziek op bed. De selectie kwam hem later die avond nog, met de beker, bezoeken.

Edward Swier was er bij op de Olympische Spelen in Peking en Londen, deed verslag van Wimbledon en Roland Garros. Schrijft tegenwoordig ook over voetbal. Reed naast honderden andere koersen tien keer de Tour de France, in de volgerskaravaan. Zat er met zijn neus bovenop, maar zag niet alles.