Steeds meer Nederlandse jongeren zijn bijziend, maakte het Erasmus MC deze week bekend. Dat komt doordat kinderen meer tijd doorbrengen met een tablet of mobiel en minder vaak buitenspelen. Is dat erg? Ja. Niet per se vanwege die bril of de contactlenzen, maar omdat minstens 20% van alle sterk bijziende mensen op den duur oogproblemen krijgt die niet met een brilletje of lenzen zijn op te lossen. Denk aan beschadiging van het netvlies (maculadegeneratie) of een ziekte van de oogzenuw (glaucoom). Hoe ontstaat bijziendheid en wat kunnen we eraan doen?

STEUN RO

Ruim een kwart van de Westerse bevolking is bijziend. En dat percentage stijgt. De onderzoekers van het Erasmus MC verwachten dat maar liefst de helft van de Rotterdamse kinderen die nu 13 jaar is, op volwassen leeftijd een bril of lenzen moet dragen vanwege bijziendheid.

Niet scherp zien in de verte

Als je bijziend bent, kun je zonder hulpmiddelen prima scherp zien op korte afstand, maar verder weg niet. Bij ver kijken komt het beeld namelijk niet netjes op het netvlies terecht, maar een stukje ervóór. Daardoor zie je onscherp. Het probleem kan ontstaan doordat het oog het licht te sterk breekt, bijvoorbeeld bij een te krom hoornvlies. Zo werd het vaak uitgelegd in de natuurkundeles. Maar in verreweg de meeste gevallen is er iets heel anders aan de hand: de aslengte van het oog is te lang, waardoor de afstand tussen lens en netvlies te groot wordt. Het oog is dus te ver doorgegroeid. Op heel korte afstand is dat geen enkel probleem, sterker nog: het kost je dan juist minder moeite om scherp te zien. Maar bij wat verder weg kijken zie je onscherp.

Het groeiende oog

Hoe komt het nou dat dat oog zo lang wordt? Bij pasgeborenen is er nog niets aan de hand. Sterker nog: bij baby’s is de aslengte van het oog meestal juist te kórt. Van alle pasgeboren baby’s is driekwart verziend. Dat baby’s alleen op korte afstand scherp kunnen zien – alleen het gezicht van mama of papa – is dus een fabel.
Bij de geboorte is de aslengte van het oog ongeveer 16 tot 17 millimeter; een paar jaar later is dat al bijna 23 mm. Na een paar jaar moet de groei van het oog snel minder worden. Normaal gesproken bereikt het oog bij volwassenen een maximale lengte van 24 mm. Maar bij bijzienden schiet die groei één tot enkele millimeters door. Dat lijkt misschien niet veel, maar het is cruciaal. Het oog kan blijven groeien totdat iemand 25 jaar is, maar daarna houdt het echt wel op. Dus als je ouder dan 25 bent, kan die mobiel je geen bijziendheid meer bezorgen.

Uitgerekt netvlies

Op zich kun je prima leven met bijziendheid. Een bril, contactlenzen of een laserbehandeling zorgen er meestal voor dat je weer goed kunt zien. Maar als de oogbol erg lang is, 26 mm of meer, kunnen er andere problemen ontstaan. Dit komt vaker voor bij mensen met meer dan min zes. Door het uitrekken kan het netvlies dunner worden en de gele vlek – het belangrijkste deel van het netvlies – kan beschadigd raken (maculadegeneratie). Ook verhoogt een langer oog de kans op een netvliesloslating, staar of een ziekte van de oogzenuw (glaucoom). Deze complicaties ontstaan meestal bij mensen ouder dan vijftig jaar, maar soms ook al veel eerder.

Ontregelde groei

Waarom schiet de groei bij sommigen te ver door? Voor een deel is dat erfelijk. Bijziende ouders krijgen vaak bijziende kinderen. Daar is natuurlijk weinig aan te doen. Maar ook langdurig dichtbij focussen verhoogt de kans op bijziendheid. Dat geldt zowel voor gebruik van een smartphone, tablet of computer als voor het ouderwetse lezen van papier. Het is vooral slecht om lange tijd achter elkaar dichtbij te focussen. Na een half uur intensief turen worden de spieren rondom je ooglenzen namelijk moe. Het gevolg is een onscherp beeld op je netvlies. En in reactie daarop gaan je ogen groeien – tenminste, als je nog jong bent en er aanleg voor hebt.

Onscherp beeld

Waarom gaan je ogen dan groeien als je onscherp ziet? Eigenlijk is dat allemaal goed bedoeld. Als baby begin je tenslotte verziend, omdat de aslengte van je oog te kort is.  Als je ogen nou maar blijven groeien totdat je een scherp beeld ziet, dan komt het vanzelf goed. Het probleem is dat moeder natuur er geen rekening mee heeft gehouden dat wij zo lang en zo vaak naar voorwerpen op korte afstand zouden gaan turen. Zeker bij slechte verlichting of als je oogspieren moe worden, geeft dat een onscherp beeld – en blijft het oog dus onterecht doorgroeien. Hoe de projectie van onscherpe beelden op je netvlies de groei van het oog in gang zet, is nog niet helemaal duidelijk. Uit dierexperimenten is gebleken dat het effect zelfs blijft bestaan als de oogzenuw wordt doorgesneden. Het gaat er dus niet om of je hersenen het beeld als onscherp herkennen.

Buiten spelen en oogdruppeltjes

Het is niet niet haalbaar en ook niet nodig om kinderen te verbieden om lezen, te gamen en te appen. Maar het zou wel goed zijn als ze hun mobiel of tablet niet te dicht op hun neus houden (minstens 30 centimeter) en na een half uur telkens vijf minuten pauze nemen, zodat de oogspieren weer even kunnen bijkomen. En wat ook helpt: veel buiten spelen. Buiten zijn beschermt namelijk tegen bijziendheid. Hoe dat komt is nog niet helemaal begrepen. Het kan ermee te maken hebben dat je buiten meestal wat verder weg kijkt, maar het kan ook liggen aan het vele heldere licht buiten. Buiten worden je pupillen wat kleiner, waardoor het beeld op je netvlies scherper is en je ogen dus niet groeien.
Voor kinderen die op jonge leeftijd al behoorlijk bijziend zijn en dus grote kans hebben om later sterk bijziend te worden, bestaan er behandelingen met oogdruppeltjes, bijvoorbeeld atropine. Door die dagelijks te druppelen kun je de ooggroei een beetje remmen en zo hopelijk de kans op vervelende complicaties op latere leeftijd verkleinen.