De biologische markt ontwikkelt zich naar een duur en naar een goedkoop segment.

STEUN RO

De biologische landbouw zit in de lift. Wereldwijd. Zelfs in landen waar voedselzekerheid niet vanzelfsprekend is. “Je mag je in die landen gerust vragen stellen bij de herkomst en of het product werkelijk biologisch is. Want veel van die landen kennen geen wetgeving of toezicht omtrent biologisch. Maar alleen al het feit dat het wordt aangeboden; dat er biologische winkels en restaurants opkomen, geeft aan dat er ook daar een markt voor biologisch ontstaat.”
Aan het woord is Bavo van den Idsert, directeur van Bionext, de belangenbehartiger van de biologische landbouw. Wereldwijd gaat er zo’n 85 miljard euro om in biologische producten en hij ziet niets dat erop wijst dat de stijging van 10 procent de komende jaren zal afnemen. “Binnen een jaar of vijf, zes zitten we op 150 tot 200 miljard.”

Er ontstaat een duidelijke tweedeling in de biologische productie. De top van het bio-segment doet er juist een schepje bovenop, de onderkant begeeft zich op de discountmarkt en groeit richting de gangbare landbouw die ook steeds duurzamer wordt.
Er ontstaat een duidelijke tweedeling in de biologische productie. De top van het bio-segment doet er juist een schepje bovenop, de onderkant begeeft zich op de discountmarkt en groeit richting de gangbare landbouw die ook steeds duurzamer wordt.

Nederland exporteert naar schatting voor 1,1 miljard aan biologische producten. Daarvan wordt amper veertig procent in Nederland geproduceerd. De rest is import. Nederland is dus een belangrijke draaischijf. Vooral van verse groenten en houdbare grondstoffen, halffabricaten en merk- en private-label-producten.
Katja Logatcheva is onderzoeker Markten en Ketens bij LEI Wageningen UR. Zij wijst erop dat Nederland inmiddels een volwassen en nog steeds groeiende biologische sector heeft. “Bovendien staat Nederland internationaal bekend als landbouwland. Niet alleen voor wat betreft de productie, maar vooral distributie en kennis. “Als zich een nieuw marktsegment aandient zoals biologisch, kan Nederland op die positie meeliften.”

Die internationale handel is echter wel een heikel punt, erkent Van den Idsert. “De biologische EU-wetgeving kent ook strenge regels voor im- en export buiten Europa.” De EU heeft handelsverdragen gesloten waarin hierover afspraken zijn gemaakt, met verschillende landen. Van den Idsert noemt als belangrijke voorbeelden de VS, Argentinië, Brazilië, India en Australië.
In landen waar die wetgeving ten enenmale ontbreekt, met name in Azië en Afrika, ligt de autoriteit bij een certificerende instantie die op een Europese accreditatielijst voorkomt. “Dit geeft weleens knelpunten.”
De biologische productiewijze zoals wij die kennen is volledig ingebed in de Europese regelgeving en gekoppeld aan een duidelijk keurmerk, verduidelijkt Logatcheva. “Andere landen hebben hun eigen initiatieven rond biologisch. Je kunt dus niet zomaar een vertaalslag maken naar de Europese situatie.”
Als ideaal ziet Van den Idsert een wereldwijd uniforme standaard voor biologisch. Maar dat is nog ver weg. “Vooral het terrein van import vergt nog veel veldwerk vanuit Nederland, waar biohandelsbedrijven sinds de jaren zeventig pionierswerk is gedaan en met hun kennisvoorsprong een sterke positie hebben verworven.”

TTIP en CETA

Verdragen als TTIP en CETA zijn bij uitstek bedoeld om die internationale handel als zodanig te stroomlijnen. Toch staat de biosector daar kritisch tegenover. De directeur wijst op de rechtszaken die in de VS en Canada waar boeren niet worden beschermd tegen contaminatie van hun producten met ggo’s. “Terwijl omgekeerd een bedrijf als Monsanto wel claimt dat het gecontamineerde gewas van hen is, omdat hun technologie daarin is aangetroffen.”
De biosector vreest dat de Amerikaanse mores ook in Europa gaat gelden. Of die vrees terecht is weet Van den Idsert niet. “Het speelt zich allemaal af achter gesloten deuren.” En dat gebrek aan transparantie stelt niet gerust.

Concurrentiestrijd

De biologische markt blijft zich intussen voorspoedig ontplooien. Prijsverschillen tussen biologisch en gangbaar zijn soms erg groot, waardoor het voor boeren gunstig lijkt om om te schakelen. Volgens Logatcheva zijn dat echter tekenen van marktontwikkeling. “En zodra de markt volwassen is, ontstaat er een concurrentiestrijd; een prijsconcurrentie.”
Een individuele boer zal altijd zelf een afweging moeten maken: “Wegen de te verwachten opbrengsten op tegen de onkosten?” zo schetst Logatcheva. “Want omschakelen naar biologisch is duur. Je moet je volledige bedrijfsproces aanpassen. Een omschakeling duurt twee, soms drie jaar. In die tijd moet je volgens de biologische eisen produceren, terwijl je ze als gangbaar, dus ook zonder meerprijs, moet vermarkten.”

Bio-bio

Bij het volwassen worden van de biomarkt signaleert Van den Idsert echter een interessante tweedeling binnen het biologische segment. Vooral Duitsland maakt een duidelijk onderscheid tussen de goedkopere discount-bioproducten en het plussegment; in het Duits aangeduid als ‘bio-bio’.
“Met de groei van biologisch gaan ook de discounters op zoek naar producten die ze voor een scherpe prijs kunnen aanbieden. Dan hebben we het over bijvoorbeeld de Aldi en de Lidl.” Aan de andere kant zien we de biologische speciaalzaken, maar ook supermarkten in het hogere segment die juist op zoek gaan naar meerwaarde bovenop het biologische aspect. “Het leuke is dat we in beide segmenten ongeveer evenveel groei zien”, vertelt de Bionext-directeur. Albert Heijn heeft inmiddels 1.300 tot 1.400 bioproducten, vaak met extra meerwaarde zoals regioproductie, fairtrade en biodiversiteit.

Worstcasescenario

Met deze tweedeling en de komst van biopproducten aan de onderkant van het segment groeien bio en gangbaar steeds meer naar elkaar toe. Ooit, denkt van den Idsert, maakt gangbare landbouw zichzelf in dure productiegebieden als Nederland overbodig.
Een vergezicht dat volgens Logatcheva nog ver weg is. “Het is erg afhankelijk van wat we willen en hoeveel geld we daarvoor over hebben.” Bij een positief scenario waarbij aan de consumentenkant de vraag blijft, ontstaan aan de productiezijde vanzelf initiatieven om biologische producten beschikbaar te stellen, meent de onderzoeker.
“Het hangt erg samen met de economische situatie. Biologisch is toch een soort luxe en binnen Europa vooral populair in de rijkere landen.” Bij een worstcasescenario, bijvoorbeeld bij een crisissituatie, praat niemand meer over luxe. “Dan is het een kwestie van overleven.”

Lees ook:

Biologische fruittelers vechten niet tegen natuur, maar tegen overheid

Arme boeren kiezen voor biologisch

Over Marc van der Sterren

Marc van der Sterren is agrarisch journalist met speciale aandacht voor internationale landbouw en een focus op Afrika. Check zijn weblog Farming Africa en volg @Farming_Africa voor updates. 
Beeld: © Marc van der Sterren

Marc van der Sterren is freelance journalist en blogger. Hij schrijft, fotografeert en maakt radio en tv. Hij is breed geïnteresseerd, met landbouw, natuur en milieu als specialisatie. Hij is de enige agrarisch journalist van Nederland met als specialisatie Afrika. Maar ook is hij ingevoerd in de lokale berichtgeving over politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. Zoals de jeugdzorg.