‘My blackness is all cultural appropriation’

 

De Amerikaan Paul Beatty brak twintig jaar na zijn debuut door bij het grote publiek met zijn vierde roman The Sellout. Al zijn hele loopbaan verzet hij zich tegen de hokjes waarin hij geplaatst wordt en die ook duidelijk de receptie van zijn laatste werk kleuren. Door Fiep van Bodegom.

The Sellout van Paul Beatty won de Man Booker Prize 2016 en werd jubelend ontvangen als genadeloze satire over ras in hedendaags Amerika. Zelf gaat de schrijver ongemakkelijk op zijn stoel schuiven van zowel het woord ‘ras’ als ‘satire’, en wil niet dat zijn werk zonder meer ‘politiek’ wordt genoemd. De vraag is: wat is het dan wél? Zijn terughoudendheid over deze categorieën zegt veel over de schrijver en zijn werk, dat op het eerste gezicht inderdaad een geslaagde satire over ras is.

In een interview met de Paris Review in 2015 vertelde Paul Beatty een veelzeggende anekdote. Tijdens zijn opleiding, begin jaren negentig in New York, volgde Beatty een cursus bij Allen Ginsberg die eenmalig werd vervangen door Gregory Corso (een andere dichter uit de Beatgeneratie). De cursisten lazen één voor één hun poëzie voor en de docent werd woest. ‘He just didn’t know how to process what we were doing. Because it wasn’t about shit that he cared about. He kept saying, “Where’s your universality?” I’d never heard anyone argue that out loud before. I was like, oh, this motherfucker thinks his is the only way to see the world. And I realized that’s as much about race as anything.’ Alle schrijvers vertrekken, noodzakelijkerwijs, vanuit het milieu en de wereld die ze kennen. Bij sommige schrijvers wordt dat als volstrekt vanzelfsprekend beschouwd, maar bij schrijvers uit minderheidsgroepen wordt het opmerkelijk genoeg vaak geduid als een overmatige interesse in hun ‘eigen’ wereld.