REIZEN // Oké, voor het woord ‘wadden’ in de kop kun je beter ‘mangrove’ invullen, maar verder gaat de vergelijking op: Boipeba is het Vlieland van Bahia. Met zijn rust, natuur en autoloosheid is er in Brazilië geen betere plek om uit te waaien.

STEUN RO

Het duurt even om in Boipeba te komen, maar als je er eenmaal bent wil je er ook nooit meer weg. Hemelsbreed ligt het eilandje slechts honderdtwintig kilometer ten zuiden van Salvador, maar de reis ernaartoe, per boot, bus en sloep, duurt zes uur. Als het meezit. Beknopte reisinformatie staat onderaan.

Een Braziliaans waddeneiland

Het rechthoekige Boipeba, tien kilometer lang en zes kilometer breed, is iets groter dan Vlieland en er wonen ook meer mensen: volgens de laatste volkstelling zo’n vijfduizend. Net als Vlieland is Boipeba autoloos. Het Braziliaanse eiland gaat daarin nog verder dan het Nederlandse. Zelfs eilanders mogen geen auto hebben; ze moeten het met de benen- of desnoods de ezelwagen doen. 

Boipeba doet echter vooral aan Vlieland denken om het volgende: net als Vlieland wordt Boipeba qua bezoekersaantallen en bekendheid overschaduwd door een grote buurman. De grote buurman van Boipeba heet Morro de São Paulo, een eiland dat, even kort door de bocht, ooit een paradijs moet zijn geweest maar zich de afgelopen twintig jaar (met dank aan een directe catamaranverbinding met Salvador) heeft ontwikkeld tot een van de drukste vakantiebestemmingen van Brazilië – met alle gevolgen van dien. 

Verreweg het grootste deel van de hotels en pousadas op Morro de São Paulo zijn in handen van exploitanten van het vasteland of uit het buitenland; oorspronkelijke eilandbewoners zijn er nauwelijks meer. Zo ver is het op Boipeba nog lang niet. De lange, omslachtige reisroute en de enigszins terughoudende opstelling van de bewoners hebben Boipeba tot nog toe tegen dergelijk massatoerisme beschermd. 

Schildpaddenschilden en walviswervels

In het Tupi, de taal die ooit door een groot deel van de inheemse stammen aan de oostkust van Brazilië werd gesproken, betekent de oorspronkelijke naam van Boipeba, M’Boi Pewa, ‘Grote Zeeschildpad’. Verwonderlijk is het dan ook niet dat de schedel van een reuzenzeeschildpad de bezoekers van ‘O Museu do Osso’ bij binnenkomst toegrijnst.

Het ‘bottenmuseum’ van strandjutter en Bekende Boipebaënaar Senhor Tavinho is het enige museum van het eiland, slechts enkele vierkante meter groot en tot de nok toe volgestouwd met aangespoelde schildpaddenschilden en willekeurige walviswervels. Het is een bezoek meer dan waard – al was het maar om Senhor Tavinho te horen vertellen over die keer dat er op honderdvijftig meter van zijn kano een vliegtuig in zee stortte en hij met andere eilandbewoners aan de reddingsoperatie deelnam. Toegang is gratis.

Rust

Zo zwalk je een museum in, zo struin je over bijna verlaten stranden, klauter je door het oerwoud of slenter je tussen de mangababomen (de zachtzure mangaba is voor Boipeba wat de cranberry voor de waddeneilanden is.) Naast de tropische natuur – soms zo paradijselijk dat alles net niet echt lijkt – is rust Boipeba’s grootste troef. Bijna alle eilandbewoners wonen in het dorpje Velha Boipeba, vlak bij het haventje. De meeste toeristen verblijven daar ook en komen vaak niet verder dan de twee dichtstbijgelegen stranden, Boca da Barra en Tassimirim. Op het iets verder weg gelegen strand Praia da Cueira (zie foto) en op de zandpaadjes die door het binnenland slingeren kun je je, afgezien van de makke zwerfhonden die af en toe een eindje meedrentelen, alleen op de wereld voelen.

Actie

Toch vissen actievelingen niet achter het net. Nog niet zo heel lang geleden leefden veel families op Boipeba van de visserij; nu gebruiken de meeste vissers hun kano’s en sloepen om er met toeristen op uit te gaan. Om te vissen, bijvoorbeeld, maar ook om tochten te maken door de immer kronkelende mangrovekreken die het eiland van het vasteland en de buureilanden scheiden. Een avontuur dat je ook zonder gids kunt beleven is de lange wandeltocht naar het gehucht Moreré, aan de zuidkust, waarbij je, als het vloed is, door een riviermonding moet waden. Eventueel kun je per tractorexpres terug. Ook surfers komen aan hun trekken, en wel op het door palmen omzoomde Praia da Cueira.

Vertier

Na een dag uitwaaien zijn zowel eilanders als bezoekers ’s avonds wel toe aan wat reuring. De dorpsweide van Velha Boipeba is het kloppende hart van het uitgaansleven: in sfeervol verlichte kraampjes en onder toeziend oog van hun ouders bakken lokale meisjes tapiocapannenkoekjes en mixen de jongens caipirinhas

Een waarschuwing voor de espressofan: Boipeba is niet alleen auto-, maar ook espressomachineloos. Uai Café Bistrô, een minuut of drie drentelen van de dorpsweide, heeft een mooie oplossing gevonden: koffie wordt er gezet in iets dat ik alleen maar kan omschrijven als een minikoffiesok, die in een stellage boven je espressokopje hangt. Je moet er maar opkomen.

Lekker eten kun je in Boipeba overigens zeker, al neigt het menu af en toe naar het bizarre: moqueca (stoofpot) van inktvis en bakbanaan is een populair plaatselijk gerecht. Dé plek om deze en andere lokale lekkernijen te proberen is het eenvoudige restaurant Panela de Barro (‘De kleien pot’), waar de sympathieke Raimundo al meer dan twintig jaar de scepter zwaait.

Het op één na mooiste eiland van Zuid-Amerika

Onlangs verkozen de bezoekers van reissite TripAdvisor Boipeba tot het op één na mooiste eiland van Zuid-Amerika (of Paaseiland, dat op de eerste plaats eindigde, überhaupt bij Zuid-Amerika hoort, daar kun je over discussiëren. Dat Chileense eiland ligt immers midden in de Stille Oceaan.) 

Wat betekent dit? Dat wie Boipeba nog wil meemaken zoals het nu is moet opschieten.

Reisinformatie

De reis van Salvador, de dichtstbijzijnde grote stad, duurt minstens zes uur en bestaat uit drie delen. Vanuit Salvador neem je de veerboot naar Bom Despacho, waar je een bus naar het havenstadje Valença neemt. Vanuit Valença vertrekt een keur aan sloepen (langzame en snelle) naar Boipeba. Veerboot, bus en sloep gaan zo regelmatig dat je, als je ’s ochtends redelijk vroeg uit Salvador vertrekt, rustig op de bonnefooi kunt gaan. Afhankelijk van de dag van de week en of je in Valença een langzame of snelle sloep naar Boipeba neemt kosten de heen- en terugreis samen tussen de honderd en honderdvijftig real, omgerekend tussen de dertig en vijfenveertig euro, per persoon.

Kijk voor accommodatie op deze lokale site.

    Alex Hijmans (1975) is internationaal correspondent en schrijver. Zijn standplaats is Salvador, de derde stad van Brazilie, waar hij in een volksbuurt woont en verder kijkt dan voetbal, samba en zogenaamde Wirtschaftswunderen. Hij schrijft, net zoals weleer voor de papieren De Pers, journalistieke reportages en persoonlijke columns. Met veel beeld en altijd met de blik van een local.