Cuba en de VS openden na ruim vijftig jaar weer ambassades. Cubanen geloven dat hiermee een einde zou kunnen komen aan het politieke asiel dat zij automatisch verkrijgen wanneer zij per boot naar Florida vluchten.

STEUN RO

Acht jaar geleden besloot Raidel Simón Grencibia dat hij Cuba wilde verlaten. Hij was het zat: het gebrek aan vrijheid, de geheime politie, de noodzaak om illegaal te werken om jezelf luxe te kunnen veroorloven. Twee keer vertrok hij met een zelfgebouwd bootje van het eiland, maar beide keren werd hij door de Amerikaanse kustwacht onderweg ontdekt en teruggebracht. De derde keer, afgelopen mei, ging alles goed. Met een groep van acht vrienden maakte hij een bootje van gebruikte oude auto-onderdelen die ze bij een garage achterover wisten te drukken. Twee dagen brachten ze op open zee door. Ze dwaalden af richting de Golf van Mexico – voor navigatie gebruikten ze een antiek kompas – maar bereikten uiteindelijk de Florida Keys, een kleine 150 kilometer ten noorden van Cuba.

Vlak voor de kust ging het bijna mis: de golven lieten de boot kapseizen, waardoor de Cubanen moesten zwemmen. Drie uur brachten ze in het water door, maar omdat de stroming goed stond wisten ze Florida te bereiken. Het was één uur ‘s middags en er zaten veel mensen op het strand, die hen met applaus onthaalden en op eten en drinken trakteerden. Veel inwoners van Zuid-Florida komen immers zelf uit Cuba of kennen wel een Cubaan die dezelfde ontberingen heeft doorgemaakt.Beeld: Eline van Nes Raidel Simon Grencibia Eenmaal met zijn voeten in het warme zand van de Florida Keys wist de 40-jarige Grencibia dat dit zijn toekomstige thuis zou worden. De Cuban Adjustment Act, een wet die in 1966 werd aangenomen, schrijft voor dat iedere Cubaan recht heeft op politiek asiel en na een jaar in aanmerking komt voor een green card. De regering onder Bill Clinton voegde daar de wet-foot/dry-foot policy aan toe, om de toestroom van Cubaanse bootjes te ontmoedigen: Cubanen onderschept op zee worden gedeporteerd, maar wie ‘droge voeten’ weet te behalen op het vasteland van de VS mag blijven.

Door de straten

Officieel zou Cuba de op zee onderschepte asielzoekers onbestraft terugnemen, maar Grencibia vertelt hoe de Cubaanse politie hem na zijn vorige pogingen publiekelijk ten schande bracht door met hem door de straten te paraderen. “Vanaf dat moment staat er een vinkje in je rapport,” vertelt Grencibia. “Je staat bekend als landverrader, waardoor het moeilijk is goed werk te vinden.”

17 december 2014 zal de geschiedenisboeken ingaan als de dag waarop de Verenigde Staten en Cuba hun relaties na vijfenvijftig jaar begonnen te normaliseren. President Obama kondigde aan dat de VS een ambassade zal openen in Havana, en intussen is Cuba van de Amerikaanse terreurlijst gehaald, waar nu alleen Syrië, Iran en Sudan nog op staan. Maar de normalisering van de relaties leidde ook tot meer Cubaanse asielzoekers: zij waren bang dat politiek asiel niet langer verzekerd zou zijn. Grencibia vertelt hoe het nieuws veel paniek bracht onder de Cubanen.

Hoogleraar Jorge Duany van de Cubaanse afdeling van Florida International University, zelf Cubaans geboren maar in Puerto Rico opgegroeid, zegt dat de vrees ongegrond is. “Het Witte Huis gaf meermalen aan geen verandering in het beleid voor Cubanen te zullen aanbrengen. De verspreiding van informatie gaat echter erg moeizaam in Cuba, waardoor er verschillende verhalen rond gaan en gemakkelijk paniek ontstaat.”

Het politieke asiel voor Cubanen staat al langer ter discussie in de VS. Het mondt uit in een kat-en-muis spel waarbij de kustwacht probeert asielzoekers te onderscheppen; met uitzonderlijke gevallen zoals de groep Cubanen die op een oude brugpeiler waren geklommen en werden gedeporteerd omdat de peiler niet als vasteland werd gezien. Daarnaast zijn de wateren gevaarlijk: de stroming is verraderlijk en er zwemmen haaien. Zelfgebouwde bootjes zijn meestal amper zeewaardig, maar smokkelaars met goede speedboten zijn duur: $10.000 per persoon. Bovendien wordt mensensmokkel in de wateren sterk bestreden; sinds 9/11 heeft Homeland Security een ruim budget, waardoor er ook aanzienlijk meer kustwacht actief is in de wateren.

Steeds meer Cubanen reizen dan ook via Centraal-Amerika naar het noorden. Zij kunnen zonder visum Ecuador in, en reizen vanaf daar omhoog naar de VS. In 2014 kwamen 17.459 Cubanen naar de VS via de grens met Mexico, tegenover 814 per boot die de kust haalden en 2.111 die door de kustwacht onderschept werden en teruggestuurd.

Beeld: Eline van Nes

Onder andere immigranten wordt het beleid voor Cubanen als positieve discriminatie gezien. De Ecuadoriaanse Pablo Pastor, die op Biscayne Boulevard in Miami rondvaarten verkoopt aan toeristen, vertelt dat hij zelf jaren heeft moeten wachten op zijn papieren. Cubanen hoeven niet alle interviews te doorlopen, en als zij in de criminaliteit terechtkomen kunnen zij niet gedeporteerd worden. Pastor: “De meeste van hen doen niet eens de moeite om Engels te leren. Als ze geen werk hebben krijgen ze voedselbonnen.”

Ook anti-immigratie groepen, met als publiek gezicht mensen als de rechtse columniste Ann Coulter, zien het beleid liever veranderen. De toestroom van Hispanics in Florida en de zuidelijke staten zien zij als een bedreiging van de Amerikaanse identiteit: in grote delen van Miami wordt alleen Spaans gesproken. Advocaten vertellen over de door Cubanen ritueel geofferde kippen, die zij ‘s ochtends voor de rechtbank aantreffen.

In de toeristische wijk Little Havana in Miami, vernoemd naar de vele Cubanen, worden de nieuwe relaties stevig bediscussieerd. Over het algemeen zijn de oudere Cubanen, die gelijk na de revolutie het land ontvluchtten, fel tegenstander van de nieuwe ontwikkelingen, terwijl de jongere generatie er meer voor open staat. Voor de 36-jarige Lazaro Vento bijvoorbeeld, die vorig jaar zijn sigarenwinkel Brinkell Cigars opende, zou de mogelijke opheffing van het handelsembargo veel goeds kunnen brengen.

“De sigaren die ik nu verkoop zijn voornamelijk namaak uit Nicaragua. Je merkt het verschil gelijk: de manier van rollen, de tabak, de brandsnelheid. Wanneer we officieel Cubaanse sigaren mogen verkopen hier, komt natuurlijk iedereen ze eens proberen.”

Open grens

Vento zegt weinig van de onderdrukking onder het regime te hebben meegekregen: hij kwam als 2-jarige in 1980, tijdens de Mariel Boatlift, naar Florida. Na een economische crisis bood de Cubaanse overheid inwoners de mogelijkheid te vertrekken, en in de zes maanden dat de grens open was vertrokken bijna 125.000 Cubanen. De toelating van de Cubanen in de VS werd omstreden toen het gerucht ging dat Fidel Castro ook gevangenen en geesteszieken op de boot zette. Inwoners van de Florida Keys herinneren zich de Boatlift nog: overal op straat sliepen groepen vers aangekomen Cubanen.

“Het enige waar mensen als Vento aan denken is geld,” fulmineert Erik Otero, die een sigarenwinkel in dezelfde wijk Little Havana runt. “Het is een belediging tegenover de bootvluchtelingen die het niet gehaald hebben.”

Otero, die ook als klein kind door zijn ouders naar Florida werd meegenomen, verloor vrienden en familie in de zee. Otero: “Ik heb boten gezien van binnenbanden, van hout, van wat ze ook maar kunnen verzinnen. Ze gooien zichzelf gewoon in de zee en hopen maar dat moeder natuur hun hier brengt. Het moment dat ze in zo’n boot stappen zijn ze eigenlijk al vermist.”

Een peiling onder de Cubaanse Amerikanen in Zuid-Miami van juni 2014, dus voordat de onderhandelingen begonnen, gaf aan dat ongeveer tweederde van hen voorstander was van diplomatieke relaties. Maar ongeveer dezelfde hoeveelheid respondenten uit die groep wilde Cuba op de terreurlijst houden.

Tegenstanders van de nieuwe relaties beklagen zich over de mensenrechtensituatie in Cuba. Human Rights Watch bracht in 2014 nog een kritisch rapport uit, waarin zij aangaven dat er weliswaar politieke gevangenen zijn vrijgelaten en minder langdurige gevangenisstraffen voor dissidenten zijn, maar dat de mensenrechten nog steeds geschonden worden. “Gevangenen die de regering bekritiseren […] worden eenzaam opgesloten, mishandeld, benadeeld in familiebezoek en ontberen medische zorg.”

Bootvluchteling Grencibia belande, voordat hij naar de VS vluchtte, ook in de Cubaanse gevangenis. Hij verkocht illegaal sigaren aan buitenlanders, om zichzelf enige luxe te kunnen veroorloven bovenop het basisvoedselpakket van onder andere tien kilo rijst en ongeveer zes kilo vlees (voornamelijk kip). De opzichter van zijn wijk kwam erachter en wilde dat Grencibia andere illegale handelaren zou verraden, maar aangezien hij dat niet deed werd hij vastgezet. De aanklacht was een inbraak, ver weg in de andere kant van de stad. Een Spaanse rechter herzag een jaar later zijn zaak en kreeg hem vrij.

Zijn tijd in de gevangenis was een hel. “We hebben elkaar pijn moeten doen,” vertelt Grencibia in het Resettlement Office. “Het heeft me heel diep geraakt. Veel wil ik er niet over kwijt, behalve dat ik dat nooit meer wil. Wat ik nu wil is vrijheid.’

Dit bericht werd eerder gepubliceerd in Het Parool

Kader:

Cubaanse diaspora in de VS (2013): 2.200.000

Cubaans geboren immigranten in VS: 1.144.000

Cubaans geboren immigranten in Florida: 696.000

Jurriaan van Eerten (1983) is freelance journalist. Zijn werk is o.a. gepubliceerd in Het Parool, Trouw, Vice en Al Jazeera English. Samen met fotografe Eline van Nes maakt hij human-interest verhalen over Latijns-Amerika. Zij willen niet de politicus op wie gestemd wordt belichten, maar juist de persoon die het stemvakje inkleurt.