Het officiële dodental als gevolg van de watersnoodramp in Bosnië Herzegovina en Servië staat momenteel op vijfentwintig. Maar alleen al in de Bosnische stad Doboj zouden volgens de burgemeester minstens twintig mensen zijn omgekomen. Bosnië en Servië vechten tegen een gezamenlijke vijand, het water. Sinds afgelopen donderdag vindt er de grootste watersnoodramp sinds 120 jaar plaats. ‘De natuur was onze enige vriend.’

STEUN RO

Het is de gewoonte om je schoenen uit te trekken als je op visite komt. Maar in de Bosnische plaats Doboj wordt er naar me geroepen als ik een huis wil binnenstappen: 'Hou je schoenen maar aan hoor!' Een dikke modderlaag ligt in de gang. Een streep op de muur geeft aan tot waar het water heeft gestaan. Ruim anderhalve meter hoog. Meubels liggen kapotgeslapen in de woonkamer. Een portret van Tito hangt aan de muur. Mehmedalija Hasanic maakt de wrange grap. Dit is zijn huis. Hij trekt zijn werkhandschoenen uit als hij me een hand geeft.

Zijn achttienjarige neef Adnan is vandaag ook naar het zuidelijke deel van Doboj gekomen om te helpen opruimen. Vannacht is het water in de rivier de Bosna gezakt. Het heeft een ravage achtergelaten, en een dikke laag modder. 'Er is niks meer over', zegt Adnan. 'De meeste meubels zijn kapot. Het water kwam zo onverwacht dat er niks meer te redden viel.' Ondertussen laden andere vrienden en familieleden de meubelstukken op een oude kar. Alsof ze alsnog hun eigendommen in veiligheid willen brengen. 'Het is de tweede keer dat mijn oom wordt getroffen. Twintig jaar geleden, tijdens de oorlog, werd zijn huis in brand gestoken. Hij kan weer opnieuw beginnen.'

Moslims

En dat geldt voor de meeste inwoners van Doboj Zuid. Hier wonen voornamelijk moslims, teruggekeerd na de oorlog. Bij de buren hetzelfde tafereel. De buurvrouw blijft maar met haar hoofd schudden. Jongens slepen de meubels het huis uit. De buurman op krukken kan niet veel, hij zit op een bankje voor het huis. En geeft aanwijzingen. Hij zwaait driftig met zijn stok.

Iets verderop ligt het Bosnisch-Servische deel van de stad. Hier stond het water op sommige plaatsen zo'n drie meter hoog. Ook hier is het peil gedaald, maar nog veel huizen staan deels onder water. In de winkelstraat is de ravage groot. De elektriciteit is uitgevallen. Het mobiele telefoonnetwerk ligt nog plat. Winkeliers proberen hun winkels leeg te halen. Een grote container staat voor een schoenenwinkel, vol met besmeurde schoenen en tassen. In de winkelpui zit geen glas meer. Net als bij de buren. Een boekwinkel, waar het lijkt alsof er een tornado door de zaak is gegaan. Overal gebroken ruiten en dikke lagen modder.

Tanja Sakovic heeft geen handschoenen aan. Normaal verkoopt ze parfum. De hele winkel ruikt er naar, gemengd met de geur van modder. Ze probeert de flesjes te redden uit de bruine smurrie, maar houdt ermee op. Al twee keer haalde ze haar vingers open aan het gebroken glas. 'Het is een catastrofe', zegt ze. Een woord dat ik hier meerdere keren per dag hoor. 'We hebben het niet zien aankomen. Een dijk brak door en we konden niets meer doen. Het is overal hetzelfde. Dit was onze toekomst.' Tanja en haar vriendin zijn niet verzekerd. Zoals bijna niemand hier is verzekerd.

Dreigend hoog

De catastrofe begon eind vorige week. Door langdurige en onophoudelijke regenval traden rivieren in Bosnië en Servië buiten hun oevers. De Bosna, de Sava, de Miljacka in de buurt van Sarajevo. De hoofdstad vreesde voor vergelijkbare scenario's, maar de Miljacka stond dreigend hoog, sloeg een stuk uit de kademuur maar zakte geleidelijk weer. De zon schijnt. De terrassen in Sarajevo zitten weer vol vandaag. Ondertussen wordt er in de rest van het land nog gevochten tegen het water. In noordelijke plaatsen als Bjeljina of Brcko breken dijken door en moeten opnieuw duizenden inwoners worden geëvacueerd. Volgens de Bosnische regering hebben zo'n één miljoen inwoners te kampen met de hoge waterstand, een kwart van de volledige bevolking.

Niet alleen het hoge water zorgt voor de catastrofe. Ook ruim tweeduizend landverschuivingen in de bergachtige gebieden veroorzaken grote ellende. Hele dorpen zijn weggevaagd, zoals Zeljezno Polje, een bergdorp waar alle inwoners geëvacueerd moesten worden. Sommigen met helikopters van EUFOR, die naast de helikopters ook ruim honderd manschappen beschikbaar stelde. Anderen gaan te voet.

Dikke laag modder

In Topcic Polje, zo'n tien kilometer verderop ligt ook een dikke laag modder. Hier is de modder zwart. En ook hier moeten de vijftienhonderd bewoners worden geëvacueerd. Er zijn geen helikopters beschikbaar voor dit dorp, dus ouderen worden naar auto's gedragen en zo naar Zenica of verder gebracht, waar ze worden ondergebracht in scholen, sporthallen en kazernes.

Almar Skopljak woont in Topcic Polje. Eigenlijk moet hij gaan pakken, ook hij moet vertrekken. Maar hij zit voor z'n huis. Kijkt naar de auto bedolven onder de modder. 'Ik heb geluk gehad. Dat is niet mijn auto, ik heb namelijk helemaal geen auto. En dit hier achter me is mijn huis. Het staat er nog. Vijf huizen zijn in Topcic Polje bedolven onder de modder. Ik heb geluk. Misschien blijf ik wel.' Ik vraag hem of ze hulp krijgen van de overheid of van hulpteams. 'Nee, dit is erg hier, maar het is op andere plaatsen nog veel erger. Laat ze daar eerst maar beginnen.'

Onontplofte mijnen

De ruim tweeduizend landverschuivingen in Bosnië Herzegovina brengen ook andere gevaren met zich mee. In het na-oorlogse land liggen nog zo'n 120 duizend onontplofte mijnen. Deze zijn grotendeels in kaart gebracht, maar door de landverschuivingen kunnen ze verplaats zijn, wat een groot gevaar voor de bevolking met zich meebrengt. Verschillende hulporganisaties luiden de noodklok. Ook Unicef waarschuwt. Want de landmijnen kunnen niet alleen verplaatst zijn, maar ook door de rivier meegenomen worden en zo op totaal onverwachte plaatsen opduiken.

Een oud mannetje voegt zich bij Almar, die nog steeds voor zijn huis zit. Zijn kaplaarzen zijn te kort. Zo nu en dan schept hij de modder er met z'n handen weer uit. Ook hij houdt niet op met hoofdschudden. 'In dit land hebben we veel vijanden. Er was oorlog hier. Maar de natuur was altijd onze beste vriend. Hier kunnen we niet tegen vechten.'

    Marcel van der Steen schrijft en maakt radio en tv. Voor ondermeer VRT, RTL Nieuws en BNR werkt hij als freelance correspondent op de Balkan. Hij woont in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië en Herzegovina, het land dat symbool staat voor de ontmoeting en de strijd tussen Oost en West. Hij schrijft graag over zijn woonplaats, maar gaat ook regelmatig op pad. Omdat er ook zoveel verhalen te vertellen zijn in bijvoorbeeld Tirana, Ljubljana, Mitrovica of Novi Sad.