Brevet van onvermogen voor de (thuis)zorg; Familie De Weerdt, drie jaar later

Inmiddels drie jaar geleden publiceerde de toenmalige digitale nieuwswebsite "Gazet van het Noorden" verscheidene artikelen over de medische horrorsituatie van de familie De Weerdt, wonende in de stad Groningen. Het gezin bestond toen nog uit drie gezinsleden. Inmiddels zijn zowel vader De Weerdt (augustus 1951) als moeder De Weerdt (maart 1944) overleden en blijft een gedesillusioneerde  en gefrustreerde dochter achter met de wrange nasmaak van een destijds falend zorgsysteem.

Dat vijf verschillende thuiszorginstanties en een revalidatie instituut in deze case verschrikkelijk hebben gefaald door de inzet van zorgpersoneel dat het niet zo nauw neemt, is voldoende bewezen in voorgaande stukken. Dat sommige zorginstellingen en een zorgverzekeraar hun verantwoordelijkheid niet willen nemen, waardoor dochter Orpa de Weerdt van het spreekwoordelijke kastje naar de muur wordt gestuurd, dat moge ook duidelijk zijn. Dat de lokale politiek niets kon doen of de vingers niet wilde branden aan deze case, dat blijkt.

De Gazet van het Noorden werd destijds door een leidinggevende van een van de  zorginstellingen gewaarschuwd de artikelen over deze case niet te publiceren, ondanks dat er netjes hoor en wederhoor werd toegepast. De redactie besloot daarop wél te publiceren. Naar aanleiding van de publicaties in 2018 zou een grote landelijke zorgverzekeraar  een onderzoek starten, maar achteraf bleek dat niet meer te zijn dan een paar holle frasen in een e-mail. De klachtenprocedure moest en zou immers bij de desbetreffende thuiszorginstelling worden doorlopen.

Inmiddels zijn we belandt in het jaar 2021 en is dochter Orpa de Weerdt eigenlijk nog  geen stap verder, behalve dan dat beide ouders zijn overleden en ze zich machteloos voelt . Maar ze is nog steeds strijdvaardig.

De cliënt centraal?
De ouders van Orpa hadden allebei een kwakkelende gezondheid en waren daardoor gekluisterd aan hun bed en op thuiszorg aangewezen. Ze werden vanaf 2016 in hun eigen huis in Groningen verzorgd door vijf verschillende thuiszorginstanties. Vader was in het begin aangewezen op gewone thuiszorg en moeder op gespecialiseerde psychiatrische thuiszorg.
Hieronder een tipje van de sluier van de chaotische thuiszorgtoestanden aan het adres van de familie De Weerdt in Groningen.

Sommige van de gemakzuchtige zorgmedewerkers, die geschoolde medewerkers niveau-3 zouden zijn, namen het niet al te nauw met de regels tijdens de thuiszorg bij de familie De Weerdt en rookten zelfs tijdens het medicijnmoment in de naastgelegen woonkamer of hadden het zelfs ‘te druk’ om ’s avonds de laatste medicijnuitgifte te doen.
Een medewerker van een van de thuiszorginstanties weigerden bijvoorbeeld de 73-jarige moeder ’s avonds te helpen met het verschonen van een met plas doordrenkte luier en het nat geworden bed. En een ander vergat keer op keer een urinemonsters op te vangen waar de huisarts om had verzocht. Het gevolg was dat moeder moest worden opgenomen op de IC van het plaatselijke ziekenhuis met blaasontsteking met bloedvergiftiging.

Moeder De Weerdt had onder andere schizoïde borderline (o.a. waanideeën) maar werd geacht zelf beslissingen te kunnen nemen met betrekking tot haar zorg volgens de thuiszorginstelling, die er speciaal was voor oudere, psychiatrische patiënten. Omdat er dus geen document was dat moeder wilsonbekwaam was, werden argumenten van dochter Orpa in het onderzoek van tafel geveegd. Moeder zou immers zelf over haar zorg kunnen beslissen. De argumentatie van de zorginstellingen staat soms haaks op wat zwart op wit op papier staat. Zo zou moeder volgens een van de rapporten in staat zijn geweest zelfstandig naar het toilet te kunnen gaan, waardoor de blaasontsteking niet werd opgemerkt. Toch werd in documenten van eerdere datum al aangegeven dat er structureel incontinentie materiaal aan moeder werd voorgeschreven, de postoel werd gebruikt én  er werd schriftelijk geconstateerd dat moeder in een vervuilde, stinkende luier lag. Ook zou dochter Orpa volgens het verweer van de zorginstelling 24-uurs verzorging hebben geweigerd,  en de moeder zou  zelf het verzoek hebben gedaan voor opname in het ziekenhuis én een verzoek tot opvangen van de urine. Volgens Orpa zijn dit pertinente onwaarheden.

Moeder werd uiteindelijk op 4 april 2018 opgenomen op een palliatieve afdeling van een verzorgingshuis. Op die dag nam Familie De Weerdt afscheid van de toen aanwezige thuiszorginstelling, daar het vertrouwen in goede zorg ver te zoeken was. Besloten werd om op 4 april verder te gaan met een grotere thuiszorgorganisatie in Groningen, voor vader was immers alleen nog een dagelijkse wasbeurt nodig, daar kon weinig meer mee fout gaan… zou je den ken.

Bij de zorg van de vader, die door een dwarslaesie bedlegerig was, werden serieuze fouten gemaakt. Bijvoorbeeld als hij uit bed valt en achteraf toch een zware hersenschudding blijkt te hebben, of een doorligwond (decubitus) van 10 cm bij 8 cm aan de linker heup  die niet wordt verzorgd omdat de thuiszorgmedewerker de wond simpelweg niet heeft opgemerkt bij de dagelijkse wasbeurt.  Zelfs niet nadat ze de vader een klysma heeft gegeven voor z’n ontlasting. In een eerste rapport werd de term ‘beetje slordig’ gebruikt. Later, in een ander onderzoek werd aangegeven dat ‘de zorgverleners zich teveel hebben laten leiden door de zelfredzaamheid van de vader’.

Omdat een andere thuiszorgmedewerker waarschijnlijk de map met zorgafspraken niet (goed) heeft doorgelezen,  is vergeten drinken voor de vader op het nachtkastje te zetten, terwijl hij 40+ graden koorts heeft, het een warme voorjaarsdag is én hij drijfnat van het zweet in bed ligt.

Een thuiszorgmedewerker had vader de Weerdt getemperatuurd en schreef 38.3 graden Celsius op. Orpa temperatuurde haar vader meteen daarna op 40+. Dat werd ook nog eens werd bevestigd door de Doktersdienst Groningen, die haar vader meteen liet ophalen per ambulance en naar een ziekenhuis in Groningen bracht.
Vader De Weerdt werd 10 mei 2018 opgenomen in het ziekenhuis voor een bloedvergiftiging ) en komt op 12 juli 2018 te overlijden. Toch bestaat volgens dochter Orpa de mogelijkheid dat de vader als gevolg van de doorligwond en/of door het onvoldoende aanbod van drinken, zichzelf minder katheteriseerde, waardoor de bloedvergiftiging (sepsis) kon ontstaan.

Moeder De Weerdt kreeg thuiszorg van drie verschillende thuiszorginstellingen waarvan er één ook een waakdienst levert, waar het dan weer misgaat met de medicatie en de zorgdossier. De nachtverpleegster wordt volgens Orpa ‘dronken’ van de weg gehaald door de politie na haar dienst. Ook is er volgens Orpa  pijnmedicatie Haldol (antipsychotica) verdwenen er twee zorgdossiers. Volgens het officiële verslag van de zorginstelling zou de nachtverpleging niet dronken zijn geweest maar ‘onwel’ en ‘oververmoeid’. Ook werd ‘een eerste aanval van diabetisch’ genoemd. Dat zou ook door de politie zijn bevestigd na een blaastest. De verdwenen medicatie kan niet worden geverifieerd omdat de apotheek de medicijngegevens vanwege de privacy niet mag vrijgeven, behalve dan aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Dochter Orpa had  hiervoor wel toestemming gegeven maar de zorginstelling deed hier verder niets mee.
Op 4 april 2018 werd moeder palliatief opgenomen in een verzorgingstehuis. Orpa moest haar moeder in het verzorgingstehuis vertellen dat haar man intussen was overleden.

Voor wat betreft de vermiste zorgdossiers, daarvan wees de ene thuiszorginstelling met de vinger naar de andere thuiszorginstelling. Uit dat dossier had bijvoorbeeld kunnen worden opgemaakt hoe de medicijnverstrekking van die dag was verlopen en wie er uiteindelijk verantwoordelijk was geweest voor de vermiste medicatie.

Volgens Orpa ging het gemiddelde één à twee keer per week fout met het toedienen van de medicatie, simpelweg omdat er door de zorgmedewerkers niet goed gelezen werd in de map met zorgafspraken en er niet goed werd gekeken wat op de baxter (medicatie rol) stond aan medicatietijden. Enige lichtpuntje in deze chaotische tijd was dat dankzij de Wensambulance vader en moeder elkaar op 21 juni 2018 nog één laatste keer hebben kunnen zien op de IC-afdeling van het ziekenhuis waar vader De Weerdt lag. Ze hadden elkaar maanden niet gezien. Drie weken later lag moeder De Weerdt weer in de wensambulance. Deze keer om naar de crematie van haar man te gaan. Moeder de Weerdt is op 21 november 2018 overleden na een lange periode van chaos rondom de zorg aan huis.

Causaal verband
Het overlijden van moeder De Weerdt is volgens dochter Orpa medisch niet direct te koppelen aan het falen van de thuiszorg, ware het niet dat de urineweginfectie ervoor heeft gezorgd dat ze op de IC is terecht gekomen, daarna slecht verzorgd is tijdens de revalidatie en dermate verzwakt is en is overleden. Moeder had al jaren blaaskanker maar werd ieder jaar geopereerd zodat ze weer een jaar verder kon. Ze was nu zo zwak geworden dat ze niet eens per ambulance kon worden vervoerd van huis naar het ziekenhuis, laat staan dat ze een operatie zou overleven. Juridisch hard te maken? Nagenoeg onmogelijk omdat de patiëntendossiers na overlijden versleuteld worden. Orpa mocht op eigen aandringen informatie uit het dossier van haar moeder tot zich nemen. Volgens Orpa ‘met een scheve blik op het beeldscherm van de pc’, want de informatie werd selectief voorgelezen. Foto’s of kopieën mochten niet worden gemaakt.

Voor wat betreft de claim die nu bij de verzekeringsmaatschappij ligt, voor het vermeend onzorgvuldig handelen/nalaten door de thuiszorginstantie bij de zorg voor vader De Weerdt, die procedure loopt nog. Bedoeling is om te kijken of causaal verband is aan te tonen  tussen de lakende zorg en het overlijden van vader. Er zijn volgens medisch deskundigen bijvoorbeeld aanwijzingen dat ruime vochttoediening voor aankomst in het ziekenhuis de mortaliteit bij een sepsis verlaagt.

Had de desbetreffende thuiszorginstantie de oude man te weinig vocht gegeven op de dag voordat hij werd opgenomen in het ziekenhuis? Was uitdroging de aanloop geweest naar het overlijden? In het verslag dat opgemaakt wordt van het gesprek tussen de zorginstelling en Orpa van 19 december 2019 wordt opgeschreven dat op 10 mei 2018 vader De Weerdt zwaar uitgedroogd is en hij in de war was en niets meer wist. Het verslag werd niet integraal opgenomen in het onderzoeksrapport aan de Inspectiedienst maar zou worden gebruikt om de casus te reconstrueren en om eventuele leerpunten te kunnen bepalen.

Het medisch dossier van vader De Weerdt, dat niet toegankelijk is voor nabestaanden vanwege privacy, wordt bekeken door de verzekeringsarts van de verzekeringsmaatschappij. Volgens de verzekeringsarts is er geen sprake van een directe link tussen het tekort aan vocht en het overlijden, simpelweg omdat dit niet is te achterhalen. Als we dit zouden omkeren is dus ook niet aan te tonen dat het niet aan het vochttekort ligt. Wel wordt toegegeven dat de doorligwonden van de vader – die thuiszorgmedewerker niet eens had opgemerkt -beter verzorg hadden kunnen worden door de thuiszorginstantie maar geen directe invloed hadden op het overlijden. Aansprakelijkheid werd echter tot op heden niet erkend.

Genoegdoening
Het leeuwendeel van de verzorging (mantelzorg) heeft dochter Orpa sinds haar 15de levensjaar op zich genomen. Zeven dagen per week was ze er om mee te zorgen voor haar ouders. Ze verzorgde ze, gaf ze al haar liefde en aandacht en cijferde zichzelf helemaal weg. Ze is inmiddels 45 jaar, heeft ook medische complicaties, en is zo goed als opgebrand. Maar toch laat ze het er niet bij zitten. Ze vindt dat dit het laatste is wat ze voor haar ouders kan doen.
Zij – en velen met haar die bekend zijn met dit dossier- zijn nog steeds van mening dat er enorm gefaald is bij de thuiszorg van zowel vader als moeder en dat excuses en een claim wel op zijn plaats zijn. Nu vader en moeder zijn overleden is het enige wat Orpa wenst, dat de zorginstellingen hun verantwoordelijkheid nemen, verontschuldigingen aanbieden en ervoor zorgen dat dit andere gezinnen gespaard blijft in de toekomst. Maar in dat woordje ‘verantwoordelijkheid’ nemen, daar wringt duidelijk de spreekwoordelijke schoen. Verantwoordelijkheid nemen moet tegenwoordig worden afgedwongen bij de rechter omdat het continu wordt ontweken en/of wordt afgeschoven.

Orpa startte na het overlijden van haar ouders een klachtenprocedure op via de klachtenfunctionarissen van de vijf betreffende thuiszorginstellingen. Toen dat bij sommige van de thuiszorginstellingen niet wilde vlotten, kreeg ze hulp van Zorgbelang Groningen. Maar ook in deze eerste fase leek het op niets uit te draaien en de volgende, logische  stap was de Interprovinciale Klachtencommissie (IKC). Orpa wilde openheid, erkenning en excuses. Slecht een thuiszorginstelling durft zwart op wit toe te geven fout te zijn geweest. De overige zorginstellingen schieten in de verdediging of houden zich niet aan de afhandelingstermijn (WKKGZ) voor de klachtenprocedure. Eén zorginstelling dreigt zelfs met  juridische stappen als er officieel een klacht wordt ingediend en een ander zorginstelling weigert gesprekken met Orpa aan te gaan als eventueel een journalist mee zou komen van de Gazet van het Noorden.

Vreemd is dat sommige zorginstellingen aan de hand van de klachtenprocedure  een onderzoeksbureau inschakelen die dan een calamiteitenonderzoek doet en waar alleen de verweerder wordt gehoord, de zorginstelling  en niet de klager, dochter Orpa de Weerdt. Een andere zorginstelling vraagt per e-mail of moeder De Weerdt wel toestemming heeft gegeven voor het starten van een klachtprocedure, dit terwijl moeder al lang was overleden.

Uiteindelijk gaat Orpa na de dreigementen van een van de thuiszorginstellingen met haar klachten naar het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ) die de klachten zo ernstig vinden dat deze meteen door werden gestuurd naar  de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. De Inspectiedienst gaat in conclaaf met de zorginstellingen, maar wat er besproken wordt moet geheim blijven. Toch lekt één van die gesprekken uit door middel van een rapport van een onderzoeksbureau en blijkt dat de informatie die over en weer gaat tussen de zorginstelling en het IGJ helemaal niet klopt. Daaruit blijkt dat de feiten die de zorginstelling aandraagt erg verschillen met de gedocumenteerde feiten van Orpa.

De juridische claim die Orpa indient met betrekking tot haar vader  -omdat thuiszorginstanties zwart op wit hebben toegeven fouten te hebben gemaakt – wordt door de verzekeringsmaatschappij van een van de thuiszorginstanties aangevochten.

Laakbare (thuis)zorg en zorgcowboys
Dat thuiszorginstanties in het verleden veel hebben gefaald,  dat is bekend. In 2018 schreef het AD dat volgens belangenbehartiger veel thuiszorgorganisaties de zaken niet op orde voor het leveren van goede en veilige zorg. Meldpunt thuiszorg van de Consumentenbond constateerde na onderzoek dat patiënten onterecht werden vastgezet in hun rolstoel en ongeschoold personeel insuline en sondevoeding toe diende. Het was maar een tipje van de ijsberg. Slechts 2 van de 50 onderzochte instanties voldeden aan de eisen, en dit na controle door de Inspectiedienst! Het is uiteindelijk de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd die ervoor moet zorgen dat thuiszorginstellingen veilig opereren en voldoen aan de kwaliteitseisen.

Zorgminister Hugo de Jonge geeft in september 2018 in een brief aan de Kamer aan dat de Inspectiedienst wel degelijk zijn werk goed doet. Dit naar aanleiding van het bovengenoemde onderzoek van de Consumentenbond. In de bijlage van de brief aan de Kamer staat dat de kwaliteitseisen vaak niet bekend zijn bij nieuwe of nog onbekende zorgaanbieders.

Volgens een artikel van het gezamenlijke onderzoek van Pointer (BNNvara) Reporter Radio en Follow the Money uit 2019 naar mogelijke fraude in de zorg, dus na het onderzoek van de Consumentenbond en na de uitspraken van Zorgminister Hugo de Jonge, blijkt dat in 2017 voor meer dan 50 miljoen aan winst is gemaakt bij 97 zorgbedrijven. Staat het welzijn en de zorg van de cliënt centraal bij thuiszorginstellingen of is de cliënt slechts een vehikel om veel geld binnen te halen?

Het is goed dat de onderzoeken van zowel de consumentenbond als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd er toe geleid hebben dat zorginstellingen zich wel bewuster zijn geworden van de kwaliteitseisen. Een van de vijf zorginstellingen heeft de case van de familie De Weerdt gebruikt om fouten in de toekomst te voorkomen met betrekking tot doorligwonden en het personeel de zelfredzaamheid van cliënten niet mogen overschatten. Andere zorginstellingen hebben ervoor gezorgd dat er nu een duidelijke klachtenprocedure is gekomen (website/folders) waarin ook de officiële  termijnen staan vermeld.

Maar dat wil niet zeggen dat alle voorgaande fouten daarmee ook meteen van tafel kunnen. Hoeveel andere gezinnen in Nederland  zijn, net als familie De Weerdt uit Groningen, de dupe geworden van dit soort (thuis)zorg instellingen? Waarom wordt dat dan in de case van familie De Weerdt niet officieel erkend? Alleen woorden op papier als ‘verdrietig ‘en ‘spijtig dat het zo gelopen is’ kan toch nooit genoeg zijn?

Het recht
Dat het recht niet altijd toegankelijk is voor de gewone burger, dat blijkt maar weer eens. Verschillende letselschadeadvocaten zagen zeker heil en brood in de case van familie De Weerdt en stuurden offertes met bedragen die voor een normale burger niet te betalen zijn. Het begint meestal met een starttarief variërend van 1000 tot 1500 euro, naargelang er meer werk bij komt, kun je dan uren bijkopen door middel van bijvoorbeeld vervolgpakketten.

Toch besloot een letselschadeadvocaat de zaak van Orpa de Weerdt  aan te nemen. De tegenpartij (een van de zorginstellingen) laat zich verdedigen door een bekende advocaat die betaald wordt door een grote, landelijke verzekeringsmaatschappij. Via de advocaat van de verzekeringsmaatschappij kwam er een bod op tafel van 2000 euro, met als voorwaarde dat Orpa een document moest tekenen waarin ze akkoord zou gaan met de verklaring dat de verzekeringsmaatschappij de klacht niet zou erkennen en met finale kwijting. Over het voorstel wordt nog nagedacht.

Het gaat dochter Orpa niet om de hoogte van het bedrag waarmee de thuiszorginstantie door middel van de advocaat en de verzekeringsmaatschappij probeert onder de verantwoordelijkheid uit te komen. Het gaat Orpa in eerste instantie  om het onrecht dat haar ouders is aangedaan door zorginstellingen die verdiensten belangrijker vinden dan de zorg aan hun cliënten. Zorginstellingen die alle financiële middelen inzetten om maar onder die verantwoordelijk uit te komen. Die in het hele drie jaar slepende traject er alles aan doen om onder die verantwoordelijkheid uit te komen. Door middel van een buitengerechtelijke afwikkeling van schadevergoedingsvorderingen hopen de thuiszorginstantie en de verzekeringsmaatschappij er met zo min mogelijk kleerscheuren van af te komen. Een bedrag van 2000 euro en een handtekening van Orpa waarmee de klacht definitief van tafel is.

Vroeger was het gebruikelijk dat derden die alleen zuiver emotionele belangen hadden nooit financieel konden worden gecompenseerd, er was immers geen materiële schade. Toch valt te lezen dat het recht heden ten dage humaner is geworden en een fundamentele ontwikkeling doormaakt waarbij steeds meer waarde wordt toegekend aan belangen en motieven van niet-financiële aard.

Voor dochter Orpa betekent dit wel dat ze in een spagaat terecht komt. Aan de ene kant zou ze kunnen overwegen om het bod van 2000 euro te accepteren, maar dat wil nog niet zeggen dat de zorginstelling schuld bekend of verantwoordelijkheid neemt. Aan de andere kant lonkt de weg naar de rechtbank. Echter daarvoor zijn financiële middelen nodig die Orpa simpelweg niet heeft.

Hulp vanuit de politiek?
Aangezien de zorgsector nu al jaren aan het traineren is in dit dossier, door middel van juridische procedures en  het welbekende ‘van het kastje naar de muur verhaal’, heeft Orpa besloten – in goed overleg met haar advocaat – om zowel de landelijke pers in te schakelen alsook de politiek. Al eerder werd in 2018 de Groningse partij ‘100% Groningen’ gevraagd te helpen in deze toen beide ouders nog in leven waren, maar toen bleek de gemeentelijke politiek naar eigen zeggen met handen en voeten gebonden en verwees naar de zorgverzekeraar en de nationale politiek.

Ook nu weer in 2021 geeft een benaderd raadslid van de SP-fractie in Groningen aan dat lokaal er weinig gedaan kan worden tegen een zorginstelling. De Socialistische Partij heeft nochtans de zorg hoog in het vaandel en heeft lokaal door het land meerdere meldpunten voor de zorg. De verantwoordelijkheid wordt in deze afgeschoven naar de Tweede Kamerfractie. Mogelijk dat daar vragen gesteld kunnen worden. “Als de fractie er aan toe is nemen ze contact met mij op,” schrijft het SP-raadslid in een e-mail aan Orpa.

Maar in het verleden hebben medewerkers van de Gazet van het Noorden de SP-fractie in de Tweede Kamer al eerder benaderd. De Tweede Kamerfractie gaf toen al aan alleen in actie komt als er meerdere, soortgelijke cases zijn in Nederland en slachtoffers verenigd zijn en niet voor individuele gevallen. Wordt Orpa ook door de politiek met een kluitje het riet ingestuurd? Trekt Orpa aan het kortste eind, simpelweg omdat ze niet over de financiële middelen beschikt die noodzakelijk zijn om de gang naar de rechter te maken?

Wordt vervolgd.

**Uiteraard is van alle beweringen de feitelijke onderbouwing (stukken, rapporten) aanwezig.

Mijn gekozen waardering € -

Geboren schrijfofiel, politiek dier en hobby fotograaf. Auteur van de boeken: 'Bevingen' (2015), 'Kanker krijg je niet alleen' (2019), 'Het Groninger Forum, draak of icoon?'(2020) en 'Muaythai in vogelvlucht' (2020). Heeft onder andere geschreven voor Horeca Magazine Noord, Post Online, Regiokrant Groningen, Beijumkrant, Gazet van het Noorden, Nieuws Oss en Nieuws uit Nijmegen. Was hoofd- eindredacteur bij de Groninger Krant van 2013 tot 2017 en in 2018 hoofdredacteur van de Gazet van het Noorden. Schrijft momenteel voor o.a. VechtsportInfo en Reporters Online. Doet naast journalistiek werk ook communicatie werkzaamheden voor Muaythai Organisatie Nederland. Is lid van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ).