In Buitenhof werd ergerlijke onzin over geldschepping naar voren gebracht.

STEUN RO

Ik kijk graag naar de actualiteitenrubriek Buitenhof. Meestal zijn de gesprekken interessant en van hoog niveau. Deze zondag echter, 11 oktober, ging het even flink mis. Het ging over geldschepping. Al enige tijd is er discussie in de samenleving over de vraag of men de schepping van geld wel aan particuliere ondernemingen met winstoogmerk, onze banken, kan overlaten. Bij die discussie wordt nogal eens ergerlijke onzin gedebiteerd. In Buitenhof zaten tegenover elkaar een acteur, initiatiefnemer van een groep die de geldschepping bij het particuliere bankwezen wil weghalen, en een financieel specialist.

De initiatiefnemer gaf op voorhand toe geen verstand van het onderwerp te hebben. Dit werd al snel duidelijk. Van de financieel specialist zou men mogen verwachten dat deze weet waar hij het over heeft; dat viel zwaar tegen. Ook de gespreksleider Pieter Jan Hagen, toch een zeer bekwaam journalist, had zich beter kunnen inlezen. Hij liet het afweten.

Het ‘initiatief’ wil de geldschepping weghalen bij particuliere banken omdat deze vooral op het eigen en niet op het algemeen belang zijn gericht. Men wil een staatsinstelling creëren die de geldschepping verzorgt.

In de loop van het gesprek bracht de acteur/initiatiefnemer naar voren dat 99,9% van de bevolking niet weet hoe geldschepping in zijn werk gaat, niet weet dat banken door krediet te verstrekken geld ‘uit het niet’ scheppen. Hij beweerde zelfs dat aan economiestudenten geleerd wordt dat banken spaargelden uit de samenleving aantrekken en deze doorgeven aan mensen die krediet nodig hebben.

Onzin

Waar haalt hij deze onzin vandaan? En waarom werd hij niet direct door de financieel expert dan wel door de gespreksleider gecorrigeerd? In de economielessen vanaf vmbo, havo, vwo tot en met de studie op de universiteit wordt leerlingen/studenten geleerd hoe de vork in steel zit. Iemand gaat naar zijn bank, vraagt een krediet aan, de bank beoordeelt of de persoon in kwestie een goed plan heeft en/of hij in staat is het krediet in de loop van de tijd af te lossen. De bank schrijft het gevraagde bedrag bij op de rekening van de klant, of staat hem toe tot een bepaalde grens rood te staan. Op dat moment is koopkracht (geld) geschapen waarover de klant kan beschikken om betalingen te voldoen.

En waarom is het ook onjuist om aan te nemen dat een bank, neem de ABN AMRO, zo veel krediet kan scheppen als hij lust heeft? Omdat we een centrale bank, De Nederlandsche Bank, hebben die toezicht op de particuliere banken houdt; DNB beschikt over een aantal instrumenten waarmee ze de particuliere kredietverlening kan beperken of zelfs stopzetten. Terzijde: er is al decennia discussie over de mate van onafhankelijkheid (van de politiek) die een centrale bank moet hebben. Staat hij te zeer onder invloed van de politiek (regering) dan leidt dit meestal tot het scheppen van geld voor allerlei projecten waar de kiezers mee blij gemaakt kunnen worden. DNB is onafhankelijk van onze regering; formeel kan de minister van Financiën de Bank een aanwijzing geven, maar dit is nog nooit gebeurd. Wanneer DNB het toezicht goed uitvoert is er aan een nieuw staatsorgaan geen enkele behoefte.

We mogen hopen dat bij de discussie over ‘het initiatief’ komende tijd in de vaste kamercommissie voor financiën de deskundigheid gewaarborgd is.