Niet honger is het grootste probleem op het platteland, maar ondervoeding. Een revolutionair inzicht dat pas in 2014 internationaal doorbrak. Kleinschalige boeren en plantagearbeiders die in de eerste plaats produceren voor exportketens krijgen meestal genoeg calorieën binnen, maar het tekort aan vitaminen en mineralen is schrijnend.

STEUN RO

Beeld: Marc van der Sterren  |  Farming Africa

Als het VN-jaar van de familielandbouw iets heeft opgeleverd, dan is het wel het wereldwijde besef dat niet alleen honger een groot probleem is, maar vooral het eenzijdige dieet. Een besef dat als een bliksem insloeg bij Bärbel Weiligmann. Voor haar was het wat je noemt een life changing moment. Eeneyeopener met verstrekkende gevolgen.

Al decennia werkt Bärbel als landbouwkundige in ontwikkelingslanden. ‘Behalve naar productieverhoging keken we naar het milieu en sociale omstandigheden. Maar nooit naar het voedingspatroon.’

Weiligmann is speciaal adviseur bij GAIN, de Global Alliance for Improved Nutrition. Gaat het inkomen van de kleinschalige boer omhoog, dan komt de rest ook wel goed, was de algemene veronderstelling. Dat was ook Weiligmanns uitgangspunt.

Ondervoeding

Tot ze Marianne van Dorp tegenkwam. Van Dorp is programmacoördinator bij het Centre for Development Innovation (CDI). Dat was tijdens haar steun aan cacaoboeren in Indonesië bij het verbeteren van hun productie.

Een leek ziet het niet, maar wie zijn oog een beetje oefent, kan duidelijk de gevolgen van ondervoeding aan de kinderen aflezen. Marianne wees Bärbel op de uiterlijke kenmerken. Op lengte en gewicht. ‘Plots zag ik duidelijk dat kinderen waren achtergebleven. Dat heeft mijn leven veranderd.’ Bärbel kon haar werk niet meer doen zoals ik dat gewend was. ‘Voortaan moest ik van mezelf die ondervoeding meenemen in alle projecten die ik uitvoerde.’

‘Plots zag ik duidelijk dat kinderen waren achtergebleven. Dat heeft mijn leven veranderd.’

Want de gevolgen van een eenzijdig voedingspatroon zijn desastreus. Wereldwijd kan 53% van de kindersterfte geweten worden aan ondergewicht. Bij de primaire producenten van internationale exportketens is soms meer dan een kwart van de kinderen te klein voor hun leeftijd, als gevolg van een eenzijdig dieet.

Kenia

Het probleem lijkt eenvoudig te tackelen. Maar met simpelweg het introduceren van wat groenten en fruit en wat dierlijke eiwitten, ben je er nog niet, waarschuwt Yuca Waarts van LEI Wageningen UR. In Kenia onderzocht zij, in opdracht van het Initiatief Duurzame Handel (IDH) de mogelijkheden van diversificatie bij kleinschalige theeproducenten.

‘Economisch zijn deze boeren afhankelijk van thee alleen.’ Met projecten op farmer field schools wilde het IDH hun economische slagkracht vergroten door hen ook andere producten te laten verbouwen dan thee. Bijvoorbeeld maïs en kippen. Maar of dat ook heeft geleid tot een betere voedselzekerheid, heeft ze niet onderzocht.

‘Misschien verkopen ze al hun kippen en groenten wel op de markt. Of misschien aten ze eerst ook eieren, maar hoeven ze die nu niet meer te kopen.’ Duidelijk is dat het een positieve impact heeft op het inkomen, maar ook dat leidt niet automatisch tot een ander dieet. ‘Misschien kunnen van de meeropbrengst de kinderen naar school. Of ze kopen een tv.’

‘Er is een duidelijke correlatie met monoculturen’

Over de oorzaken en de verantwoordelijkheden van de chronische ondervoeding aan het begin van de exportketens, zoals die in cacao, laat Van Dorp van het CDI zich diplomatiek uit: ‘Er is een duidelijke correlatie met monoculturen. Of er echt een causaal verband is, hebben we niet onderzocht.’

Wel bestaat diezelfde correlatie ook in cacaoregio’s in Ivoorkust en Ghana. ‘En ook bij onderzoek in drie belangrijke thee- en drie koffieregio’s zie je dezelfde hoge ondervoedingscijfers.’

Revolutie

Weiligmann heeft inmiddels voor cacao en thee een roadmap ontwikkeld. Samen met IDH werkt ze nu aan het uitbouwen van bestaande structuren zoals landbouw-, community- en onderwijsprogramma’s.

Niet alleen bij Weiligmann; wereldwijd is dit inzicht inmiddels doorgedrongen. Het kan een revolutie betekenen. Weiligmann vergelijkt het met Rio ’94. ‘Toen kwam de milieudiscussie in volle hevigheid los.’

 Voedingsdiscussie

Inmiddels is er zoveel aandacht voor ondervoeding, dat 2014 weleens de geschiedenis kan ingaan als jaar waarin de voedingsdiscussie is losgebarsten. Want dit jaar werd duidelijk dat er twee miljard mensen ondervoed zijn en net zoveel mensen aan obesitas lijden. En dat niet alleen honger een groot probleem is, maar vooral het eenzijdige dieet.
Tal van concerns willen investeren in de bedrijven waar hun grondstoffen vandaan komen, weet Jordy van Honk, programmamanager Thee in Afrika bij het IDH. ‘Bedrijven richten zich steeds vaker op onderwerpen die geen directe link hebben met het product of de consument. Ze willen dat dit soort kwesties echt worden opgelost.’

Voortrekkersrol

Nederland speelt bij dit soort programma’s weer eens een voortrekkersrol. Het is hier waar een systematische aanpak voor het probleem wordt gecreëerd. ‘De samenwerking tussen privaat, overheid en kennis is typisch voor Nederland’, legt Bärbel Weiligmann uit. ‘En Nederland kent ook een rijke historie als het gaat om het trainen van boeren en het ontwikkelen van organisatiestructuren als coöperaties.’

Lees ook: ‘Genoeg Calorieën, toch ondervoed’ Vice Versa Leert – Over Voedselketens, jaargang 48, december 2014, pagina 46

    Marc van der Sterren is freelance journalist en blogger. Hij schrijft, fotografeert en maakt radio en tv. Hij is breed geïnteresseerd, met landbouw, natuur en milieu als specialisatie. Hij is de enige agrarisch journalist van Nederland met als specialisatie Afrika. Maar ook is hij ingevoerd in de lokale berichtgeving over politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. Zoals de jeugdzorg.