“A Sicilian Traveller” is het eerste album van de jonge Italiaanse cellist Alessio Pianelli (1989) voor het label Rubicon. Het is een betrokken en eclectisch muzikaal eerbetoon aan de streek waar hij is geboren, het eiland Sicilië, dat door zijn ligging in de Middellandse Zee een kruispunt is waar historie en uiteenlopende culturen elkaar ontmoeten. Alessio Pianelli is zelf “A Sicilian Traveller” en reisde met zijn cello naar een grote verscheidenheid van muzikale inspiratiebronnen.

STEUN RO

Alessio Pianelli vergelijkt de Siciliaanse cultuur met een mozaïek waarin elke tegel een van de vele beschavingen vertegenwoordigt die het eiland door de eeuwen heen hebben bezocht en beïnvloed. Elke tegel behoudt weliswaar zijn oorspronkelijke identiteit maar draagt tegelijkertijd bij aan een collectief ontwerp dat groter is dan de som der delen.

De reis van Alessio Pianelli, die wordt begeleid door het Avos Chamber Orchestra, vangt aan in Georgië bij componist en cellist Sulkhan Tsintsadze (1925-1991). ‘A Sicilian Traveller’ opent met diens ‘Minitiatures’. Deze muziek is, zoals meer van zijn werken, gebaseerd op Georgische volksmuziek. Alessio Pianelli en het Avos Chamber Orchestra brengen met warme en bevlogen empathie de zeven miniaturen, oorspronkelijk geschreven voor strijkkwartet, tot klinken. Van Georgië trekt het gezelschap naar Armenië, voor een muzikale ontmoeting met Komitas (1869-1935), voluit Komitas Vardapet geheten. Deze priester, componist, pianist, duduk-speler, zanger en koordirigent, maar ook musicoloog en dichter, was een groot verzamelaar van traditionele liederen. Hij maakte een uitgebreide studie van de volksmuziek in het huidige grensgebied van Armenië, Georgië en Turkije. Zijn vijf ‘Armenian Folk Songs and Dances’ zwieren uitbundig over de snaren, in ‘Hoy, Nazan ((Oh, Nazan)’, ‘Erangi’ en ‘Habrban’, maar ze spreken ook van melancholie, in het met lange streken ingekleurde ‘Krunk (The Crone)’ en in ‘Al Aylukhs (My Scarlet Kerchief)’.

De volgende stappen van Alessio Pianelli als Siciliaanse reiziger voeren hem naar de continenten overbruggende wereld van Samuel Coleridge-Taylor (1875-1912). Hij was een Britse componist geboren uit de relatie van Daniel Peter Hughes Taylor van de Krio bevolking uit Sierra Leone en de Engelse Alice Hare Martin. Samuel Coleridge-Taylor, die in 1904 naar Amerika verkaste, waar hij populair was onder Afro-Amerikanen, componeerde in allerlei genres, variërend van kamermuziek tot symfonie. In Amerika keerde hij in zijn werk terug naar zijn Afrikaanse wortels, onder andere in het bekende ‘African Dances’. Alessio Pianelli speelt twee van zijn ‘24 Negro Melodies Op. 59’, en wel ‘No. 20 Pilgrim’s Song’ en ‘No. 10 Deep River’. ‘24 Negro Melodies Op. 59’ bestaat oorspronkelijk uit een serie pianotranscripties gebaseerd op uiteenlopend bronmateriaal, te weten zeven Afrikaanse melodieën, een Caribische dans en zestien Negro-spirituals. Samuel Coleridge-Taylor schreef indertijd over dit werk: “Wat Brahms heeft gedaan voor de Hongaarse volksmuziek, Dvorák voor de Boheemse en Grieg voor de Noorse, heb ik geprobeerd te doen voor deze ‘Negro Melodies’.” Alessio Pianelli raakt hier met zijn cello de juiste snaar. Hij weet perfect de balans te vinden tussen de adem van Afrikaanse vrijheid in de muziek en de tegelijkertijd licht ingehouden spanning die deze melodieën hun grote zeggingskracht geven.

Daarna dient Béla Bartok (1881-1945) zich aan, en ‘Romanian Folk Dances Sz.68’. Vanaf 1904, toen hij zijn eerste lied optekende (een Magyaars volkslied), reisde Béla Bartók vijftien jaar lang heel Hongarije en buurlanden door, tot in Noord-Afrika en Turkije, en verzamelde hij overal waar hij kwam de traditionele muziek van de streek. Alessio Pianelli en Avos Chamber Orchestra spelen zeven van Bartoks Roemeense volksdansen. De cellist bewijst zich hier als een krachtige leider, terwijl de strijkstokken vonken en de snaren dansen.

En dan, dat andere Middellandse Zee kruispunt van culturen. Nikos Skalkottas (1904-1949) was een Griekse componist van twintigste-eeuwse klassieke muziek. Hij behoorde tot de Tweede Weense School en liet zich in zijn werk inspireren door zowel het klassieke repertoire als de Griekse traditionele muziek. Hij schreef ondermeer ‘36 Greek Dances AK11’. Drie ervan vonden in vlammende orkestraties hun weg naar ‘A Sicilian Traveller’. Ze vormen de opmaat naar de finale, het door Alessio Pianelli zelf geschreven ‘Variations on a Sicilian Folk Theme’. Zevenenhalve minuut instrumentaal vuurwerk met Siciliaanse dansen en melodieën laten hier zijn grote en expressieve virtuositeit op de cello horen. Een afsluiter als een uitroepteken.

Alessio Pianelli toont zich op ‘A Sicilian Traveller’, naast een exceptioneel getalenteerde en begeesterde musicus, als een inspirerende, muzikale archeoloog en gids door en langs de historische bronnen van de Siciliaanse cultuur. Zijn missie is daarmee geslaagd.

Alessio Pianelli, Avos Chamber Orchestra – A Sicilian Traveller
Rubicon
Beeld © Francesco Ferla

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.