Zelfbewust verkondigt Zhang Weiwei het evangelie van het Chinese politieke model, ook in Nederland. Het levert hem een frontale aanval op van sterintellectueel Bernard-Henri Lévy, bij wie het Westerse populisme kennelijk nog tot weinig zelfreflectie heeft geleid.

STEUN RO

‘Wat heeft uw land gedaan voor de Rohingya? Ik ben daar geweest, ik heb hun ellende gezien! En u?’ Zijn vinger bijna priemend in het gelaat van de Chinese denker Zhang Weiwei, ontploft Bernard-Henri Lévy van verontwaardiging op het podium van de Stopera. Daar vond vorig weekend het congres van het Nexus Instituut plaats. ‘BHL’, de Franse superfilosoof en vurig pleitbezorger van – onder meer – de militaire interventie in Libië en nu de Koerdische zaak, verwijt de Chinese overheid dat zij veel te weinig doet voor de Rohingya, de vervolgde moslimminderheid in buurland Myanmar.

Het lot van deze vluchtelingen is tragisch, we lezen er elke dag over in de kranten, we zien het op televisie. En ook het track record van China in de omgang met de moslimminderheid in eigen land, de Oeigoeren, is allesbehalve voorbeeldig. Toch valt nu vooral op dat BHL allang niet meer luistert naar het verweer van Zhang. Die antwoordt – voorzover hoorbaar – dat China religie nadrukkelijk buiten de politieke sfeer wil houden. En dat dit juist een van de kernwaarden van de ‘Westerse’ Verlichting is, van denkers als Spinoza en Voltaire, die de voorkeur geven aan een neutrale staat – er fijntjes aan toevoegend dat hij laatstgenoemde in het Frans heeft gelezen.

BHL had bijvoorbeeld kunnen reageren met de stelling dat een neutrale staat een prima uitgangspunt is dat Frankrijk consequent hanteert (de zogeheten laïcité), maar niet betekent dat je groepen die zich rond hun geloof willen organiseren, keihard moet onderdrukken. Maar de Fransman blijft slechts verwijten kieperen op het bordje van zijn Oosterse gesprekspartner. Een tikkeltje meer bescheidenheid zou hem sieren. Want het congresthema The Last Revolution verwijst niet alleen naar de Russische Revolutie van exact honderd jaar geleden, die ondanks Leon Trotski’s voorspelling niet de laatste zou blijken te zijn, maar ook naar de (mislukte?) Arabische Revolutie en de huidige Populistische Revolte in het Westen, waarvan Donald Trump het krachtigste symbool is.

De onvrede met het politieke establishment die schuilgaat achter de voorkeur voor populistische politici, is op zijn minst aanleiding om het eigen politieke model – de Westerse democratie – tegen het licht te houden. En om het verhaal van criticasters serieus te nemen. De kracht van het Nexus Instituut, onder leiding van Rob Riemen en sinds kort gevestigd in Amsterdam, is juist dat het gerenommeerde intellectuelen uit de hele wereld, van alle overtuigingen, aan één tafel weet te krijgen. Al was er iemand die het nog bonter maakte dan BHL, namelijk de Indiase auteur Pankaj Mishra. Die had op het laatste moment zijn deelname afgezegd, omdat hij niet in debat wilde gaan met mensen met wie hij het hartgrondig oneens is, vertelde Riemen aan het verblufte publiek.

Confucianisme

Natuurlijk predikt Zhang voor eigen parochie, als hij China’s model van een ‘civilisatiestaat’ aanprijst, gebaseerd op het confucianisme. Die leer hecht belang aan de mening van het volk, blijkens dit fraaie citaat van Confucius: ‘Water draagt de boot, maar kan deze ook doen omslaan.’ Het water staat voor het volk, en de boot voor de heersers. Kortom, ook in China moeten de leiders rekening houden met de wensen van het volk. ‘Het is tijd om afscheid te nemen van de tegenstelling tussen democratie aan de ene kant, en autocratie aan de andere kant,’ voegt Zhang toe. ‘In plaats daarvan moeten we het hebben over goed bestuur versus slecht bestuur.’ Westers of Oosters, dat doet er niet toe.

Om zijn betoog te onderstrepen voert Zhang opiniepeilingen van gerenommeerde bureaus aan waaruit blijkt dat Fransen en Amerikanen veel minder gelukkig zijn met de richting die hun land uit gaat, dan de Chinezen. Het is de vraag hoeveel waarde je daaraan moet hechten in een land waar je niet volledig vrij bent om je mening te geven, maar het is bekend dat ook de Chinese communistische partij zelf ook zeer veel polls houdt. Daar komt – aldus Zhang – steevast ‘public order’ uit als hoogste prioriteit voor de inwoners, ofwel maatschappelijke vrede en stabiliteit, gevolgd door welvaart en banen. Daar handelt de partij naar.

Tevens biedt een eenpartijstaat – nogmaals, volgens Zhang – het voordeel van een grotere slagkracht, zodat makkelijker wijzigingen kunnen worden doorgevoerd in het politieke systeem. Terwijl het Westerse model, ondanks toenemende ontevredenheid bij de kiezers, al decennia lang in de kern onaangepast is gebleven, met dezelfde ongewijzigde procedures – verkiezingen – die ruimte bieden aan populisten om in te spelen op sentimenten van angst en onvrede, zo betoogt de Chinese denker.

William Fallon, oud-bevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten in het Midden-Oosten, biedt wel een serieus weerwoord aan Zhang. ‘China schiet tekort in het aanbieden van meerdere opinies aan de eigen burgers.’ Fallon meent dat het land hier niet oneindig lang in kan volharden. Tegelijk erkent de man die nauw betrokken was bij de invasies in Afghanistan en Irak, dat Westerse interventies niet gebracht hebben wat ze hoopten – en dat de realiteit weerbarstiger is dan de tekentafel. Je kan een politiek model niet een-twee-drie transplanteren op een ander land.

Russische tegendenker

Koren op de molen van Aleksander Doegin, de andere ‘tegendenker’ op het congres. Doegin strijdt net als Zhang tegen het Westerse pleidooi voor universele mensenrechten en liberalisme. Deze omstreden Russische filosoof zou zelfs invloed uitoefenen op Vladimir Poetin himself – al is daar in Amsterdam, waar hij Poetin kenschetst als iemand die zelf tot de (té) verwesterde elite van het land hoort, weinig van te merken.

Met zijn boek The Fourth Political Theory is hij de grondlegger van het Eurazianisme, dat stelt dat Rusland een specifieke politieke cultuur kent, berustend op de geschiedenis en het conservatisme van de Oosters-Orthodoxe kerk, en onverenigbaar met het Westerse liberalisme. Dring dat dan ook niet op aan ons, is zijn boodschap.

Ook Doegin kan het niet laten een plaagstoot te geven, door te wijzen naar de opkomst van de populisten in Europa en de Verenigde Staten. ‘Natuurlijk waren we blij met Donald Trump,’ grapt de Rus. ‘Al raakten we een beetje teleurgesteld toen hij eenmaal in het Witte Huis zat.’ En ja, hij juicht het toe dat Trump voor minder Amerikaans interventionisme lijkt te gaan. Op de reactie van Amerikaans panellid Leon Wieseltier dat het fijn zou zijn als de Russen zich ook wat meer inhielden, stelt hij droog: ‘You first!’

De zaal lacht, Doegin en Zhang krijgen er meer sympathie dan aan tafel. Maar de vraag waarom veel Westerse burgers ‘boos’ zijn, komt amper aan bod. BHL noemt de elite, en de tech revolutie die fake news faciliteert. Te mager, als je het mij vraagt. Natuurlijk keer ik me niet ter plekke ineens tegen ‘mensenrechten’ of democratie: de vrije meningsuiting is me dierbaar, en ik gun ook de gewone Chinees – of Rus – zoveel mogelijk vrijheid. Maar terwijl het Westerse model in naam de macht aan het volk geeft, hebben burgers – afgezien van verkiezingen – toch een vrij beperkte invloed op het beleid.

Populistische golf

Het is geen acacadabra om een deel van de populistische golf te verklaren met dat zogeheten democratisch tekort. Iemand als David Van Reybrouck doet allerlei voorstellen om dat tekort op te heffen. Een beetje interesse tonen in dit thema, lijkt me dan nog het minste wat Lévy kan doen. Misschien schuilt een deel van het geheim wel in het voortdurend blijven peilen van de stemming onder de bevolking. Een vraag over hoe dat nou werkt in in China, had voor de hand gelegen.

Gelukkig kan ik die vraag zelf stellen aan Zhang, na afloop, in de lobby. Wat heeft het Chinese volk nou voor elkaar gekregen, als Confucius’ maxime van de boot en het water inderdaad nog steeds geldt in communistisch China? Zhang legt uit dat hij onder meer doelt op de recentelijk vergrote macht van het disciplinaire comité van de partij, zodat corruptie door partijbonzen – een van de grote ergernissen van de bevolking – harder kan worden aangepakt. Met veroordelingen tot gevolg. Stellig: ‘In ons land zou Hillary Clinton de gevangenis in zijn gegaan, voor dat email-schandaal.’

Al moeten we vooral niet denken dat zijn voorkeur uitgaat naar Clintons tegenstander in de verkiezingen. Hij prefereert het Chinese model, waarin je pas tot de top van de partij kan doordringen met een flinke dosis bestuurlijke ervaring. Zo moet je bijvoorbeeld eerst gouverneur bent geweest van een regio, en dan praat je al gauw over het besturen van zo’n 100 miljoen inwoners. Zoals Zhang het op tamelijk zelfbewuste wijze formuleert: ‘China zal nooit zo’n gênante leider voortbrengen als Donald Trump.’

Een uitgebreid interview met Zhang Weiwei en vele andere intellectuelen staat in ‘Ik brul, dus ik ben – Denkers over het Populisme’, uitgegeven bij Boom Filosofie.

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.