Chris Froome is topfavoriet voor de eindzege in de komende Tour. Is de Brit fysiologisch zo uitzonderlijk? Spelen de ovalen voorbladen op zijn fiets, zijn hoge beentempo, de ketonendrank of andere innovatieve ‘trucs’ een rol bij zijn prestaties? Laten we ‘Froomey’ eens langs de wetenschappelijke lat leggen.

De Tour lag al 22 dagen achter hem. En over 5 dagen pas zou de Vuelta van start gaan. Toch moest Chris Froome ook nu weer diep gaan. Zonder een meter vooruit te komen, fietste de Brit zich het snot voor de ogen. Om precies te zijn: hij fietste het snot in het blauwe masker dat over zijn neus en mond was getrokken. Vanuit het masker liepen slangetjes naar een apparaat dat zijn ademhalingsgassen analyseerde. Schuin voor hem stond een computerscherm waarop allerhande grafiekjes en getallen in kekke kleurtjes zijn lichaamstemperatuur, zijn hartslag en andere variabelen weergaven. Froome was bezig met een fietstest in het inspanningslaboratorium van GlaxoSmithKline in west-Londen. Het was midden augustus 2015.

Rondom Froome stond een viertal wetenschappers de Brit aan te moedigen om alles te geven. Hard nodig was dat niet want hij was tot op het bot gemotiveerd. Niet zozeer om de wetenschap een plezier te doen. Hij was hier om de kritische journalisten en zogenaamde wielerliefhebbers die hem de afgelopen Tour het leven zo zuur maakten, tegemoet te komen. De continue stroom van verdachtmakingen dat zijn prestaties op onnatuurlijke wijze tot stand zouden komen, het moest eens afgelopen zijn. Dat in de 14e etappe een toeschouwer luidkeels ‘Gedrogeerd!’ tegen hem schreeuwde was nog daar aan toe, maar dat diezelfde kerel ook nog een plens lauwe pis over hem heen gooide, ging hem echt te ver. En de Franse kranten, die gooiden alleen maar meer olie op het vuur. In zijn column in Le Monde betoogde zelfbenoemd dopingstrijder en voormalig coach van de beruchte Festina ploeg Antoine Vayer dat Froomes fiets eens binnenstebuiten gekeerd moest worden om te zien of er écht geen motortje in zat. En als dat er niet was, dan moest de Brit de motor in zijn eigen lijf maar eens binnenstebuiten laten keren. Vayer wilde wel eens weten hoe bijzonder die was. Hij moest het momenteel namelijk doen met schattingen van Froomes vermogen die waren gebaseerd op klimtijden van de Brit. En die waren af en toe best verdacht, vond Vayer. Er was maar één oplossing: Froome moest zich bloot geven. Door een gedegen inspanningstest in een wetenschappelijk laboratorium te ondergaan en die data openbaar te maken.

Op 1 juni 2104 fietste Froome van Engeland naar Frankrijk door de Eurotunnel. (By Jaguar MENA [CC BY 2.0], via Wikimedia Commons)

Raderwerk

Met ontbloot bovenlijf verliet Froome de ruimte waar hij zojuist alles had gegeven. De test was geslaagd, vertelden de wetenschappers. De getallen: Froome had een maximale zuurstofopname van 5,9 liter per minuut, een efficiëntie van 23 procent en een piek vermogen van 525 Watt. “Deze waarden zo mooi gecombineerd kom ik in geen enkele renner van de Roompot ploeg tegen,” vertelt Guido Vroemen, inspanningsfysioloog en sportarts bij team Roompot. “Maar zo buitenaards zijn ze ook weer niet. Dit is wat je verwacht bij toprenners.”

Jurgen van Teeffelen (1968) is freelance wetenschapsjournalist sinds 2014. Tot die tijd werkte hij als gepromoveerd fysioloog aan universiteiten in Nederland (AMC, Maastricht) en de Verenigde Staten (Yale). Data in plaats van meningen vormen de basis van zijn artikelen. Jurgen schrijft graag over wetenschap in relatie tot sport en bewegen.